Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 5
Dossier 10
Jaar 1940
Stadsarchief

Administratief memorandum / Intern schrijven van de marktdienst.

12 oktober 1940 (met latere annotaties t/m 5 november 1940).

Origineel

Administratief memorandum / Intern schrijven van de marktdienst. 12 oktober 1940 (met latere annotaties t/m 5 november 1940). [Bovenaan]
№ 85/53 / M. 1940 15/10 [en rechtsboven:] 913

[Titel]
Schulden kramenverhuurders.
op 12 October 1940.

[Lijst]
S. Abram — f 3.84 X [Aantekening rechts:] Slechts eenige afrekening f 1.94
G. Waijers — 15.59 [Rood onderstreept] [Aantekening rechts:] 13.40 Betaalde interest f 4.-
J. Brandt — 25.19 [Rood onderstreept] [Aantekening rechts:] 21.60
M. Gelder — 7.29 X [Aantekening rechts:] 2.61
Staker Inman — 9.96 [Rood onderstreept] [Aantekening rechts:] 0.93
W. Roger — 4.36 [Aantekening rechts:] 2.60
J. Schelnis — 5.55 X [Aantekening rechts:] 5.64 —— in orde.
G. Dubbelis Jr. — 3.96 X [Aantekening rechts:] 2.61

[Midden diagonaal]
Insp. Spoed s.v.p.

[Hoofdtekst linksonder]
Ho. Directeur.
Ik voel er niets voor om iedere week voor de Heeren Waijers en Brandt loopjongen te spelen.
Ik stel thans dan ook voor om aan Burgemeester en Wethouders te verzoeken de vergunning van genoemde stallenzetters tot het plaatsen van stallen op de markten, in te trekken.
De overige hierboven genoemde stallenzetters betalen vrij geregeld.
21-10-'40
de Hoer [Handtekening]

[Kader rechtsonder]
Insp.:
Bespreken s.v.p.
Ik wil door de marktopzichters telkens laten verbieden om kramen te plaatsen, tot er weer betaald is, zonder nu reeds over te gaan tot intrekken. 26/10 '40 [Handtekening/Paraaf]
acc 5-11-40 de Hoer Het document is een interne klacht van een ambtenaar (vermoedelijk "de Hoer" of "de Boer", afhankelijk van de lezing van de hoofdletter) gericht aan de Hoofd-Directeur van de marktdienst.

  • Kernprobleem: Twee specifieke handelaren, de heren Waijers en Brandt, weigeren consistent hun schulden voor kramenhuur af te lossen. De ambtenaar uit zijn frustratie door te stellen dat hij niet langer hun "loopjongen" wil zijn.
  • Escalatie: De ambtenaar stelt een drastische maatregel voor: het intrekken van de marktvergunning via het College van Burgemeester en Wethouders.
  • Besluitvorming: De inspecteur ("Insp.") kiest voor een tussenweg. In plaats van de vergunning direct in te trekken (wat een juridisch zwaar proces is), krijgt de marktopzicht de instructie om de opbouw van hun kramen fysiek te verhinderen totdat er contant is afgerekend. Dit is een meer pragmatische, directe dwangmaatregel. Dit document dateert van oktober 1940, vijf maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlogssituatie nog niet volledig was geëscaleerd tot de schaarste van latere jaren, was de economische onzekerheid groot.

Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van een Nederlandse gemeente onder bezetting. Het toont aan dat de reguliere handhaving van marktverordeningen en de inning van gelden simpelweg doorgingen. De genoemde namen in de lijst (zoals Abram en Gelder) kunnen wijzen op personen van Joodse afkomst, wat in de context van 1940 relevant is omdat de bezetter kort hierna begon met het beperken van de economische vrijheden van Joodse burgers op markten. In dit stadium lijkt het echter nog om een puur administratieve kwestie van wanbetaling te gaan.

Samenvatting

Het document is een interne klacht van een ambtenaar (vermoedelijk "de Hoer" of "de Boer", afhankelijk van de lezing van de hoofdletter) gericht aan de Hoofd-Directeur van de marktdienst.

  • Kernprobleem: Twee specifieke handelaren, de heren Waijers en Brandt, weigeren consistent hun schulden voor kramenhuur af te lossen. De ambtenaar uit zijn frustratie door te stellen dat hij niet langer hun "loopjongen" wil zijn.
  • Escalatie: De ambtenaar stelt een drastische maatregel voor: het intrekken van de marktvergunning via het College van Burgemeester en Wethouders.
  • Besluitvorming: De inspecteur ("Insp.") kiest voor een tussenweg. In plaats van de vergunning direct in te trekken (wat een juridisch zwaar proces is), krijgt de marktopzicht de instructie om de opbouw van hun kramen fysiek te verhinderen totdat er contant is afgerekend. Dit is een meer pragmatische, directe dwangmaatregel.

Historische Context

Dit document dateert van oktober 1940, vijf maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlogssituatie nog niet volledig was geëscaleerd tot de schaarste van latere jaren, was de economische onzekerheid groot.

Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van een Nederlandse gemeente onder bezetting. Het toont aan dat de reguliere handhaving van marktverordeningen en de inning van gelden simpelweg doorgingen. De genoemde namen in de lijst (zoals Abram en Gelder) kunnen wijzen op personen van Joodse afkomst, wat in de context van 1940 relevant is omdat de bezetter kort hierna begon met het beperken van de economische vrijheden van Joodse burgers op markten. In dit stadium lijkt het echter nog om een puur administratieve kwestie van wanbetaling te gaan.

Kooplieden in dit dossier 40

A.J. Roger Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
A. Jansen Uilenburg
A. Jansen Waterlooplein
J. Rogers Uilenburg
D. Dubbeldijk Waterlooplein
A. Costan Waterlooplein
G. Meijers Uilenburg
J. Brand Uilenburg
J. Brand Waterlooplein [dubbele rode onderstreping]
J. Gleysman Waterlooplein **afgedaan** [dubbele rode onderstreping]
J.A.L. Jongbloed Waterlooplein
J. Mayenet Waterlooplein
J.G. Bosbaan Jr. Uilenburg
J.P. Raben Waterlooplein
J. Schilris Waterlooplein
M. Schelvis Waterlooplein
M. Schilris Waterlooplein
Alle 40 kooplieden →