Getypt afschrift van een officiële brief.
Origineel
Getypt afschrift van een officiële brief. 14 maart 1940. Vereeniging van Fruit-, Groenten- en Aardappelhandelaren "Onderling Belang", Amsterdam. No.82/1/1 M.1940 18/3 AFSCHRIFT
-----------------------------------------------------------------------
No.288 L.M.1940.
VEREENIGING VAN FRUIT- GROENTEN- EN AARDAPPELHANDELAREN "ONDERLING
BELANG".
Amsterdam, 14 Maart 1940.
Diezestraat 10.
Den Edelachtbare Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen.
Edelachtbare Heer,
In verband met het feit, dat de Oud-Voorzitter onzer
vereeniging, den Heer J.J.Wijnschenk bedankt heeft als lid van de Com-
missie van Advies voor de Centrale Markt, veroorlooven wij ons in de
hierdoor ontstane vacature ter benoeming voor te dragen den Heer W.F.
Dijkstra, Potgieterstraat 12 te Amsterdam (W) den tegenwoordige voor-
zitter onzer vereeniging.
Hoogachtend,
Namens het Bestuur,
w.g. B.Polak,
Secretaris. * **Doel van de brief:** De brief dient als officiële voordracht voor een vacature in de "Commissie van Advies voor de Centrale Markt". De vereniging stelt voor om hun huidige voorzitter, de heer W.F. Dijkstra, te benoemen als opvolger van de heer J.J. Wijnschenk, die ontslag heeft genomen ("bedankt heeft").
- Toon en taal: Het taalgebruik is zeer formeel en eerbiedig ("Edelachtbare Heer", "veroorlooven wij ons"), passend bij de ambtelijke etiquette van de vooroorlogse periode.
- Organisatie: "Onderling Belang" was een belangenvereniging voor handelaren in versproducten. De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was destijds de cruciale spil voor de voedseldistributie in de stad.
- Identificatie: Het document is een "AFSCHRIFT", wat betekent dat dit een kopie is die voor het archief is gemaakt van de originele verzonden brief. De afkorting "w.g." bij de ondertekening staat voor "was getekend". Dit document is gedateerd op 14 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse invasie van Nederland. Het biedt een inkijkje in de normale bureaucratische processen van de gemeente Amsterdam in de laatste dagen van de neutraliteit.
Historisch gezien is de context van de genoemde personen wrang: namen als Polak en Wijnschenk waren veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap in de Amsterdamse handel. Indien deze bestuursleden Joods waren, zouden zij kort na het schrijven van deze brief door de bezetter uit hun functies en adviesraden zijn gezet. De brief markeert hiermee het einde van een tijdperk van vrije organisatie binnen de Amsterdamse handelswereld. J.J. Wijnschenk W.F. Gemeente Amsterdam