Ambtelijk bijblad/notitie (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Ambtelijk bijblad/notitie (Model No. 14, Algemene Zaken). 25 oktober 1940 tot 1 november 1940. [Kader linksboven, gedrukt en ingevuld]
B I J B L A D V A N:
M. – No. 85/55/1 1940
DOORGEZONDEN: 25/10
[Rechtsboven, handgeschreven]
208
Oproepen
28-10-40
deHaer.
[Midden, handgeschreven tekst]
Kan als afgedaan worden beschouwd.
Bodemeyer bij mij ontboden en hem medegedeeld, dat zijn verzoek niet kan worden ingewilligd.
[Marginalia rechts van de tekst]
p 30/10
p 1/11 9 uur
[Rechtsonder, handgeschreven]
1-11-40
deHaer Het document is een interne administratieve notitie betreffende de afhandeling van een verzoek ("verzoek"). Uit de aantekeningen kan het volgende proces worden gereconstrueerd:
1. 25 oktober: Het dossier wordt doorgezonden.
2. 28 oktober: De ambtenaar De Haer geeft opdracht om de heer Bodemeyer op te roepen.
3. 30 oktober & 1 november: Er staan data genoteerd voor de afspraak, waarbij de definitieve bespreking plaatsvindt op 1 november om 9:00 uur.
4. 1 november: De Haer rapporteert dat de zaak "als afgedaan" kan worden beschouwd. Bodemeyer is persoonlijk verschenen en hem is mondeling medegedeeld dat zijn verzoek is afgewezen.
De handschriften zijn trefzeker en wijzen op een ervaren administratieve kracht. De terminologie ("ontboden", "niet kan worden ingewilligd") is formeel-ambtelijk. Het document dateert van de herfst van 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Haer (waarschijnlijk dr. G.J. de Haer) was in die periode een hoge ambtenaar binnen het Nederlandse overheidsapparaat dat onder toezicht van de bezetter bleef functioneren. Het formulier "Algemene Zaken Model No. 14" werd gebruikt door het Ministerie van Algemene Zaken voor interne verslaglegging en dossierbeheer. De aard van het verzoek van Bodemeyer wordt in dit specifieke bijblad niet genoemd, maar de afhandeling getuigt van de strikte hiërarchische verhoudingen van die tijd. G.J. de Haer M. No
Samenvatting
Het document is een interne administratieve notitie betreffende de afhandeling van een verzoek ("verzoek"). Uit de aantekeningen kan het volgende proces worden gereconstrueerd:
1. 25 oktober: Het dossier wordt doorgezonden.
2. 28 oktober: De ambtenaar De Haer geeft opdracht om de heer Bodemeyer op te roepen.
3. 30 oktober & 1 november: Er staan data genoteerd voor de afspraak, waarbij de definitieve bespreking plaatsvindt op 1 november om 9:00 uur.
4. 1 november: De Haer rapporteert dat de zaak "als afgedaan" kan worden beschouwd. Bodemeyer is persoonlijk verschenen en hem is mondeling medegedeeld dat zijn verzoek is afgewezen.
De handschriften zijn trefzeker en wijzen op een ervaren administratieve kracht. De terminologie ("ontboden", "niet kan worden ingewilligd") is formeel-ambtelijk.
Historische Context
Het document dateert van de herfst van 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De Haer (waarschijnlijk dr. G.J. de Haer) was in die periode een hoge ambtenaar binnen het Nederlandse overheidsapparaat dat onder toezicht van de bezetter bleef functioneren. Het formulier "Algemene Zaken Model No. 14" werd gebruikt door het Ministerie van Algemene Zaken voor interne verslaglegging en dossierbeheer. De aard van het verzoek van Bodemeyer wordt in dit specifieke bijblad niet genoemd, maar de afhandeling getuigt van de strikte hiërarchische verhoudingen van die tijd.