Ambtelijk advies/brief.
Origineel
Ambtelijk advies/brief. 8 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). extra
VP/G.
85/55/3 M
1
8 November 1940.
Klacht van Th.Bodemeyer
inzake kramen op markt
Ten Katestraat.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.29 October jl. om advies ontvangen stuk no.982 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat het inderdaad zeer goed mogelyk is, dat adressant, wanneer hy een losse plaats op een der markten hier ter stede krygt toegewezen, aldaar een kraam geplaatst vindt. Deze kraam is dan afkomstig van een verhuurder, die tot het opzetten van de kramen op markten vergunning verkreeg van Burgemeester en Wethouders en die terzake, per verhuurde kraam een belasting, het zoogenaamde kramengeld, aan myn dienst moet betalen. De orde op de markten staat niet toe, dat tydens markttyd, terwille van een enkelen lossen koopman, die met een bakfiets op de markt wil komen en geen kraam wil gebruiken, de eenmaal geplaatste kraam wordt afgebroken. In den regel zyn achteraan de markten wel enkele plaatsen vry, waar geen kramen zyn geplaatst en waar kooplieden, die beslist hun eigen bakfiets wenschen te gebruiken, een losse plaats kunnen bezetten. Daartegen wordt dan dezerzyds geen bezwaar gemaakt. Overigens is het, krachtens artikel 27 lid 3 van het Reglement op de Markten, verboden om aldaar, zonder schriftelyke toestemming van den directeur van het Marktwezen een kraam te hebben, die niet van een verhuurder, wien vergunning is verleend, werd gehuurd.
Ik heb de eer U te adviseeren den adressant te doen berichten, dat de orde op de markt zou worden verstoord, indien in het door hem bedoelde geval een reeds geplaatste kraam zou worden afgebroken, zoodat hy, wanneer hy een losse marktplaats verlangt, waar zich reeds een kraam bevindt, verplicht is de huur voor die kraam te betalen.
De Directeur, In dit document reageert de Directeur van het Marktwezen op een klacht van een zekere heer Th. Bodemeyer. De essentie van het geschil is als volgt:
- De klacht: Bodemeyer wil met zijn bakfiets op een "losse plaats" op de markt (Ten Katestraat) staan zonder een kraam te huren. Hij stelt echter vast dat op de hem toegewezen plek vaak al een kraam staat die door een externe verhuurder is geplaatst.
- Het verweer: De directeur legt uit dat kramen vooraf worden geplaatst door vergunde verhuurders die hiervoor "kramengeld" aan de gemeente afdragen. Het afbreken van een reeds geplaatste kraam voor één individuele koopman met een bakfiets wordt gezien als een verstoring van de marktorde.
- De regels: Volgens het Markteglement (Art. 27 lid 3) is het verboden om eigen kramen te gebruiken of kramen te omzeilen, tenzij er schriftelijke toestemming is.
- Het advies: De directeur adviseert de wethouder om de klacht af te wijzen. Kooplui met bakfietsen kunnen achteraan de markt staan waar geen kramen zijn geplaatst. Kiezen ze toch voor een plek waar al een kraam staat, dan zijn ze verplicht de huur voor die kraam te betalen, ook al gebruiken ze die niet. Het document dateert van november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een strikt civiele, bureaucratische kwestie behandelt over marktordening, is het veelzeggend dat de dagelijkse administratie van de stad Amsterdam (gezien de verwijzing naar de Ten Katestraat) gewoon doorging.
De markt in de Ten Katestraat was (en is) een belangrijke volksmarkt in Amsterdam-West. In oorlogstijd was de regulering van markten cruciaal voor de voedselvoorziening en de controle op de handel. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een sleutelfiguur vanwege de invoering van de distributie en de schaarste aan goederen. Dit document illustreert de starheid van de toenmalige bureaucratie: regels omtrent marktorde en de inkomsten uit "kramengeld" kregen voorrang boven de praktische wensen van een individuele kleine ondernemer met een bakfiets.