Handschriftelijke ambtelijke notitie op los blad.
Origineel
Handschriftelijke ambtelijke notitie op los blad. 2 oktober 1940 (stempel), met vervolgnotities op 4 en 8 oktober 1940. De huurovereenkomst met Maas
loopt voor onbepaalden tijd; doch kan
met inachtneming van een opzegtermijn van een week beëindigd
worden. Daar de kans uitgesloten is, dat
Maas ooit weer van zijn werkplaats
gebruik kan maken werd hem door
den bond geadviseerd om de huur
op te zeggen. Dit advies heeft hij tot
heden niet opgevolgd.
m.i. moet deze zaak schriftelijk
met Maas behandeld worden.
- 2 OCT. 1940
[Paraaf]
M.i. wachten totdat
de tabaksvergunning
wordt ingetrokken.
4-10-'40
[Initialen]
Accoord
8-10-40. Whaes
[Stempel/merkje] Het document schechetst een situatie waarin een zekere Maas een werkplaats huurt. Er is sprake van een huurcontract voor onbepaalde tijd met een korte opzegtermijn van slechts één week. De kern van de zaak is dat de kans "uitgesloten" wordt geacht dat Maas ooit nog gebruik zal kunnen maken van zijn werkplaats. Hoewel een niet nader genoemde "bond" (mogelijk een branchevereniging of vakbond) hem al had geadviseerd de huur op te zeggen, heeft Maas dit nog niet gedaan.
De eerste ambtenaar adviseert om de zaak schriftelijk af te handelen. Een tweede ambtenaar voegt op 4 oktober echter een voorwaarde toe: men moet wachten tot de "tabaksvergunning" formeel wordt ingetrokken. Dit suggereert dat de werkplaats werd gebruikt voor tabaksproductie of -handel. Op 8 oktober wordt hiermee definitief akkoord gegaan. De datum van het document, oktober 1940, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De stellige bewering dat de huurder "nooit weer" van zijn werkplaats gebruik zal kunnen maken, in combinatie met het intrekken van vergunningen, wijst sterk op de vroege stadia van de 'arisering' van het Nederlandse bedrijfsleven.
Tijdens de bezetting werden Joodse ondernemers stelselmatig uit hun zaken en werkplaatsen gezet via verordeningen die hun vergunningen introkken of hun eigendommen onder beheer stelden van een 'Verwalter'. Het noemen van een "tabaksvergunning" is hierbij specifiek interessant, daar de tabakssector streng gereguleerd werd. Dit document is hoogstwaarschijnlijk een intern memo van een overheidsinstantie of een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de liquidatie of overname van Joodse bezittingen administratief voorbereidde.