Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 24 oktober 1940 Th. Bodemeyer, Reigensbergenstraat 35-III, Amsterdam (W) Onbekend ("Wel Edele Heer"), vermoedelijk een gemeentelijke inspecteur of marktoverheid. № 85/55 / M. 1940 25/10
m.b. Insp. A'dam 24-10-'40.
Wel Edele Heer,
Ondergetekende Th. Bodemeyer wonende te A'dam van Reigensbergenstr 35 III is zoo vrij het volgende onder Uw aandacht te brengen.
Hij is koopman-straat met handel op de markt, het zij ten Katestraat, Noordermarkt of elders.
Als staangeld moet hij f 0,35 per keer betalen, des Zaterdags f 0,75; een z.g. vaste plaats heeft hij niet, dus voorzoover voorradig wordt hem bij loting een staanplaats aangewezen.
Meerendeels is die plaats een plek waar in den regel een stal of verkoopstent staat.
De eigenaardigheid doet zich dan voor, dat men, onverschillig of men de stal gebruikt of niet gebruikt, in ieder geval de stalhuur moet betalen.
De kosten worden alzoo voor hem, en velen met hem, verdubbeld: Voor het overgroote deel heeft men geen stal noodig en is zijn handwagen of bakfiets (in eigendom) waarmede hij zijn goederen aanvoert, voldoende om zijn waar op uit te stallen.
Redenen waarom hij U verzoekt te bepalen dat de gedwongen in gebruikneming of betalen der stallen achterwege moet blijven.
Bijvoorbaat beleefd dankend, teekent hij met de meeste
Hoogachting,
Th. Bodemeyer
v. Reigensbergenstraat 35 III A'dam (W). In deze brief beklaagt de heer Bodemeyer zich over het marktsysteem in Amsterdam. Hij is een 'koopman-straat' (straatverkoper) die geen vaste plek heeft op de markt en daarom afhankelijk is van de loting voor vrije plaatsen.
Zijn voornaamste grief is financieel van aard: wanneer hij een plek krijgt toegewezen waar een marktkraam (stal) staat, wordt hij verplicht om huur voor die stal te betalen, ongeacht of hij deze daadwerkelijk gebruikt. Bodemeyer voert zijn goederen aan met een eigen handwagen of bakfiets en gebruikt deze voertuigen tevens als uitstalling. Voor hem zijn de kosten van de verplichte stalhuur een onnodige verdubbeling van de lasten. Hij verzoekt de instanties om deze gedwongen afname van stallen af te schaffen voor handelaren die hun eigen materieel gebruiken. De brief is gedateerd op 24 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur economisch/administratief karakter heeft (marktgelden), valt de datum in een periode waarin de economische omstandigheden voor kleine zelfstandigen steeds moeilijker werden door schaarste en nieuwe regelgeving.
De genoemde locaties, de Ten Katestraat en de Noordermarkt, zijn van oudsher belangrijke volksmarkten in Amsterdam. De Van Reigersbergenstraat (in de brief gespeld als Reigensbergenstr) ligt in de Frederik Hendrikbuurt in Amsterdam-West, een buurt waar in die tijd veel arbeiders en kleine handelaren woonden. De brief geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van de kleine straathandelaar en de bureaucratische hindernissen waar zij tegenaan liepen.