Origineel
Behoort bij brief no.17/2/1 M.d.d. 1 Februari 1939 aan den heer Wethouder
voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
LIJST VAN KOOPLIEDEN, DIE INGEVOLGE ARTIKEL 11 c VAN
HET REGLEMENT OP DE MARKTEN HUN PLAATS OP DE MARKTEN VERLIEZEN.
| Naam | Markt | Datum ingang steun | Bijzonderheden |
|---|---|---|---|
| I. Stibbe | Alb. Cuypstraat | 9-6-38 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| A. Brander [x] | Waterlooplein) Sumatrastraat) |
16-8-38 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| J. Schrijver | Westerstraat) T. Katestraat) |
10-2-38 | Ziet geen kans iets te verdienen. |
| Ph. Papegaai | Dapperstraat | 15-7-38 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| D. de Rijke | Lindengracht | 24-12-37 | Kan op de markt zijn brood niet verdienen. |
[Handgeschreven aantekening linksonder]:
Gezien 8/2 '39 [gevolgd door een paraaf/streep] Dit getypte document is een officiële lijst van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het toont de strikte handhaving van marktregels in een tijd van grote economische nood.
De kern van het document is de toepassing van Artikel 11 c van het Reglement op de Markten. Dit artikel stond de gemeente toe om marktplaatsen in te trekken als de vergunninghouder deze niet meer actief gebruikte of als de handelaar afhankelijk werd van de 'steun' (werkloosheidsuitkering).
Opvallende details:
* Economische malaise: Bij twee kooplieden (Schrijver en De Rijke) wordt expliciet vermeld dat zij "geen kans zien iets te verdienen" of hun "brood niet kunnen verdienen". Dit illustreert de bittere armoede onder de kleine zelfstandigen in 1938-1939.
* Handgeschreven toevoegingen: Bij de naam A. Brander staat een handgeschreven kruisje en een streep door de datum, wat vaak duidt op een latere administratieve wijziging of controle. De aantekening "Gezien 8/2 '39" bevestigt dat het document door de wethouder of diens secretariaat is verwerkt. De namen op de lijst (zoals Stibbe, Brander en Papegaai) en de genoemde locaties (Waterlooplein, Albert Cuyp, Dapperstraat) zijn sterk verbonden met de Joodse gemeenschap van Amsterdam in de jaren '30. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam in de ambulante handel.
Het document weerspiegelt de bureaucratische werkelijkheid in het Amsterdam van de jaren '30: door de aanhoudende crisis was er een overschot aan handelaren en een tekort aan koopkracht. De gemeente probeerde de markten te 'saneren' door plaatsen af te pakken van mensen die op de steun waren aangewezen. Dit soort documenten wordt vaak teruggevonden in dossiers die de economische achteruitgang van Amsterdamse families in de aanloop naar de bezettingsjaren documenteren. A. Brander D. de Rijke I. Stibbe J. Schrijver T. Katestraat Marktwezen
Samenvatting
Dit getypte document is een officiële lijst van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het toont de strikte handhaving van marktregels in een tijd van grote economische nood.
De kern van het document is de toepassing van Artikel 11 c van het Reglement op de Markten. Dit artikel stond de gemeente toe om marktplaatsen in te trekken als de vergunninghouder deze niet meer actief gebruikte of als de handelaar afhankelijk werd van de 'steun' (werkloosheidsuitkering).
Opvallende details:
* Economische malaise: Bij twee kooplieden (Schrijver en De Rijke) wordt expliciet vermeld dat zij "geen kans zien iets te verdienen" of hun "brood niet kunnen verdienen". Dit illustreert de bittere armoede onder de kleine zelfstandigen in 1938-1939.
* Handgeschreven toevoegingen: Bij de naam A. Brander staat een handgeschreven kruisje en een streep door de datum, wat vaak duidt op een latere administratieve wijziging of controle. De aantekening "Gezien 8/2 '39" bevestigt dat het document door de wethouder of diens secretariaat is verwerkt.
Historische Context
De namen op de lijst (zoals Stibbe, Brander en Papegaai) en de genoemde locaties (Waterlooplein, Albert Cuyp, Dapperstraat) zijn sterk verbonden met de Joodse gemeenschap van Amsterdam in de jaren '30. Veel Joodse Amsterdammers waren in die tijd werkzaam in de ambulante handel.
Het document weerspiegelt de bureaucratische werkelijkheid in het Amsterdam van de jaren '30: door de aanhoudende crisis was er een overschot aan handelaren en een tekort aan koopkracht. De gemeente probeerde de markten te 'saneren' door plaatsen af te pakken van mensen die op de steun waren aangewezen. Dit soort documenten wordt vaak teruggevonden in dossiers die de economische achteruitgang van Amsterdamse families in de aanloop naar de bezettingsjaren documenteren.