Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift). Gedateerd middels stempel: 11 april 1940 (of 11 mei 1940, gezien de "M."). Een anonieme marktkoopman (namens de marktkooplieden van het Hofplein). De "Weledele Heer" (waarschijnlijk de marktmeester of directeur van de markten). No 90/21/1 M. 1940 11/4 (stempel)
zi Insp (notitie)
Weledele Heer
Daar ik als handels man mijn
brood op de markt moet verdienen
en Zaterdags graag een beetje vroeg
uit zou willen pakken maar dat gaat
niet steeds moet ik als hollander
mee loten terwijl ik ontdekt heb
dat de Duitscher maar uit pakken
wanneer zij maar willen tenminste
een slager staat als Duitscher als vroeg
uit gestalt dat is toch niet op zijn
plaats want waarom als buiten,,
lander zoon een voorrecht ook staat
er één met scheermessjes voor een
zekeren Jan Plank dat is toch niet
op zijn plaats hopende dat u dat
als directeur eens zult onderzoeken
zoo blijf ik de markt koopman
( afz: marktkooplieden
Hofplein).
90 (onderaan rechts) De brief is een uiting van onvrede over de ongelijke behandeling van marktkooplieden op de Rotterdamse markt (Hofplein). De schrijver beklaagt zich erover dat hij als Nederlander ("hollander") moet deelnemen aan een loting om zijn waren te mogen uitstallen, terwijl Duitse handelaren ("de Duitscher") blijkbaar de vrijheid hebben om uit te pakken wanneer het hen schikt.
Er worden specifieke voorbeelden genoemd:
1. Een Duitse slager die al vroeg zijn waren heeft uitgestald.
2. Een persoon genaamd Jan Plank die scheermesjes verkoopt en blijkbaar ook een voorkeursbehandeling geniet.
De taal is eenvoudig en bevat enkele spellings- en grammaticale eigenaardigheden (zoals "uit gestalt" in plaats van "uitgestald" en de dubbele komma als afbreekteken), wat duidt op een schrijver uit de werkende klasse. De toon is verontwaardigd; de schrijver ziet de privileges voor buitenlanders als onrechtvaardig ten opzichte van de eigen bevolking. Dit document is historisch zeer interessant vanwege de datering: april/mei 1940. Dit is vlak voor of tijdens de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De spanningen tussen de Nederlandse bevolking en de in Nederland woonachtige Duitsers (vaak aangeduid als 'Rijksduitsers') liepen in deze periode hoog op.
In de jaren dertig en begin 1940 was er sprake van een groeiende economische en sociale frictie. Veel Nederlanders ervoeren de aanwezigheid en de (vermeende) privileges van Duitsers als een bedreiging. Het feit dat de marktkoopman expliciet het onderscheid maakt tussen de "hollander" die moet loten en de "Duitscher" die privileges geniet, past in de tijdgeest van de naderende oorlogsdreiging en het opkomende nationalisme. De brief is gericht aan de directeur van de markten, in de hoop dat deze de vermeende corruptie of ongelijkheid zal onderzoeken.