Afschrift van een ambtelijke brief.
Origineel
Afschrift van een ambtelijke brief. 24 februari 1939. De Commandant der Brandweer (W.G. Gordijn). No.15/3/2 M.1939 Afschrift
No.292 a AZ 1939. No.167 L.M.1939.
CENTRAAL BUREAU
BRANDWEER.
No.1549. Amsterdam, 24 Februari 1939.
Den Heer Wethouder
voor de Brandweer.
Ter voldoening aan Uw kantbeschikking d.d. 14 Febru-
ari jl. No.292 A.Z.1939, gesteld op het schrijven van den Heer
Directeur van het Marktwezen, d.d. 8 Februari 1939, heb ik de
eer UEd.Achtb. het volgende te berichten.
Bij een door mijn dienst ingesteld onderzoek naar de
oorzaak van het ongeval met de marktlamp in perceel Pieter
Nieuwlandstraat 106, is gebleken, dat deze niet is gelegen in
het draaien aan een verkeerd knopje, doch in een foutieve be-
diening van den naald-afsluiter, welke zich bevindt in de brand-
stofleiding tusschen het onder druk staande brandstofreservoir
en de lichtbron.
Indien men de lichtbron wil dooven, dient het hand-
wieltje van den naald-afsluiter naar rechts te worden gedraaid,
tot deze stuit.
De dochter des huizes, welke ter zake ondeskundig
was, draaide het handwieltje evenwel in tegengestelden zin en
wel zoo lang, tot de afsluiter in zijn geheel uit het pakkings-
busje viel.
Dientengevolge kwam een opening vrij, waaruit onder
invloed van den druk in het brandstofreservoir, petroleum naar
buiten spoot, welke daarbij over de nog steeds brandende lamp
vloeide en in brand geraakte.
Waar voor het gebruik van dergelijke lampen ten be-
hoeve van de verlichting van marktkramen geen vergunning krach-
tens de Algemeene Politieverordening wordt vereischt en een ver-
keerde behandeling van dergelijke lampen ook op de markten,
gevaar voor personen met zich kan brengen, moge ik U in verband
met het bovenstaande voorstellen, Uwen Ambtgenoot voor de
Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen
te adviseeren, met betrekking tot het gebruik van marktlampen,
in de te verleenen standplaatsvergunningen de volgende bepa-
lingen op te nemen:
1e. dat als brandstof voor de met vloeibare brandstof gevulde
marktlampen, geen benzine wordt gebruikt;
2e. dat de naaldafsluiter, welke zich bevindt in de brandstof-
leiding tusschen het brandstofreservoir en de lichtbron,
van een aanslag voor den open stand is voorzien.
De Commandant der Brandweer,
(w.g.) Gordijn.
--- * Aanleiding: Een brandincident in een woning aan de Pieter Nieuwlandstraat 106 te Amsterdam, veroorzaakt door het onjuist bedienen van een "marktlamp" (een type hogedruklamp op vloeibare brandstof).
* Toedracht: Een "ondeskundige" bewoonster draaide de naald-afsluiter de verkeerde kant op (open in plaats van dicht) en draaide deze er volledig uit. Door de interne druk spoot de petroleum over de brandende lamp, met brand tot gevolg.
* Probleemstelling: Voor het gebruik van dit soort potentieel gevaarlijke lampen op openbare markten bestond destijds geen specifieke vergunningsplicht onder de Algemeene Politieverordening (APV).
* Advies: De brandweercommandant stelt voor om technische en operationele veiligheidseisen op te nemen in de standplaatsvergunningen voor marktkooplieden.
* Voorgestelde maatregelen:
1. Verbod op het gebruik van de zeer licht ontvlambare benzine als brandstof (petroleum was de standaard).
2. Een technische aanpassing: de afsluiter moet voorzien zijn van een 'aanslag' (stop), zodat deze er niet per ongeluk volledig uitgedraaid kan worden.
--- Dit document uit februari 1939 geeft een interessant inkijkje in de stedelijke veiligheidsproblematiek vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Marktlampen (zoals de bekende Petromax of Tilley lampen) waren essentieel voor marktkooplieden in een tijd dat elektrische aansluitingen op marktterreinen nog niet overal aanwezig of betaalbaar waren. Omdat deze lampen onder druk werkten met brandbare vloeistoffen, vormden ze bij onjuist gebruik een aanzienlijk brand- en explosiegevaar.
De locatie van het ongeval, de Pieter Nieuwlandstraat in de Dapperbuurt, ligt direct naast de Dappermarkt. Dit verklaart waarom een ongeval in een woonhuis leidde tot aanbevelingen voor de marktverordeningen. Het document illustreert tevens de bureaucratische gang van zaken: de brandweer adviseert de wethouder, die op zijn beurt een andere wethouder (verantwoordelijk voor markten en levensmiddelen) moet adviseren om de regelgeving aan te passen. De ondertekenaar, W.G. Gordijn, was een bekende commandant van de Amsterdamse brandweer in die periode.