Ambtelijke notitie / intern advies.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern advies. 10 september 1940. N.V. Servie i.o.
De twee door den accountant, Jules Bremet
ingediende kwartaals-balansen moeten aan
den Wethouder ter beoordeeling van de afd.
Financiën worden toegezonden.
(zie no 705 L M 1939 (3)/14/27 m 1939 15/11)
Daar op grond van de verkregen bedrijfsresultaten
over het eerste halfjaar 1940
van een redelijk loonende
exploitatie niet gesproken kan worden,
moet de N.V. Servie m.i. van de verdere
betaling boven de reeds betaalde f 250,-
wegens monopolierechten, over het tweede
halfjaar 1940 worden vrijgesteld.
[Gestempeld: 10 SEP. 1940]
[Handtekening/Paraaf]
[Bijgeschreven in marge/onderzijde:]
d.
99/5/2 [in rood potlood]
12/9/'40 [Paraaf] Het document is een ambtelijk advies betreffende de vennootschap "N.V. Servie i.o." (in oprichting). De kern van de tekst bestaat uit twee delen:
1. Procedureel: Twee kwartaalbalansen van accountant Jules Bremet moeten ter beoordeling naar de Wethouder van Financiën worden gestuurd. Er wordt verwezen naar een dossiernummer uit 1939.
2. Inhoudelijk advies: De opsteller stelt vast dat de bedrijfsresultaten over de eerste helft van 1940 tegenvallen ("niet gesproken kan worden van een redelijk loonende exploitatie"). Op basis hiervan wordt geadviseerd om de firma voor de tweede helft van 1940 vrij te stellen van de betaling van monopolierechten, aangezien er al 250 gulden is voldaan.
De schrijfstijl is formeel-ambtelijk ("den", "toegezonden", "mijns inziens"). Het handschrift is een vlot, geoefend zakelijk handschrift uit het midden van de 20e eeuw. Dit document dateert van september 1940, enkele maanden na de Duitse inval in Nederland. Ondanks de bezetting ging de reguliere gemeentelijke administratie in eerste instantie grotendeels op de oude voet verder.
De term "monopolierechten" duidt erop dat de N.V. Servie waarschijnlijk een concessiehouder was voor een specifieke dienst (zoals personenvervoer of een nutsdistributie) waarvoor zij een vergoeding aan de gemeente moest betalen. De tegenvallende resultaten in het eerste halfjaar van 1940 zijn direct te relateren aan de economische ontwrichting door de oorlogsdreiging en de daadwerkelijke inval in mei van dat jaar. Het document toont aan dat de overheid in die periode rekening hield met de gewijzigde economische omstandigheden door belasting- of retributiedruk te verlichten voor noodlijdende bedrijven.