Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 7
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

25 oktober 1940 Van: Vermoedelijk het gemeentebestuur van Amsterdam (gezien de inhoud en verwijzing naar Amsterdamse directeuren).

Origineel

25 oktober 1940 Vermoedelijk het gemeentebestuur van Amsterdam (gezien de inhoud en verwijzing naar Amsterdamse directeuren). 25 October 1940.

Groentepositie in den
a.s. winter.

den Heer Regeeringscommissaris
voor de Groente- en Fruitteelt,
Lange Voorhout 11,
's-Gravenhage.

Met belangstelling nam ik kennis van de vertrouwelijke
mededeelingen, die door U op 15 dezer zijn gedaan aan verte-
genwoordigers van een aantal Gemeenten, waarbij Amsterdam ver-
tegenwoordigd was door de Directeuren van het Marktwezen en
van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening.
Deze mededeelingen hebben bij mij den indruk gevestigd, dat de
groentepositie van Nederland in den a.s. winter zoodanig is,
dat waarschijnlijk geen algemeene distributie noodig zal zijn.
Kan men te dezen opzichte dus min of meer gerust zijn, zoo is
voor mij toch niet komen vast te staan, dat de voorziening met
groente onder alle omstandigheden gewaarborgd zal zijn.
Weliswaar is reeds bij een dezerzijds gevoerd overleg met enkele
vertegenwoordigers van den groothandel door dezen verklaard,
dat de handel in zijn eigen belang met de mogelijkheid van stag-
natie in den aanvoer bij vorst rekening houdt, zoodat altijd
wel een zekere voorraad stapelgroente in Amsterdam aanwezig
is, doch of deze voorraad steeds voldoende zal zijn om aan
alle moeilijkheden, die kunnen optreden, het hoofd te bieden,
waag ik ernstig te betwijfelen.

Ik meen daarom het volgende onder Uw aandacht te
moeten brengen. Van de zijde van de Nederlandsche Akkerbouw-
centrale is aan de plaatselijke organisatie van den Groothan-
del in Aardappelen opdracht gegeven om in Amsterdam voortdu-
rend te zorgen voor een voorraad aardappelen, voldoende voor
het gebruik van 2 weken, met daarnaast een extra-opslag vol-
doende voor het gebruik van 3 weken, die als blijvende reserve
moet dienen voor eventueele perioden van vriezend weer. Het
wil mij voorkomen, dat dergelijke maatregelen ook voor stapel-
groente dienen te worden overwogen, wil de Overheid onder
alle omstandigheden verantwoord zijn, dat zij al het mogelijke
heeft gedaan om de voorziening van de bevolking met deze
producten te waarborgen.

Ik geef U mitsdien beleefd in overweging Uw aandacht * Inhoud: De schrijver reageert op een overleg van 15 oktober over de voedselvoorziening. Hoewel er landelijk waarschijnlijk geen groenterantsoenering (distributie) nodig is, maakt de schrijver zich zorgen over de lokale aanvoer in Amsterdam tijdens de winter. Hij wijst op het risico van transportstagnatie door vorst.
* Advies: Voor aardappelen is er al een verplichte reserve van 5 weken (2 weken verbruik + 3 weken noodreserve) ingesteld door de Nederlandsche Akkerbouwcentrale. De schrijver adviseert de Regeringscommissaris om een soortgelijke verplichte voorraadvorming in te voeren voor "stapelgroenten" (zoals kool, wortelen en uien).
* Toon: De brief is formeel, beleefd maar dwingend van aard, passend bij de bestuurlijke correspondentie van die tijd. De spelling is de toen geldende "Spelling-Marchant" (met buigings-n en dubbele klinkers in open lettergrepen zoals in "zoodanig"). * Tijdsperiode: De brief is geschreven in oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was op dat moment een kritiek punt van nationaal belang.
* Organisatie: De "Nederlandsche Akkerbouwcentrale" en de "Regeeringscommissaris voor de Groente- en Fruitteelt" waren onderdeel van de ambtelijke structuur die door de bezetter werd gebruikt (en uitgebreid) om de Nederlandse landbouwproductie en distributie strak te reguleren.
* Logistiek: In 1940 was veel transport nog afhankelijk van de binnenvaart. Een strenge winter kon leiden tot bevroren kanalen, waardoor steden als Amsterdam afgesneden raakten van hun achterland. De zorg voor lokale noodvoorraden was daarom zeer reëel. De winter van 1940-1941 zou inderdaad koud uitvallen, wat het belang van deze brief achteraf onderstreept.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver reageert op een overleg van 15 oktober over de voedselvoorziening. Hoewel er landelijk waarschijnlijk geen groenterantsoenering (distributie) nodig is, maakt de schrijver zich zorgen over de lokale aanvoer in Amsterdam tijdens de winter. Hij wijst op het risico van transportstagnatie door vorst.
  • Advies: Voor aardappelen is er al een verplichte reserve van 5 weken (2 weken verbruik + 3 weken noodreserve) ingesteld door de Nederlandsche Akkerbouwcentrale. De schrijver adviseert de Regeringscommissaris om een soortgelijke verplichte voorraadvorming in te voeren voor "stapelgroenten" (zoals kool, wortelen en uien).
  • Toon: De brief is formeel, beleefd maar dwingend van aard, passend bij de bestuurlijke correspondentie van die tijd. De spelling is de toen geldende "Spelling-Marchant" (met buigings-n en dubbele klinkers in open lettergrepen zoals in "zoodanig").

Historische Context

  • Tijdsperiode: De brief is geschreven in oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was op dat moment een kritiek punt van nationaal belang.
  • Organisatie: De "Nederlandsche Akkerbouwcentrale" en de "Regeeringscommissaris voor de Groente- en Fruitteelt" waren onderdeel van de ambtelijke structuur die door de bezetter werd gebruikt (en uitgebreid) om de Nederlandse landbouwproductie en distributie strak te reguleren.
  • Logistiek: In 1940 was veel transport nog afhankelijk van de binnenvaart. Een strenge winter kon leiden tot bevroren kanalen, waardoor steden als Amsterdam afgesneden raakten van hun achterland. De zorg voor lokale noodvoorraden was daarom zeer reëel. De winter van 1940-1941 zou inderdaad koud uitvallen, wat het belang van deze brief achteraf onderstreept.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →