Archiefdocument
Origineel
7 november 1940 De Directeur van het Marktwezen. [Briefhoofd]
MARKTWEZEN AMSTERDAM vP/HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 85/55/3 M.
BIJLAGE 1
ONDERWERP: Klacht van Th. Bodemeyer inzake kramen op markt Ten Katestraat.
AMSTERDAM (W.) 7 November 1940.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r .
[Handgeschreven notitie bovenin]
8/11-'40 [onleesbaar paraaf]
[Hoofdtekst]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 29 October jl. om advies ontvangen stuk no.982 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat het inderdaad zeer goed mogelijk is, dat adressant, wanneer hij een losse plaats op een der markten hier ter stede krijgt toegewezen, aldaar een kraam geplaatst vindt. Deze kraam is dan afkomstig van een verhuurder, die tot het opzetten van de kramen op markten vergunning verkreeg van Burgemeester en Wethouders en die terzake, per verhuurde kraam een belasting, het zoogenaamde kramengeld, aan mijn dienst moet betalen. De orde op de markten staat niet toe, dat tijdens markttijd, terwille van een enkelen lossen koopman, die met een bakfiets op de markt wil komen en geen kraam wil gebruiken, de eenmaal geplaatste kraam wordt afgebroken. In den regel zijn achteraan de markten wel enkele plaatsen vrij, waar geen kramen zijn geplaatst en waar kooplieden, die beslist hun eigen bakfiets wenschen te gebruiken, een losse plaats kunnen bezetten. [Handgeschreven toevoeging: Zie krachtens art. 27 lid 3 van het]
Ik heb de eer U te adviseeren den adressant te doen berichten, dat de orde op de markt zou worden verstoord, indien in het door hem bedoelde geval een reeds geplaatste kraam zou worden afgebroken, zoodat hij, wanneer hij een losse marktplaats verlangt, waar zich reeds een kraam bevindt, verplicht is de huur voor die kraam te betalen.
De Directeur,
[Paraaf]
[Handgeschreven kantlijnnotitie links]
† Daartegen wordt
van dezerzijds
geen bezwaar
gemaakt overigens
is het krachtens
het Reglement op
de Markten
verboden om
aldaar, zonder
schriftelijke toestemming
van den directeur van het
MW een kraam te
hebben, die niet van
een verhuurder, wien
vergunning is verleend,
werd geleverd.
[Voetnoot]
A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-9-'39-526. * Kern van het geschil: Een koopman (Th. Bodemeyer) heeft een klacht ingediend omdat hij op de Ten Katemarkt een plaats kreeg toegewezen waar al een kraam stond. Hij wilde echter zijn eigen bakfiets gebruiken en weigerde waarschijnlijk voor de kraam te betalen.
* Standpunt Marktwezen: De directeur stelt dat kramen vooraf worden opgezet door vergunde verhuurders die belasting (kramengeld) afdragen aan de gemeente. Het afbreken van een kraam tijdens markttijd voor een individuele verkoper wordt gezien als een verstoring van de orde.
* Regelgeving: De brief en de kantlijnnotitie verwijzen naar het Marktreglement. Kooplieden met eigen vervoer (bakfietsen) worden geacht plaatsen achteraan de markt te zoeken waar geen vaste kramen staan. Bovendien is het verboden om kramen te gebruiken die niet door officiële verhuurders zijn geleverd, tenzij er schriftelijke toestemming is.
* Besluit: De wethouder wordt geadviseerd de klacht af te wijzen: als een koopman op een plek met een kraam wil staan, moet hij de huur daarvoor betalen. Dit document dateert van november 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de politieke situatie in het land drastisch was veranderd, toont dit document de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie en de dagelijkse gang van zaken op de Amsterdamse markten, zoals de Ten Katemarkt. Het Marktwezen hield streng toezicht op de indeling van de openbare ruimte en de inkomsten uit marktgelden. De Ten Katemarkt was (en is) een belangrijke volksmarkt in Amsterdam-West, waar de strijd om een goede staanplaats tussen 'losse' kooplieden en gevestigde kraamhouders een terugkerend thema was.