Getypte ambtelijke brief.
Origineel
Getypte ambtelijke brief. 2 October 1940. [Linksboven:] 97/10/2 M
[Rechtsboven:] M. Sixma / S/G.
[Rechtsmidden:] 2 October 1940.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Zooals ik U destyds reeds mondeling mededeelde is spoedig na de vestiging der sigarenmakers in de hal op de Centrale Markt gebleken, dat de capaciteit der beide droog-kamers (respectievelyk voor tabak en sigaren) verre de behoefte overschreed, hetgeen ten gevolge had, dat de kosten van het stoken (in den winter gecombineerd gas en centrale verwarming, in den zomer alleen gas) onevenredig hoog waren. By wyze van proef werd, in eigen beheer, voor het drogen van sigaren een provisorische droogkast gemaakt in hoofdzaak van materiaal afkomstig van de sigarenmakers-installatie op de Marinewerf. Tevens werd toen, ter vermindering van uitstra-lingsverliezen, eenige bekleeding voor de ramen aangebracht.
Het is gebleken, dat de kosten aan gasverbruik, welke blykens de aanvankelyke waarnemingen ca ƒ 100,- per maand bedroegen, na het in gebruik nemen der provisorische droog-kast, tot een bedrag van rond ƒ 450,- per jaar konden worden teruggebracht.
Een verdere besparing is te bereiken door ook het drogen van de tabak in een droogkast te doen geschieden. Voor dit doel werd, in hoofdzaak van reeds aanwezig materi-aal, een provisorische droogkast gebouwd.
Intusschen is de wenschelykheid gebleken, om althans voor het drogen van tabak, niet langer gebruik te maken van gasradiatoren met open vuurhaard, daar, door de stof die de tabak afgeeft, brandgevaar ontstaat en het ook voorkomt, dat het gas uitslaat, hetgeen - daar de gastoevoer steeds door-gaat, - zeer gevaarlyk kan zyn.
In de droogkast voor tabak dient daarom de gasradiator door een electrische radiator te worden vervangen.
Vooral ter voorkoming van het gevaar van het uitslaan van het gas, lykt het my voorts eveneens gewenscht, om ook de gasradiator in de droogkast voor sigaren door een elec-trische radiator met een ventilator voor geforceerden trek te vervangen. De kosten van aanschaffing van een en ander zullen in totaal ƒ 250,- bedragen, welke verminderd worden met het bedrag, waarvoor het Energiebedryf, naar ik ver-trouw, de ter beschikking komende gasradiatoren zal willen overnemen (vermoedelyk ƒ 40,- à ƒ 50,-). De brief is een formeel voorstel gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen om de droogfaciliteiten voor sigarenmakers op de Centrale Markt te moderniseren. De kernpunten zijn:
- Efficiëntie: De oorspronkelijke droogkamers waren te groot voor de behoefte, wat leidde tot excessieve stookkosten (circa 1200 gulden per jaar). Door over te stappen op kleinere, provisorisch gebouwde droogkasten konden deze kosten worden teruggebracht naar 450 gulden per jaar.
- Veiligheid: Het gebruik van gasradiatoren met een open vlam bij het drogen van tabak wordt als gevaarlijk bestempeld vanwege stofvorming (brandgevaar) en het risico dat de gasvlam uitwaait terwijl de gastoevoer open blijft (verstikkings- of ontploffingsgevaar).
- Investering: De schrijver stelt voor de gasradiatoren te vervangen door elektrische radiatoren en een ventilator. De geschatte kosten bedragen 250 gulden, deels te compenseren door de verkoop van de oude gasradiatoren aan het Gemeentelijk Energiebedrijf. Dit document stamt uit oktober 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een sterke focus op economisch beheer en het besparen van schaarse brandstoffen zoals gas. De "Centrale Markt" (het huidige Food Center Amsterdam) was een cruciaal knooppunt voor de voedsel- en goederenvoorziening. Het hergebruik van materialen van de Marinewerf duidt op een tijd waarin nieuwe materialen lastiger verkrijgbaar waren. De ambtelijke toon en de zorgvuldige kosten-batenanalyse zijn typerend voor de gemeentelijke bureaucratie die, ondanks de bezetting, in eerste instantie op de gebruikelijke wijze bleef functioneren.