Archiefdocument
Origineel
1 juli 1940. De Directeur (van de Centrale Markt Amsterdam, met handgeschreven paraaf/naam "U. Sixma"). Den Heer Stadsingenieur, Raadhuis, Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] U. Sixma
[Linksboven:]
S/HG.
98/7/1 M.
1
[Rechtsboven:]
1 Juli 1940.
[Onderwerp links:]
Vergoeding gebruik objecten
Centrale Markt door Duitsche
Etappe-dienst.
[Adres rechts:]
den Heer Stadsingenieur,
Raadhuis,
A l h i e r .
Ingevolge afspraak heb ik de eer U in bijlage de-
zes een declaratie te zenden, vermeldende de kosten, verband
houdende met de aanwezigheid van troepen van den Duitschern
Etappe-dienst op de Centrale Markt.
Ten behoeve van dezen dienst zijn twee telefoon-
verbindingen gemaakt, waarvan één direct op de stad en de
ander via het tableau der Centrale Markt.
De aansluitingskosten e.d. zoomede de gesprekken
op eerstgenoemde lijn worden direct door de Gemeente-Tele-
foon aan U gedeclareerd. De gesprekken op laatstgenoemde
lijn hebben over tableau geloopen en het aantal daarvan is
daarom niet op te geven; het is vermoedelijk niet van veel
beteekenis.
Verder heeft de Etappe-dienst gebruik gemaakt van
de sorteerloods en een deel der emballageloods op de Centrale
Markt, welke beide behooren tot de objecten welke aan de
N.V. Nederlandsche Veiling zijn verpacht en van de Cantine
Zuid behoorende tot de aan de N.V. Marcanti verpachte objec-
ten.
De directeur der N.V. Nederlandsche Veiling meent,
dat zijn N.V. als vergoeding een bedrag van f 25,- per dag
toekomt. De ten deze aan die N.V. en de aan de N.V. Marcanti
toekomende vergoeding is wellicht beter te schatten door den
dienst der Publieke Werken aan de hand van wat voor andere
objecten voor hetzelfde doel wordt vergoed.
Wellicht geeft deze schatting ook aanleiding tot
wijziging van het voor de kantoren gedeclareerde bedrag van
f 4,- per week.
[Onderschrift rechts:]
De Directeur, Dit document is een vroeg voorbeeld van de administratieve interactie tussen de Amsterdamse gemeentelijke diensten en de Duitse bezettingsmacht, slechts anderhalve maand na de capitulatie.
De kernpunten van de brief zijn:
* Logistieke vordering: De Duitse Etappe-dienst (verantwoordelijk voor logistiek en bevoorrading achter het front) heeft bezit genomen van vitale onderdelen van de Centrale Markt.
* Infrastructuur: Er zijn direct telefoonverbindingen aangelegd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen directe lijnen en lijnen via de marktcentrale.
* Zakelijke afwikkeling: De brief toont een opmerkelijke mate van bureaucratische continuïteit. Men probeert de schade en het gebruik te ramen in guldens (f).
* Prijsverschillen: Er ontstaat een discussie over de hoogte van de vergoeding; waar de N.V. Nederlandsche Veiling f 25,- per dag vraagt voor de loodsen, wordt voor kantoorruimte slechts f 4,- per week gerekend. De afzender vraagt de Stadsingenieur om een arbitrage via de Dienst der Publieke Werken. De Centrale Markt in Amsterdam (gelegen aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de oorlog van cruciaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De vordering door de Duitse Etappe-dienst duidt erop dat de bezetter de markt direct inzette voor eigen militaire logistiek.
De genoemde N.V. Marcanti was de exploitant van de bekende kantine en het evenementengebouw op het marktterrein. De directeur die de brief ondertekende is zeer waarschijnlijk de heer Sixma, die in die periode de leiding had over de markthallen. De brief illustreert de spagaat waarin ambtenaren zich bevonden: het faciliteren van de bezetter terwijl men probeerde de zakelijke en financiële belangen van de stad en de pachters (zoals de Veiling en Marcanti) te behartigen.