Archiefdocument
Origineel
2 september 1940. Gemeentelijk Materialen Bureau, Amsterdam. De Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:] $N^o$ 100/6/2 M. 1940 3/9
GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM
[Logo: Wapen van Amsterdam]
GEMEENTELIJK MATERIALEN BUREAU
AMSTERDAM (C.), - 2 SEP. 1940 194......
[Paars adresstempel over de adresregel:]
~~SINT AGNIETENSTRAAT 4,~~ TEL. 43130, TOESTELLEN 483, 568, 569.
OUDEZIJDS ACHTERBURGWAL 213
AAN den Heer Directeur v/h Marktwezen
[Handgeschreven aantekening over de geadresseerde: uit Hofmeijer?]
te Amsterdam.
No. 5/18 G.M.B.
Ten vervolge op mijn schrijven van 26 Augustus 1940, No. 5/18 G.M.B. deel ik U mede, dat het Gemeentelijk Materialenbureau van het Rijksbureau voor Aardolieproducten vergunning heeft ontvangen voor verbruik door Uw Dienst of Bedrijf uit Uw geblokkeerden voorraad gedurende de periode van 10 September tot en met 9 October 1940 tot een maximum van ...... dertig ........... (. 30 .. ) liter petroleum
Ik meen er op te mogen rekenen, dat het verbruik van petroleum zooveel mogelijk zal worden ingekrompen.
EB. [Handgeschreven paraaf]
Het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau,
[Handtekening]
P. de Kruijff
1000-5-'40 * Inhoud: In deze brief wordt aan de directeur van het Marktwezen te Amsterdam officieel medegedeeld dat er toestemming is verleend om gedurende één maand 30 liter petroleum te gebruiken uit de eigen 'geblokkeerde' voorraad.
* Toon: De toon is strikt zakelijk en dwingend. De afzender sluit af met een moreel appel om het verbruik "zooveel mogelijk" te beperken, wat wijst op de groeiende schaarste.
* Bureaucratie: Het document illustreert de complexe distributieketen: het Gemeentelijk Bureau handelt hier in opdracht van het landelijke 'Rijksbureau voor Aardolieproducten'.
* Opvallend: Het feit dat een gemeentelijke dienst toestemming moet vragen om een zeer kleine hoeveelheid (30 liter) van zijn eigen voorraad te gebruiken, benadrukt de totale controle van de overheid op brandstoffen in oorlogstijd. Dit document stamt uit september 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Direct na de inval in mei 1940 werd de "Distributiewet" strikt toegepast om vitale grondstoffen zoals brandstof te rantsoeneren. Dit was enerzijds om de eigen economie draaiende te houden en anderzijds om middelen beschikbaar te houden voor de Duitse oorlogsmachinerie.
De "Rijksbureaus" waren semi-overheidsinstellingen die toezagen op de verdeling van grondstoffen. Het "Marktwezen" in Amsterdam was verantwoordelijk voor de exploitatie van de vele markten in de stad (zoals de Centrale Markthallen). Dat zij voor een periode van een maand slechts 30 liter petroleum toegewezen kregen, geeft aan hoe drastisch de besparingen waren. Petroleum was destijds nog cruciaal voor verlichting en eenvoudige verwarming in marktkramen en kantoren.