Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 22 oktober 1940. De Burgemeester van Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM
No. 711 V.H. 1940. Amsterdam, 22 October 1940.
[Handgeschreven parafen: o.a. m. Broerse, W. v. Dijk, en andere onleesbare initialen]
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Zooals U ongetwijfeld bekend is, vindt het gebruik van houtgas-generatoren meer en meer toepassing. Zeer onlangs is ook door de Gemeente een 12-tal van deze generatoren aangeschaft, welke thans worden gemonteerd. Het is de bedoeling, een zeker aantal van de op houtgas om te bouwen auto's te bestemmen voor algemeen gemeentelijk vervoer, d.w.z. voor ongeregeld afwisselend vervoer voor Diensten en Bedrijven, waarvoor dit noodzakelijk is.
Omtrent de beschikbaarstelling van de benoodigde hoeveelheid motorbrandstof is momenteel een regeling in samenwerking met de groote Benzinemaatschappijen en met de Nederlandsche Heidemaatschappij in voorbereiding.
In afwachting van het tot stand komen van deze regeling en tevens voor aanvulling van de op die wijze beschikbaar komende hoeveelheden hout, komt het mij zeer gewenscht voor, dat alle Diensten en Bedrijven, die nu of in de toekomst over oud hout of houtafval beschikken, dit voortaan niet van de hand doen, of als brandhout gebruiken, doch dit voor het beoogde doel reserveeren.
Opgemerkt wordt hierbij, dat voor houtgasgeneratoren practisch nagenoeg alle houtsoorten bruikbaar zijn, zoowel hout afkomstig van sloopwerken, afval van timmerwerkplaatsen en bouwwerken en ook versch hout (stammen en takken), terwijl geverfd hout evenzeer in aanmerking komt als ongeverfd hout.
Niet geschikt is echter: tropisch hardhout, b.v. djatti of teak, bankirai e.d. en sterk door teer, creosootolie of anderszins verontreinigd hout (b.v. afkomstig van houtbestrating).
Ik verzoek U met spoed — doch uiterlijk op 31 October 1940 — een opgaaf te verstrekken aan den Voorzitter van de onlangs ingestelde Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, kamer 198, van de hoeveelheid hout in m3, welke U, naar globale schatting, in totaal tot 1 Januari 1941 voor bovenstaand doel beschikbaar kunt stellen, terwijl ik U voorts moge verzoeken, voortaan in geen geval over oud hout te beschikken, dit te verkoopen of te vernietigen, zonder voorkennis van de Kleine Benzinecommissie.
EL
De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening/Stempel: onleesbaar, mogelijk van een waarnemend functionaris of de destijds fungerende burgemeester]
Aan
Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratien. * Kernboodschap: De gemeente Amsterdam dwingt de centralisatie af van al het beschikbare afvalhout binnen haar diensten. Dit hout is nodig als brandstof voor houtgasgeneratoren (carburateurs die hout omzetten in gas) om gemeentelijke voertuigen rijdende te houden.
* Techniek: Het document geeft een interessant inkijkje in de technische vereisten van houtgasgeneratoren: bijna alle hout (inclusief geverfd hout en sloopafval) is bruikbaar, behalve tropisch hardhout of chemisch verontreinigd hout (zoals oude tram- of wegblokjes gedrenkt in creosoot).
* Organisatie: De oprichting van de "Kleine Benzinecommissie" duidt op een snelle bureaucratisering van de schaarste. Er wordt een strikte deadline gesteld voor inventarisatie (binnen 9 dagen).
* Toon: De toon is formeel en dringend, wat past bij de crisissituatie van de vroege bezettingsjaren. * Historische periode: Dit schrijven dateert van vijf maanden na de Nederlandse capitulatie. De Duitse bezetter vorderde direct grote hoeveelheden benzine voor de Wehrmacht, waardoor civiel transport direct stil kwam te liggen of moest overschakelen op noodoplossingen.
* Schaarste-economie: Houtgasgeneratoren werden tijdens de Tweede Wereldoorlog het symbool van de schaarste. Auto's kregen grote 'ketels' voorop of achterop waarin hout werd vergast. Dit was minder efficiënt en vervuilend, maar de enige manier om zonder schaarse vloeibare brandstof te rijden.
* Bestuur: Burgemeester Willem de Vlugt was begin oktober 1940 door de Duitsers ontslagen. De brief is gedateerd op 22 oktober, een periode waarin het Amsterdamse bestuur in een overgangsfase zat naar een meer pro-Duitse koers onder toezicht van de bezetter (uiteindelijk resulterend in de aanstelling van Edward Voûte in 1941). De bureaucratische machine van de stad draaide echter door en richtte zich op het draaiende houden van de essentiële diensten onder de nieuwe omstandigheden van de schaarste-economie. Gemeente Amsterdam Wehrmacht