Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 1 februari 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktdienst of een vergelijkbare gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam (afgeleid van de term "Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] M. de Waal
HG.
[Handgeschreven midden boven:] Verzonden 2/2
17/2/1 M.
1
1 Februari 1939.
Toepassing artikel 11 c
Reglement op de Markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Ten vervolge op mijn brief d.d. 20 December 1938 (No.17/1/14 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes een tiende opgave te doen geworden van personen, die langer dan zes achtereenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11 c van het Reglement op de Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lijst voorkomende personen is de gedragslijn gevolgd omschreven in mijn brief d.d. 8 Maart 1937 No.17/5/1 M., waaraan U, blijkens Uw apostille d.d. 10 April 1937 No.330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten. Zooals U bekend is, heeft de Commissie van Advies voor de Markten zich eveneens hiermede vereenigd. (Vide mijn brief d.d. 18 Mei 1937 No.17/5/6 M.).
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief waarin de Directeur van een gemeentelijke dienst rapporteert aan de bevoegde wethouder. De kern van de zaak is de handhaving van marktreglementen.
De brief meldt dat een groep marktkoplui hun vaste staanplaatsen al meer dan een half jaar niet hebben gebruikt. De reden hiervoor is opmerkelijk: deze personen ontvingen "ondersteuning" (sociale steun). In die tijd was het vaak een voorwaarde voor het ontvangen van steun dat men geen eigen inkomsten uit arbeid of handel mocht genereren. Omdat zij niet mochten werken, bleven hun marktplaatsen onbezet.
De Directeur stelt nu voor om artikel 11 c van het Reglement op de Markten toe te passen. Hoewel de tekst van het artikel niet wordt geciteerd, kan uit de context worden opgemaakt dat dit artikel de gemeente de bevoegdheid geeft om de vergunning voor een vaste staanplaats in te trekken als deze gedurende een bepaalde periode niet wordt benut. De brief benadrukt dat deze procedure al eerder is vastgelegd en goedgekeurd in 1937. De brief dateert van februari 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland, en aan het einde van de crisisjaren. De term "ondersteuning" verwijst naar het stelsel van werklozenzorg uit die tijd. Tijdens de Grote Depressie van de jaren '30 waren de regels voor het ontvangen van steun zeer streng. Ontvangers stonden onder strikt toezicht en mochten absoluut niet bijverdienen.
Deze brief illustreert een bureaucratisch dilemma uit die tijd: mensen die in de armoede terechtkwamen en steun nodig hadden, verloren daardoor feitelijk hun recht om hun bedrijf (hun marktplaats) aan te houden. Door hun afwezigheid op de markt wegens de steunregels, riskeerden ze hun licentie definitief te verliezen op basis van de markthandsverordening. De brief toont de systematische wijze waarop de gemeente Amsterdam (gezien de term 'Alhier' en de structuur) deze gevallen administratief afhandelde, in overleg met de Commissie van Advies voor de Markten.