Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of archiefkopie). 18 november [190]9 of [191]9. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een aanverwante gemeentelijke afdeling). 1 18 November 9
15/9/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
Onder mededeeling, dat deze uitgaaf kan worden gebracht ten
laste van den post: verlichting der kramen op de markten,
no. 834 artikel c 16 der loopende begrooting, heb ik de eer
U beleefd te verzoeken mij tot het doen van deze uitgaaf wel
te willen machtigen.
De Directeur, De kern van dit document is een formeel verzoek om financiële machtiging. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst vraagt toestemming aan de wethouder om kosten te maken voor de verlichting van marktkramen. Opvallend is de administratieve precisie: de schrijver specificeert exact onder welke begrotingspost de uitgave valt (nummer 834, artikel c 16 van de lopende begroting). Dit duidt op een strikt bureaucratisch proces waarbij voor elke feitelijke uitgave, ook als deze reeds in de begroting was opgenomen, een expliciete goedkeuring van het dagelijks bestuur (de wethouder) nodig was. De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In de vroege 20e eeuw, en specifiek rond de periode van de Eerste Wereldoorlog (indien het jaartal 1919 betreft), was de voedselvoorziening in Amsterdam een kritieke publieke taak. Markten speelden een centrale rol in de distributie van betaalbaar voedsel aan de burgerij. Adequate verlichting van de kramen was noodzakelijk om de markten tijdens de korte winterdagen langer open te houden en de veiligheid en doorstroming te garanderen. Het document illustreert de professionalisering en de gedetailleerde boekhoudkundige controle van het Amsterdamse stadbestuur in die tijd.
Samenvatting
De kern van dit document is een formeel verzoek om financiële machtiging. De directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst vraagt toestemming aan de wethouder om kosten te maken voor de verlichting van marktkramen. Opvallend is de administratieve precisie: de schrijver specificeert exact onder welke begrotingspost de uitgave valt (nummer 834, artikel c 16 van de lopende begroting). Dit duidt op een strikt bureaucratisch proces waarbij voor elke feitelijke uitgave, ook als deze reeds in de begroting was opgenomen, een expliciete goedkeuring van het dagelijks bestuur (de wethouder) nodig was.
Historische Context
De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In de vroege 20e eeuw, en specifiek rond de periode van de Eerste Wereldoorlog (indien het jaartal 1919 betreft), was de voedselvoorziening in Amsterdam een kritieke publieke taak. Markten speelden een centrale rol in de distributie van betaalbaar voedsel aan de burgerij. Adequate verlichting van de kramen was noodzakelijk om de markten tijdens de korte winterdagen langer open te houden en de veiligheid en doorstroming te garanderen. Het document illustreert de professionalisering en de gedetailleerde boekhoudkundige controle van het Amsterdamse stadbestuur in die tijd.