Archiefdocument
Origineel
29 juli 1940 (oorspronkelijke datum 15 juli 1940 is doorgehaald). De Stadsingenieur van de gemeente Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W). f.s. .. [linksboven]
St 1045 / 105E [rechtsboven]
Amsterdam, ~~15 Juli j.l.~~
29 Juli 1940.
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam. W.
via Th. Myhoff [kantlijn links]
In antwoord op Uw schrijven
van 15 Juli j.l. deel ik U mede,
dat in de dezer dagen verschenen
verordeningen N\^os 49 en 50, Stuk 11,
van de Duitsche Overheid geen bepalingen
zijn opgenomen betreffende vorderingen
als door U bedoeld.
Een nadere regeling hieromtrent zal
derhalve moeten worden afgewacht, al-
vorens ik U ter zake ~~verdere~~ mede-
deelingen kan doen.
De Stadsingenieur,
[onleesbare handtekening, mogelijk Menn of Mens] De brief is een formeel antwoord van de Stadsingenieur aan de Directeur van het Marktwezen (gevestigd in de Centrale Markthallen). De kern van de correspondentie betreft de vraag of nieuwe regelgeving van de bezetter invloed heeft op bepaalde "vorderingen" (opeisingen). De Stadsingenieur concludeert na bestudering van het Verordeningenblad (Stuk 11, verordeningen 49 en 50) dat deze specifieke kwesties nog niet geregeld zijn.
De doorhaling van de datum (van 15 naar 29 juli) duidt erop dat het antwoord is aangehouden tot de betreffende publicaties van de Duitse overheid beschikbaar waren voor controle. De kanttekening "via Th. Myhoff" verwijst waarschijnlijk naar de ambtenaar die belast was met de afhandeling of doorgeleiding van dit specifieke dossier. Dit document is geschreven slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940). Het toont hoe de Nederlandse bureaucreatie direct geconfronteerd werd met de nieuwe juridische realiteit van het Reichskommissariat.
De genoemde verordeningen 49 en 50 uit juli 1940 hadden betrekking op de organisatie van de voedselvoorziening en economische controle. Voor het Marktwezen, dat verantwoordelijk was voor de Amsterdamse markten en de distributie van levensmiddelen, was het essentieel om te weten welke bevoegdheden de bezetter claimde ten aanzien van vorderingen van goederen of materieel. Het document illustreert de administratieve onzekerheid en de noodzaak voor ambtenaren om strikt volgens de nieuwe Duitse verordeningen te werken. Gemeente Amsterdam Marktwezen