Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 12 maart 1940. Onbekende ambtenaar (initialen VP/HG). [Handgeschreven rechtsboven:]
ter. Hr. Sirenza
ter. Hr. Müller
[Getypt midden boven:]
VP/HG.
[Linkerkant:]
99/2/4 M.
1
Plaatsing van Diesel-pomp
door N.V. Service op door
haar gehuurd terrein Cen-
trale Markt.
[Rechterkant:]
Verzonden 12/3-1940. [handgeschreven]
12 Maart 1940.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Body tekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te
doen toekomen van een op 8 Maart jl. door de N.V. Service i.o.
aan mij gerichten brief. Deze brief is de bevestiging van een
met de voornoemde N.V. gevoerde bespreking, waarbij is komen
vast te staan, dat het voor de N.V. wenschelijk is, om op de
Centrale Markt ook olie voor Dieselmotoren te verkoopen.
Krachtens een aan haar door Burgemeester en Wet-
houders gerichte missive d.d. 21 November jl. (No. 705 L.M.
1938) is het der voornoemde N.V. voorloopig toegestaan om, in
afwijking van de met haar gesloten overeenkomst (behoorende
bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 25 Augustus
1939 No. 705 L.M. 1938) een beperkter uitvoering aan hare ver-
plichtingen te geven, weshalve zij in de eerste zes maanden
van de overeenkomst met betaling van een monopolierecht van
f 400,- 's jaars (in plaats van f 1.000,- 's jaars) kan vol-
staan, terwijl daarna van zes maanden tot zes maanden, op
grond van een accountantsonderzoek de hoogte van het monopo-
lierecht zal worden vastgesteld. De N.V. Service is thans
bereid om, binnen den termijn van zes maanden, het door haar
verschuldigde monopolierecht met f 200,- per jaar te doen
verhoogen, op grond van het feit, dat zij een nieuwe pomp
mag plaatsen. Het is de bedoeling, dat voor het overige de Deze brief vormt een schakel in de administratieve afhandeling van concessies op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is de uitbreiding van de bedrijfsactiviteiten van "N.V. Service i.o." (in oprichting). Zij willen dieselolie gaan verkopen en daarvoor een nieuwe pomp plaatsen.
Interessant is de financiële context: er bestond blijkbaar een geschil of een bijzondere regeling over de hoogte van het "monopolierecht" (een soort concessievergoeding). Vanwege een eerdere "beperkter uitvoering" van hun verplichtingen was dit recht verlaagd van 1000 naar 400 gulden per jaar. Met de komst van de dieselpomp wordt voorgesteld dit bedrag weer met 200 gulden te verhogen. Het document toont de zorgvuldige, bijna bureaucratische afweging tussen commerciële belangen en gemeentelijke inkomsten, waarbij zelfs accountantsonderzoeken worden ingezet om de juiste prijs te bepalen. De datum van de brief, 12 maart 1940, is historisch relevant: dit is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De Nederlandse samenleving was op dat moment reeds gemobiliseerd en er heerste een sfeer van dreiging, wat de functie van "Wethouder voor de Levensmiddelen" (verantwoordelijk voor distributie en voedselvoorziening) extra gewichtig maakte.
De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center terrein aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de hoofdstad. De overgang van benzine naar dieselmotoren was in die tijd een technologische trend in het transportwezen, wat de noodzaak voor een dieselpomp op dit terrein verklaart. De handgeschreven namen "Sirenza" en "Müller" verwijzen waarschijnlijk naar de betrokken ambtenaren of adviseurs die het dossier moesten beoordelen.