Krantenknipsel (verslag van een actuele gebeurtenis).
Origineel
Krantenknipsel (verslag van een actuele gebeurtenis). "Donderdag" (zonder jaartal, maar op basis van genoemde functionarissen te dateren in de jaren '30). Amsterdamse brandweer redt vier mensenlevens!
Het springzeil bracht uitkomst
Burgers stonden de brandwachts in het bange uur terzijde
Amsterdam, — Donderdag.
Dank zij het doortastende optreden van de Amsterdamse brandweer en het moedige gedrag van een met twee jonge kinderen in nood verkerende moeder en dochter, heeft een felle brand, uitgebroken in het perceel Pieter Nieuwlandstraat 106 hedenavond geen mensenlevens gekost.
Weinige seconden nadat in de keuken op de eerste verdieping van genoemd perceel brand is uitgebroken, loeien in het trapportaal naar de hoger gelegen etages felle vlammen. Vuur, hitte en rook versperren de bewoners van de derde verdieping de normale uitweg naar beneden!
Een moeder en drie kinderen roepen uit de vensters van de derde etage om hulp; achter en onder hen dreigt doodsgevaar!
Reeds kondigt sirenegeloei de komst van de brandweer aan. Nog staat de motorspuit van de brandweerpost Dapperstraat niet stil, of reeds stormen twee brandwachts — de „redders” — het trapportaal van het bedreigde perceel binnen.
Maar daar boven aan de trap is er geen doorkomen aan!
Luidkeels schreeuwt een moeder om hulp...
Kort en krachtig klinken de bevelen van brandmeester J. Vastenhoud, die de situatie snel heeft overzien.
Zes brandwachts ontrollen het zeil, dat redding kan brengen voor vier bedreigde mensenlevens.
Zés man is te weinig om het springzeil veilig te hanteren! Burgers worden te hulp geroepen en van alle kant snellen de vrijwilligers toe. Tien, vijftien, twintig mannen slaan de armen in de lussen van het zich al spannende zeil...
„Spring!”, commandeert brandmeester Vastenhoud met een stentorstem, die zich boven het rumoer van de straat verheft...
Met huilende sirenes komen er al méér rode voertuigen de Pieter Nieuwlandstraat inrijden. Waar gevaar dreigt is de Amsterdamse brandweer snel er bij om hulp te verlenen en nood te lenigen!
„Spring!”, klinkt het nu dringender...
Voor het geopende raam van de derde verdieping, twaalf, dertien meter boven de begane grond, staat een moeder met haar kind in de armen. Moedig laat de moeder — de veertigjarige echtgenote van stucadoor Peyters — haar drie-jarig dochtertje Dientje vallen.
Gered!
Het kleintje maakt een salto, nóg een salto en valt dan ongedeerd in het strakgespannen en meeverende springzeil.
Gered!
„Spring!”, commandeert brandmeester Vastenhoud, wanneer een buurvrouw de kleine meid al veilig in haar armen heeft en de brandwachts en de burgers het zeil opnieuw gespannen houden.
Daar komt de acht-jarige Gerrit Peyters naar beneden! Moeder heeft hem uit het raam getild en drie seconden later staat Gerrit op straat, veilig en wel, vast op bij zijn jonge benen.
Een schijnwerper richt zich op het raam van de derde verdieping. In het kozijn staat mevrouw Peyters, vast besloten de reddende sprong in de dertien meter diepe afgrond te wagen. Seconden lang is er spanning... Vér achterover leunend houden stoere kerels het springzeil gespannen...
„Daar komt ze!”...
Onder de zware last is het zeil heel even wat omlaag gegaan... Moeder Peyters is gered maar zij klaagt over pijn in haar rug. Broeders van de G.G. en G.D. helpen haar even in een ambulance-auto.
Voor de laatste maal geeft brandmeester Vastenhoud zijn commando: de twintig-jarige Marie Peyters volgt dapper het moedige voorbeeld van haar moeder. Via het zeil bereikt zij behouden de straat: vier mensenlevens zijn gered, vier mensen zijn gespaard gebleven voor gruwelijk letsel......
Gedurende dit reddingswerk arriveren vóór het bedreigde perceel achtereenvolgens de motorspuiten van de Nieuwe Achterkracht en van de Rozengracht, de machinale ladder van de hoofdwacht, de personeelswagen en de gereedschappenwagen. „Meldingen” van de G.G.D. dirigeert onmiddellijk twee ambulance-auto’s naar het opgegeven adres.
Met drie stralen water tasten de brandweerlieden de op de eerste verdieping en in de trapportalen woedende vlammenzee aan. Hun doortastend optreden doet ras het water overwinnen op het vuur.
De oorzaak
Wat was de oorzaak van al dit onheil?
Omstreeks zes uur was een marktkoopman, de heer Bootsma Jr., thuis gekomen met een nog fel brandende petroleumgaslantaarn, die hij in de keuken op de eerste verdieping van perceel no. 106 had neergezet. Even later — de marktkoopman moest nog een boodschap doen — constateerden zijn moeder en zijn zuster, dat het keukenzeil gevaarlijk heet begon te worden. Het meisje zou de lamp wel even uitdoen...... Zij wist wel hoe haar broer dat altijd deed!
Het draaien aan een verkeerd knopje had tot fataal gevolg, dat de onder druk staande petroleum met een niet meer te stuiten straal uit het reservoir spoot. Op hetzelfde ogenblik stond de keuken al in lichte laaie!
Moeder en dochter vluchtten onder het geroep van „Help, help! Brand!!!” de trap af en de straat op. Buren telefoneerden om de brandweer en de motorspuit van het Dapperplein stond een minuut later al voor de deur......
Het eigenlijke blussingswerk heeft niet veel meer dan een half uur in beslag genomen.
Via de Magyrusladder verschaften enkele brandwachts, voorzien van rookmaskers, zich toegang tot de tweede en tot de derde étage, omdat de vrees bestond, dat zich daar nog meer mensen in nood zouden bevinden. Dit bleek gelukkig niet waar te zijn. De tweede verdieping stond leeg en was onbewoond. Tijdens deze inspectietocht werd één der brandwachts onwel. De goede zorgen van de G.G.D. brachten hem echter spoedig weer op dreef.
Toen het bericht: „Brand meester!” naar de centrale seinzaal van de brandweer werd doorgegeven, kon de door het vuur aangerichte schade reeds worden overzien. De eerste étage en de trapportalen zijn vrijwel geheel uitgebrand; het onderstuk kreeg veel schade van het bluswater.
De commandant van de Brandweer, de heer C. Gordijn, de directeur van de G.G.D., dr. J. H. Tuntler, en de commissaris van politie de heer E. C. J. Staal waren op het terrein van de brand aanwezig.
Agenten te voet en enige politieruiters hielden het toestromende publiek op veilige afstand.
Het geredde gezin vond een gastvrij onderdak bij buren; later konden de geredden in hun voor het vuur gespaard gebleven woning terugkeren. * Narratieve stijl: Het artikel is geschreven in een zeer dramatische, bijna literaire stijl ("stentorstem", "gruwelijk letsel", "moedige gedrag"). Het gebruikt de tegenwoordige tijd om de spanning te verhogen tijdens de beschrijving van de redding.
* Focus op de techniek: Er is veel aandacht voor de specifieke reddingsmethode: het springzeil. Het feit dat de brandweerlieden de hulp van omstanders (burgers) nodig hadden om het zeil strak te houden, wordt gepresenteerd als een teken van gemeenschapszin.
* Oorzaak en gevolg: De tekst legt de schuld van de brand indirect bij een menselijke fout (het verkeerd bedienen van een petroleumlamp door de zus van de marktkoopman), wat typerend is voor die tijd om een waarschuwend element aan het nieuws toe te voegen. * Historische datering: Hoewel een jaartal ontbreekt, wijzen de namen van de autoriteiten (Commandant C. Gordijn en GGD-directeur dr. J.H. Tuntler) op de periode tussen 1922 en 1946. De spelling ("stucadoor", "étage") en de gebruikte techniek (petroleumgaslantaarn, Magyrusladder) duiden op de jaren '30.
* Locatie-context: De Pieter Nieuwlandstraat ligt in de Dapperbuurt, een volksbuurt die in die tijd gekenmerkt werd door relatief krappe etagewoningen met houten trappenhuizen, waardoor brand zich snel verticaal kon verspreiden.
* Maatschappelijke diensten: De "G.G. en G.D." (Gemeentelijke Gezondheids- en Geneeskundige Dienst) was in die tijd nauw betrokken bij brandbestrijding voor de medische hulpverlening (ambulances), zoals in de tekst beschreven. C. Gordijn H. Tuntler J. Staal J. Vastenhoud J.H. Tuntler Peyters (Mevrouw) GGD Politie