Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 26
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Proces-verbaal (Politierapport).

11 oktober 1940. Dossier: 77/47

Origineel

Proces-verbaal (Politierapport). 11 oktober 1940. Nº 77/47/ M. 1940

Pro Justitia.
Politie te Amsterdam

2e 2e
PROCES VERBAAL.

Aanhouding van Anthonius
Hendrikus Ernst, oud 18 jaar,
zonder beroep, wonende Govert
Flinckstraat 158 te Amsterdam
en Jesaia Hangjas, oud 18 jaar,
knecht, wonende Rapenburgerstraat
16 te Amsterdam, verdacht van
diefstal van vier ledige kisten
gepleegd op 10 October 1940,
ten nadeele van Levie Springer,
expediteur, oud 38 jaar en wonen-
de Transvaalstraat 36 te Amster-
dam.

Gezien
[Paraaf]

Op 11 October 1940, des voor middags omstreeks 9 uur, werd mij, ondergeteekende, Ditrich Heinrich Victor Schiermeier, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat alhier, door Levie Springer, oud 38 jaar, expediteur, wonende Transvaalstraat 36 te Amsterdam aangifte gedaan en verklaarde hij als volgt.
Op Donderdag 10 October 1940, des voor middags omstreeks acht uur, heb ik op het terrein van de Centrale Markt, namelijk aan de achterzijde van pakhuis Hal 27, ongeveer 100 ledige kisten neergezet. Dez kisten moest ik voor verschillen de kleinhandelaren voor wie ik geregeld vracht vervoer, bij eenige op de Centrale Markt gevestigde grossiers inleveren Voor elke kist is door deze kleinhandelaren een bepaald bedrag aan statiegeld betaald, hetwelk ik na inlevering van de kisten voor hen weer terug ontvang. Bij de bedoelde partij kisten bevonden zich zes stuks gemerkt "B.P.&.O. Beemster" Op deze kisten stond met wit krijt geschreven "Kooy".
Ik moest deze zes kisten namelijk inleveren bij den grossier C.Kooy, gevestigd in pakhuis E.16 op de Centrale Markt. Toen ik om ongeveer 8.45 uur voor middag de zes besproken kisten bij Kooy wilde inleveren, bleek mij, dat vier stuks hiervan verdwenen waren. Ik begaf mij toen met de twee overige kisten naar het pakhuis van Kooy en zag daar de vier vermiste kisten reeds staan. Kooy hierover door mij gevraagd, verklaarde dat deze kisten door zijn knecht, Cornelis Borst, in ontvangst waren genomen en dat hij, Kooy, hiervoor een bedrag van F 2.40 had uitbetaald aan den persoon die ze had ingeleverd. Wie deze persoon was wist Kooy niet, doch wel kon hij mij het volgende signalement van hem opgeven. Ongeveer 18 jaar oud, klein van gestalte en zwart haar. Ik heb eenig vermoeden, dat een mij bekende jongen, genaamd Hangjas degene moet zijn die de bedoelde kisten bij Kooy heeft ingeleverd. Het is mij namelijk al meer opgevallen, dat de door mij bedoelde Hangjas met nog een jongen van ongeveer zijn leeftijd en die ik van aanzien wel ken, den laatsten tijd veelal op het terrein van de Centrale Markt, terwijl ik Hangjas al eenige malen met ledige kisten heb zien loopen. Waar ik aansprakelijk ben voor de door mij in te leveren ledige kisten, zou ik thans benadeeld zijn voor een bedrag van F 2.40. Ik verzoek U een nader onderzoek te doen en indien hiertoe termen aanwezig tegen de eventueele dader(s) een strafrechtelijke vervolging in te stellen. Na voorlezing volhard ik bij deze verklaring en teeken haar met U."

[Handtekening/Stempel] D. Schiermeier
[Handtekening] L. Springer

Naar aanleiding van deze aangifte heb ik, verbalisant, mij met Springer op 11 October 1940 naar pakhuis E.16 op de Centrale Markt begeven, alwaar ik zes kisten zag staan gemerkt "B.P.&.O. Beemster" en waarop tevens met wit krijt geschreven stond "Kooy". Vervolgens hoorde ik, verbalisant op 11 October 1940 in bedoeld pakhuis Cornelis Kooy, oud 53 jaar, groothandelaar in groenten en fruit, wonende Burgemeester van Amersfoortlaan 5 te Badhoevedorp, die mij desgevraagd verklaarde, dat van de zes hiervoor genoemde Beemster kisten, vier op 10 October 1940 waren ingeleverd bij zijn knecht, Cornelis Borst en dat hij, Kooy, aan den persoon die ze had gebracht hiervoor F 2.40 had uitbetaald. Ik verbalisant vertoonde hierop aan Kooy een pasfoto van den door Springer genoemden Hangjas, doch hij kon mij niet met zekerheid verklaren dat dit dezelfde persoon was die de bewuste kisten bij hem had ingeleverd. Het signalement welk hij van hem opgaf stemde overeen met wat Springer mij hiervan had medegedeeld. Een zoon van Kooy, genaamd Jan Arie Kooy, oud 25 jaar, knecht bij zijn vader en wonende Badhoevelaan 13 te Rijk Haarlemmermeer, die zich eveneens in pakhuis E.16 bevond en aan wien ik ook de pasfoto van Hangjas liet zien, verklaarde mij desgevraagd Hangjas te herkennen als dezelfde, die op 10 October 1940 vier ledige Beemster kisten had ingeleverd. Volgens hem zouden dat dan vier van de zes besproken kisten zijn. Waar hij echter niet met zekerheid kon verklaren welke vier het waren heb ik verbalisant alle zes in...

--- In dit proces-verbaal doet expediteur Levie Springer aangifte van de diefstal van vier lege groentekisten (Beemster-kisten) op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De kisten hebben een statiegeldwaarde van f 2,40 (60 cent per stuk). De aangever vermoedt dat de 18-jarige Jesaia Hangjas de dader is, omdat hij hem vaker heeft gezien op het terrein.

De verbalisant Schiermeier gaat op onderzoek uit bij de grossier Cornelis Kooy, waar de kisten blijken te zijn ingeleverd door een onbekende jongen tegen betaling van het statiegeld. Hoewel de grossier de verdachte niet met zekerheid herkent van een pasfoto, doet zijn zoon (Jan Arie Kooy) dat wel. Hij identificeert Hangjas als de persoon die de vier bewuste kisten kwam inruilen voor geld. Opmerkelijk is dat er ook een tweede verdachte wordt genoemd in de kantlijn: Anthonius Hendrikus Ernst.

--- Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was op dat moment de vitale schakel voor de voedselvoorziening in Amsterdam. De diefstal van lege kisten lijkt triviaal, maar in de context van de oorlog en de naderende schaarste was de controle op emballage en kleine bedragen statiegeld streng.

De namen in het document zijn historisch beladen. Levie Springer en Jesaia Hangjas zijn namen die duiden op een Joodse achtergrond. In oktober 1940 waren de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter al van kracht (zoals de ariërverklaring voor ambtenaren). Voor Joodse burgers en jongeren kon een politierapport voor een relatief klein vergrijp in deze periode zeer ernstige gevolgen hebben, aangezien het rechtssysteem steeds verder onder invloed van de bezetter kwam te staan. Uit externe archieven (zoals de Joodse Raad-kaarten of het Stadsarchief) blijkt vaak dat personen zoals Jesaia Hangjas later in de oorlog gedeporteerd zijn; dergelijke politiedocumenten vormen vaak het eerste spoor in een tragisch vervolgingstraject. D. Schiermeier L. Springer O. Beemster Marktwezen Politie

Samenvatting

In dit proces-verbaal doet expediteur Levie Springer aangifte van de diefstal van vier lege groentekisten (Beemster-kisten) op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam. De kisten hebben een statiegeldwaarde van f 2,40 (60 cent per stuk). De aangever vermoedt dat de 18-jarige Jesaia Hangjas de dader is, omdat hij hem vaker heeft gezien op het terrein.

De verbalisant Schiermeier gaat op onderzoek uit bij de grossier Cornelis Kooy, waar de kisten blijken te zijn ingeleverd door een onbekende jongen tegen betaling van het statiegeld. Hoewel de grossier de verdachte niet met zekerheid herkent van een pasfoto, doet zijn zoon (Jan Arie Kooy) dat wel. Hij identificeert Hangjas als de persoon die de vier bewuste kisten kwam inruilen voor geld. Opmerkelijk is dat er ook een tweede verdachte wordt genoemd in de kantlijn: Anthonius Hendrikus Ernst.


Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was op dat moment de vitale schakel voor de voedselvoorziening in Amsterdam. De diefstal van lege kisten lijkt triviaal, maar in de context van de oorlog en de naderende schaarste was de controle op emballage en kleine bedragen statiegeld streng.

De namen in het document zijn historisch beladen. Levie Springer en Jesaia Hangjas zijn namen die duiden op een Joodse achtergrond. In oktober 1940 waren de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter al van kracht (zoals de ariërverklaring voor ambtenaren). Voor Joodse burgers en jongeren kon een politierapport voor een relatief klein vergrijp in deze periode zeer ernstige gevolgen hebben, aangezien het rechtssysteem steeds verder onder invloed van de bezetter kwam te staan. Uit externe archieven (zoals de Joodse Raad-kaarten of het Stadsarchief) blijkt vaak dat personen zoals Jesaia Hangjas later in de oorlog gedeporteerd zijn; dergelijke politiedocumenten vormen vaak het eerste spoor in een tragisch vervolgingstraject.

Genoemde Personen 3

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Textiel & Kleding: Jas Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen Politie

Gerelateerde Documenten 5