Archiefdocument
Origineel
8 februari 1939 Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de marktdienst of gemeentesecretarie) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier") [Links boven:] 40/1/1 M
[Midden boven, handgeschreven:] extra
[Rechts boven:] VP/G.
8 Februari 1939.
Automarkt Amstelveld.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Ingevolge Uw mondelinge opdracht heb ik de eer U met betrekking tot de automarkt op het Amstelveld het navolgende te rapporteeren.
De automarkt is aanvankelyk ingesteld by Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 17 Februari 1933 No.31/6 L.M.1932, krachtens hetwelk met ingang van 3 Maart d.a.v.by wyze van proef gelegenheid is gegeven om des Vrydags van 3 tot 8 uur n.m. op het Amstelveld auto's ter markt te brengen, onder bepaling, dat de plaatsen op dien dag 10 by 2 m zouden zyn, zoodat per auto 10 x ƒ 0,05 = ƒ 0,50 marktgeld moest worden betaald.
By hun Besluit d.d. 10 Augustus 1933 (No.31/6 L.M. 1932) besloten Burgemeester en Wethouders toe te staan, dat met ingang van 15 Augustus 1933 ook des Dinsdags op de bovenvermelde uren automarkt op het Amstelveld zou worden gehouden.
De hier bedoelde proefneming met een automarkt is niet geslaagd, hetgeen ik U in myn rapport d.d. 9 Januari 1935 (No.40/3 M) berichtte; echter had zich wel des Maandagsavonds een clandestiene automarkt op het Amstelveld ontwikkeld, welke markt vooral in de avonduren, dus na het uur van winkelsluiting werd gehouden.
Teneinde in een kenlyk ten deze bestaande behoefte te voorzien heeft de Gemeenteraad in zyn vergadering van 16 September 1936 (goedgekeurd by Koninklyk Besluit d.d. 7 Oc- * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toenmalige formele ambtelijke spelling (bijv. "aanvankelyk", "Vrydags", "zoodat", "myn"). De toon is uiterst beleefd ("heb ik de eer U... te rapporteeren").
* Inhoud: De tekst schetst de ontstaansgeschiedenis en de mislukking van de officiële automarkt op het Amstelveld tussen 1933 en 1935. Interessant is de vermelding van een "clandestiene automarkt" op maandagavonden. Dit toont aan dat er een natuurlijke behoefte was vanuit het publiek die niet overeenkwam met de door de gemeente vastgestelde tijden (vrijdag en dinsdag).
* Bestuurlijk proces: Het document laat de interactie zien tussen het College van B&W, de Wethouder en de Gemeenteraad, ondersteund door rapportages van de ambtelijke staf. De tekst breekt af bij de vermelding van de legalisering van de markt in 1936. Dit document stamt uit de late jaren '30, een periode waarin het autobezit in Nederland groeide en daarmee ook de handel in tweedehands voertuigen. Het Amstelveld in Amsterdam was van oudsher een plek voor diverse markten (bloemen, pluimvee). De poging om hier een gereguleerde automarkt te vestigen was een reactie op de moderne tijd.
De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. In die tijd vielen de Amsterdamse markten vaak onder dit portefeuille, omdat markten van oudsher primair voor de voedselvoorziening waren. Dat een "clandestiene" markt uiteindelijk leidde tot officiële regelgeving is een klassiek voorbeeld van hoe informeel stedelijk gebruik vaak voorloopt op officieel beleid. Het Amstelveld zou later, na de Tweede Wereldoorlog, nog lang bekend blijven als een plek voor de handel in (vaak oudere) auto's.