Zakelijke brief / Accountantsverslag.
Origineel
Zakelijke brief / Accountantsverslag. Jules Bromet, Accountant, Amsterdam. Directie der N.V. Centrale Marktservice i.o. (in oprichting), Amsterdam. JULES BROMET
ACCOUNTANT
AMSTERDAM
===========
Aan de Directie der
N.V. Centrale Marktservice i.o.
A M S T E R D A M .
Myne Heeren,
Ingevolge Uw opdracht heb ik de balans en verlies- en winstrekening opgemaakt over de termyn van 22 December 1939 t/m 30 Juni 1940, waarvan ik U bygaand een exemplaar doe toekomen.
Onderstaand laat ik eenige bemerkingen omtrent deze stukken volgen.
B A L A N S .
Kas.
Saldo ad Fl. 980.53 stemt overeen met het bedrag, dat het kasboek aangeeft.
Debiteuren.
Saldo ad Fl. 94.34 heeft betrekking op op rekening geleverde benzine, olie en dieselolie. In April werd op rekening geleverd Fl. 663.12, in Mei Fl. 201.72, terwyl in Juni alles à contant werd afgeleverd. Hiermede is de teruggang in de post Debiteuren t.o.v. de balans per 31 Maart 1940 verklaard.
Voorraden.
Olie en Petroleum werden voor de kostprys opgenomen.
Benzine. Hiervan komt op de balans een voorraad voor, daar deze in consignatie door de A.P.C. verstrekt wordt. Uit de aard der zaak komt dus aan de creditzyde van de balans een schuld voor aan de A.P.C. voor de sinds de laatste meteropname verkochte hoeveelheden. Vandaar de op de balans voorkomende creditpost "Te betalen benzine F 230.30
[In de linker marge staat in rood potlood geschreven:]
f. geen ? In dit document brengt accountant Jules Bromet verslag uit aan de directie van de Centrale Marktservice i.o. Het betreft een toelichting op de financiële cijfers over de eerste helft van 1940.
Enkele opvallende punten uit de analyse:
* Bedrijfsvoering: De N.V. Centrale Marktservice hield zich blijkbaar bezig met de handel in brandstoffen (benzine, olie, diesel, petroleum). Het bedrijf was ten tijde van het schrijven nog "in oprichting" (i.o.).
* Overgang naar contante betaling: Bromet merkt op dat er in juni 1940 plotseling alleen nog "à contant" (tegen contante betaling) werd geleverd, in tegenstelling tot de maanden daarvoor toen er nog op rekening werd verkocht. Dit verklaart de sterke daling in de post 'Debiteuren'.
* Consignatie: De benzine werd geleverd door de A.P.C. (American Petroleum Company, de voorloper van Esso in Nederland) op basis van consignatie. Dit betekent dat de voorraad eigendom bleef van de leverancier totdat het verkocht werd, waarna de schuld aan de A.P.C. ontstond.
* Marginalia: De handgeschreven opmerking "f. geen ?" in de marge lijkt een vraagteken te zetten bij de post voorraden of de specifieke vermelding van de schuld aan de A.P.C. Dit document is historisch interessant vanwege de datering. De verslagperiode eindigt op 30 juni 1940, slechts anderhalve maand na de Duitse inval in Nederland (mei 1940).
De opmerking dat er vanaf juni alleen nog contant werd afgerekend, is een directe aanwijzing voor de economische onzekerheid en de verstoring van het normale handelsverkeer direct na het begin van de bezetting. Leveranciers en afnemers vertrouwden het kredietverkeer niet meer en eisten directe betaling.
Daarnaast is de persoon Jules Bromet van belang. Jules Bromet was een bekende Joodse accountant in Amsterdam. Veel van zijn cliënten waren eveneens Joodse ondernemers of bedrijven. De "Centrale Marktservice" hield waarschijnlijk verband met de Amsterdamse markthandel (zoals de Centrale Markthallen), een sector waarin veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren. Documenten van zijn hand uit deze periode getuigen van het voortbestaan van de normale zakelijke administratie in de eerste chaotische maanden van de bezetting, vlak voordat de anti-Joodse maatregelen de economische positie van Joodse professionals en ondernemers systematisch zouden gaan vernietigen.