Administratieve notitie / Schuldenoverzicht.
Origineel
Administratieve notitie / Schuldenoverzicht. 26 oktober 1940 (basislijst) met aantekeningen tot 7 november 1940. [Stempel linksboven:]
№ 85/57/M. 1940 30/10
[Rechtsboven handgeschreven:]
922
[Hoofdtekst:]
Schulden kramenverhuurders
per 26 October 1940
L. Abram f 3.87. [rechts:] vorige afrekening 1.98.
G. Waijers 11.63 [rechts:] 9.23.
J. Brand 21.49. [rechts:] 24.02.
[Stempel midden:]
29 OCT. 1940
[Paraaf rechts midden:]
Insp.
[Handgeschreven tekst onderzijde:]
(3)
Waijert is door mij ernstig onderhouden. Zal zorg dragen binnen enkele weken geheel bij te zijn met betalen en dan zorgen geen schuld meer te maken.
Brand is op 4-11-’40 door Marktopzich-ter Wolff aangezegd, dat hij deze week voor voldoende afbetaling van zijn schuld moet zorg dragen, daar hij anders de komende week geen stallen mag plaatsen.
L. Abram heeft op 4-11-’40 betaald.
[Rechtsonder:]
5-11-’40
de Haar
[Linksonder:]
7-11-’40
[Onleesbare handtekening/paraf] (M) Dit document betreft een overzicht van achterstallige betalingen van drie specifieke marktkooplieden of kramenverhuurders (Abram, Waijers en Brand) aan het begin van de Duitse bezetting in Nederland.
- L. Abram: Heeft zijn relatief kleine schuld op 4 november 1940 voldaan.
- G. Waijers (in de tekst "Waijert"): Is door een ambtenaar "ernstig onderhouden" (streng toegesproken) en heeft beterschap beloofd.
- J. Brand: Heeft de grootste schuld. De toon jegens hem is dwingender: de marktopzichter (Wolff) heeft hem een ultimatum gesteld. Indien hij niet betaalt, verliest hij het recht om zijn kramen te plaatsen.
De opeenvolging van data (26 okt, 29 okt, 4 nov, 5 nov en 7 nov) laat zien dat dit een lopend dossier was waarbij de bureaucratie de vorderingen nauwgezet opvolgde. De datum van het document (oktober/november 1940) plaatst het in de eerste maanden van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide de lokale administratie en de handhaving van marktreglementen nog grotendeels op de vooroorlogse wijze door.
Interessant is de vermelding van "Marktopzichter Wolff". De markten waren in die tijd cruciale knooppunten voor de voedselvoorziening en handel. Het streng handhaven van betalingsverplichtingen was essentieel voor de gemeentelijke inkomsten. De naam "L. Abram" valt op; gezien de tijdsperiode en de vervolging die kort hierna zou intensiveren, is het mogelijk dat dit een Joodse marktkoopman betrof, hoewel het document zelf op dit punt nog geen restrictieve maatregelen (zoals die later door de bezetter werden opgelegd) vertoont. G. Waijers J. Brand L. Abram Marktwezen