Ambtelijke dossierkaart/notitie (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Ambtelijke dossierkaart/notitie (Model No. 14, Algemene Zaken). Periode februari – maart 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 90/11/1 1940.
DOORGEZONDEN: 20/2-'40.
[Hoofdtekst]
Mosplein
Standpl. houder en
marktkoopman
vraagt ass. t.n.v. J Tijssen
alleen voor marktplaats? [onderstreept]
Tegen inwilliging van
het verzoek van K. Pruis om zich
tot wederopzegging op zijn
plaats op de markt Mosplein
te mogen laten assisteeren – mits [onduidelijk] – door J. Tijssen,
bestaat m.i. geen bezwaar.
[Marginale aantekeningen rechts]
Oproepen
21-2-'40
de Haes
O 23/2
advies
Leeftijd assistent
28-2-'40
de Haes
[Rode inkt midden onder]
90/11/2 M
[Datum linksonder rode tekst]
14-3-'40
de Haes
[Omcirkelde tekst onderaan]
( Modelbriefje 18-3-40 exp. WS )
[Voettekst links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Rechtsboven]
32 * Inhoud: Het document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek door marktkoopman K. Pruis. Hij vraagt toestemming om zich op zijn standplaats op het Mosplein te laten assisteren door J. Tijssen.
* Procesgang:
1. 20 feb: Binnenkomst/doorzending van het verzoek.
2. 21 feb: De assistent of aanvrager wordt opgeroepen voor nadere informatie.
3. 28 feb: Er wordt specifiek gecontroleerd op de "leeftijd assistent", waarschijnlijk in het kader van de Arbeidswet of marktverordeningen.
4. 14 maart: Ambtenaar De Haes geeft akkoord ("geen bezwaar").
5. 18 maart: Een standaardbevestiging (modelbriefje) wordt verzonden (exp. staat voor expedite of verzonden) door medewerker WS.
* Handschrift: Het betreft een vlot, zakelijk cursieverend handschrift, kenmerkend voor de Nederlandse administratie van halverwege de 20e eeuw. Dit document is afkomstig uit de periode vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markthandel in die tijd. Het Mosplein is een centraal plein in Amsterdam-Noord waar sinds 1922 een markt wordt gehouden. Voor elke wijziging in de bezetting van een kraam, inclusief het aanstellen van een assistent, was expliciete toestemming van de gemeente (waarschijnlijk de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam) vereist. De controle op de leeftijd van de assistent wijst op de handhaving van regels tegen kinderarbeid of de noodzaak voor een assistent om een bepaalde mate van handelingsbekwaamheid te hebben. De Haes (Ambtenaar) J. Tijssen K. Pruis M. No Gemeente Amsterdam Marktwezen