Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 2 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, bijv. Marktwezen of Openbare Werken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Rechtsboven, handgeschreven:]
1 ex. Gr. de Haer.
[Linksboven:]
VP/HG.
[Midden boven, handgeschreven:]
extra.
[Linkermarge:]
15/7/1 M.
1
Brandgevaar op
standplaatsen.
[Rechtsmidden:]
2 October 1939.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een couranten-
knipsel te doen toekomen, waaruit blijkt, dat de afgeloopen
week door een benzinelamp brand is ontstaan op een stand-
plaats hier ter stede. Zooals U bekend is werd bij besluit
van Burgemeester en Wethouders d.d. 16 Juni jl. (No.167 L.M.
1939) het Reglement op de Markten aangevuld met een voor-
schrift, waarbij het gebruik van benzine op markten werd
verboden, terwijl bovendien aan de lampen bepaalde eischen
worden gesteld. Ik geef U beleefd in overweging wel te wil-
len bevorderen, dat soortgelijke bepalingen onder de voor-
waarden, die aan de standplaatsvergunningen zijn verbonden,
worden opgenomen. Terzake ware wellicht vooraf nog het
advies te vragen van Uw Ambtgenoot voor de Brandweer.
De Directeur, Deze brief is een ambtelijk advies naar aanleiding van een concreet incident: een brand veroorzaakt door een benzinelamp op een standplaats in de stad. De Directeur wijst de Wethouder voor de Levensmiddelen op een eerdere besluitvorming (juni 1939) waarbij het gebruik van benzine op de reguliere markten al aan banden was gelegd.
De kern van de brief is een beleidsvoorstel: de Directeur adviseert om de veiligheidsvoorschriften die al voor markten gelden, nu ook op te nemen in de algemene voorwaarden voor standplaatsvergunningen (bijv. voor kiosken of losse kramen buiten de markt). Er wordt tevens geadviseerd om de wethouder belast met de Brandweer hierbij te consulteren voor deskundig advies. Het document dateert van oktober 1939, een maand na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (waarin Nederland destijds nog neutraal was). In deze periode was brandveiligheid in de dichtbebouwde steden een groot punt van zorg. Benzinelampen waren een veelgebruikte, maar riskante lichtbron voor straathandelaren.
De brief illustreert hoe lokale overheden werkten aan het harmoniseren van regelgeving: wat voor de officiële markt gold, moest ook gaan gelden voor andere vormen van straatverkoop ("standplaatsen"). Het taalgebruik is kenmerkend voor de vooroorlogse ambtelijke etiquette ("heb ik de eer U", "geef U beleefd in overweging"). De term "Levensmiddelen" in de titel van de wethouder wijst op een specifieke portefeuille die in die tijd essentieel was voor de distributie en controle van voedsel in de stad.