Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. Dinsdag 17 oktober 1939. No.96/24/1 M.1939 20/11
No.515/147 Kab.Bn. Huur gemeentelokalen in verband
No.867 L.M.1939 met luchtbescherming.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Dinsdag 17 October 1939.
De Voorzitter brengt ter tafel, onder herinnering aan het besprokene in
de vergadering van 15 September jl., verzoekschriften van de Vrijwillige Burger-
wacht, het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers en de Amsterdamsche Vereeniging
voor Luchtbescherming om, in verband met de buitengewone tijdsomstandigheden,
gratis verschillende lokalen van de Gemeente in bruikleen te mogen ontvangen,
alsmede de te dezer zake uitgebrachte adviezen van den Wethouder voor de Fi-
nanciën.
Na gehouden bespreking besluit de vergadering, het volgende te bepalen:
1. in den regel dienen, bij het in bruikleen afstaan van gebouwen, lokalen
en terreinen der Gemeente, de huur en de uit de ingebruikneming voort-
vloeiende onkosten, welke in den regel niet ten laste van den verhuurder
komen, aan de Gemeente te worden betaald;
2. geen huur te erlangen, indien de objecten anders niet verhuurd zouden zijn;
3. aan bovengenoemde instellingen, in verband met de buitengewone tijdsomstan-
digheden, de gevraagde lokalen in bruikleen af te staan;
4. de uit de ingebruikgeving der onder 3 bedoelde lokalen voor de Gemeente
ontstane kosten (derving van huur, verlichting, verwarming, enz.) voor het
jaar 1939 te bestrijden uit het krediet van f 1.300.000 ten behoeve van
maatregelen in verband met de buitengewone omstandigheden, waarvan de be-
schikbaarstelling aan den Gemeenteraad is gevraagd bij voordracht van 12
October 1939 No.689 (Gemeenteblad 1939, Afd.I, blz.1563).
Afschrift hiervan zal worden gegeven aan de afdeelingen Algemeene Zaken
(4 stuks), Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen
(2 stuks), Onderwijs (2 stuks), Publieke Werken (4 stuks) en Financiën (2 stuks)
en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan
het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.
Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
get. Van Lier. Dit document legt een formeel besluit vast van het Amsterdamse college van B&W over de financiële en praktische afhandeling van het gebruik van gemeentepanden door civiele verdedigingsorganisaties.
De kernpunten van het besluit zijn:
* Afwijking van de norm: Normaal gesproken moet voor gemeentelijk vastgoed huur en onkosten betaald worden.
* Coulance door omstandigheden: Vanwege de "buitengewone tijdsomstandigheden" (de dreiging van de Tweede Wereldoorlog) mogen organisaties zoals de Vrijwillige Burgerwacht en de Luchtbescherming gratis gebruikmaken van deze panden.
* Financiële dekking: De derving van inkomsten en de extra kosten voor gas, licht en water worden gedekt uit een speciaal noodfonds van 1,3 miljoen gulden dat door de Gemeenteraad is gealloceerd voor crisismaatregelen.
* Brede distributie: Het besluit wordt gedeeld met vrijwel alle belangrijke gemeentelijke diensten, wat duidt op de grote schaal waarop gebouwen beschikbaar werden gesteld (scholen, wasinrichtingen, publieke werken). Het document dateert van 17 oktober 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was en niet direct bij het oorlogsgeweld betrokken, was de Tweede Wereldoorlog in september 1939 uitgebroken met de Duitse inval in Polen.
In Nederland heerste de staat van mobilisatie. De "buitengewone tijdsomstandigheden" waar de tekst naar verwijst, is de ambtelijke term voor deze crisissituatie. De overheid trof op alle niveaus voorbereidingen voor een mogelijk conflict. De Luchtbeschermingsdienst (LBD) en organisaties als de Vrijwillige Burgerwacht speelden hierin een cruciale rol bij het voorbereiden van de burgerbevolking op luchtaanvallen en het handhaven van de orde.
Dit extract toont aan hoe de gemeente Amsterdam haar administratieve en financiële regels versoepelde om deze vormen van "vrijwillige" landsverdediging en civiele bescherming maximaal te faciliteren met bestaand vastgoed. Het genoemde krediet van 1,3 miljoen gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag, wat de ernst van de situatie onderstreept.