Beleidsstuk / Memorie van toelichting betreffende voedselvoorziening.
Origineel
Beleidsstuk / Memorie van toelichting betreffende voedselvoorziening. Voorraadvorming van stapel- en vatgroenten winterseizoen 1940/41 te Amsterdam.
Terzake van de voorziening van een voorraad stapel- en vatgroenten te Amsterdam voor den winter 1940/41 zijn de betrokken instanties uitgegaan van de volgende gedachten:
a. De voorraad moet uitsluitend dienen voor het geval de normale aanvoer gedurende een eventueele vorstperiode, mede als gevolg van de bestaande transportmoeilijkheden, zou worden gestagneerd. Als periode waarin met dergelijke stagnatie zou moeten worden rekening gehouden werd aangenomen het tijdvak van 15 December tot 15 Februari.
b. Ten behoeve van de bevoorrading zouden alleen in aanmerking komen stapelartikelen en wel die ten aanzien waarvan zoowel kon worden verwacht dat, in verband met den grooten afstand tot de productieplaats als wel met de wijze van bewaring (inkuilen, bewaren in "rennen"), bij vorst het transport ernstig zou worden gestagneerd respectievelijk het openen van kuilen of rennen niet mogelijk zou zijn.
c. Ten aanzien van stapelartikelen zooals kool, welke op betrekkelijk geringen afstand van Amsterdam in de schuren worden bewaard, zouden maatregelen moeten worden getroffen om te verzekeren, dat (in plaats van het gebruikelijke vervoer te water) vervoer per auto of spoor zou kunnen geschieden.
d. Ten aanzien van artikelen, welke uit kassen of bakken (onder andere uit de directe omgeving van Amsterdam) afkomstig zijn en welke voor de wintervoorziening van minder groot belang zijn, kon worden aangenomen, dat zij in vrijwel dezelfde mate te Amsterdam zouden worden aangevoerd.
e. Bij de bepaling van de grootte van den voorraad zou uitgegaan worden van den gemiddelden aanvoer van de betreffende artikelen, gedurende de laatste twee jaren, zooals deze uit de marktstatistiek kon worden afgeleid. Daarbij zou tevens zooveel mogelijk worden rekening gehouden met de voorraden, welke eensdeels bij grossiers, anderdeels bij winkeliers aanwezig waren. Met name gold dit voor de vatgroenten, waarvan bekend was dat door winkeliers hiervan in ruime mate was ingekocht, dan wel dat deze zelf hadden ingemaakt. Tevens werd rekening gehouden met de hoeveelheden vatgroenten, welke door de grossiers op afroep gekocht waren bij fabrieken in Noordholland (zuurkool).
f. De aankoop, aanvoer, opslag, verkoop en aflevering zou niet door de Gemeente geschieden maar door de te vormen grossierscombinaties. Deze combinaties zouden een en ander financieren en de geheele risico der transacties dragen. De voorraden zouden worden geblokkeerd. De Gemeente zou Dit document schetst de logistieke en economische strategie voor de voedselvoorziening in Amsterdam aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Enkele kernpunten uit de analyse:
- Risicobeheersing: Het plan richt zich specifiek op de kritieke winterperiode (december-februari). Men vreest dat vorst de aanvoer via waterwegen en het openen van bewaarplaatsen (kuilen/rennen) onmogelijk maakt.
- Logistieke Verschuiving: Er wordt expliciet gesproken over het omzetten van vervoer over water naar vervoer per as (auto) of spoor in geval van nood (punt c).
- Statistische Onderbouwing: De omvang van de voorraden wordt niet willekeurig gekozen, maar gebaseerd op gemiddelden van marktstatistieken van de voorgaande twee jaar.
- Publiek-Private Samenwerking: Opvallend is punt f, waarin staat dat de Gemeente Amsterdam de uitvoering en het financiële risico niet zelf op zich neemt, maar delegeert aan "grossierscombinaties". De gemeente behoudt echter de controle door de voorraden te "blokkeren" (reserveren voor distributie). Dit document stamt uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de hongerwinter nog ver weg was, begon de overheid (zowel lokaal als nationaal via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) al direct met het stroomlijnen van de voedseldistributie.
De termen "stapelgroenten" (zoals aardappelen en uien) en "vatgroenten" (geconserveerde groenten zoals zuurkool) waren essentieel voor de volksvoeding omdat ze lang houdbaar waren. Het document illustreert de overgang naar een geleide economie, waarbij de vrije handel werd beperkt door overheidsingrijpen en centrale planning om tekorten tijdens de oorlogsjaren te voorkomen. De focus op Noord-Hollandse zuurkool benadrukt de afhankelijkheid van regionale productiegebieden.