Administratief bijblad / kantoornotitie.
Origineel
Administratief bijblad / kantoornotitie. [Boven links, in kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. $2^c/5/3$ 1941.
DOORGEZONDEN: 27/2. 1941.
[Midden, handgeschreven tekst:]
Volgens telef. mededeeling van een accountant
van de afd. Financiën (Hr. Olie) zal de
financiëele afdoening van deze zaak door
de afd. Financiën worden geregeld.
[Onder rechts, paarse stempel:]
-1 MAART 1941
[Onder links, gedrukte code:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 De tekst betreft een interne correspondentie over de administratieve afwikkeling van een dossier. De kernboodschap is dat er telefonisch contact is geweest met een accountant van de afdeling Financiën (geïdentificeerd als de heer Olie). Naar aanleiding van dit gesprek wordt vastgelegd dat de volledige financiële afhandeling van de betreffende zaak bij die specifieke afdeling komt te liggen.
Paleografische en taalkundige kenmerken:
* Het handschrift is een typisch zakelijk Nederlands cursief uit de eerste helft van de 20e eeuw.
* De spelling "financiëele" (met trema en dubbel 'e') is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de versimpeling naar "financiële").
* Afkortingen zoals "telef." (telefonische) en "afd." (afdeeling) waren standaard in de ambtelijke correspondentie van die tijd. Dit document stamt uit maart 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels intact en functioneerde de bureaucratie door op de vooroorlogse leest.
Het gebruik van "Model No. 14" van "Alg. Zaken" (Algemene Zaken) duidt op een gestandaardiseerde werkwijze binnen de ministeries. De notitie laat zien hoe zaken destijds informeel (telefonisch) werden voorbesproken en vervolgens formeel werden vastgelegd in het dossier om de verantwoordelijkheid ("de afdoening") te beleggen. De naam "Hr. Olie" kan in archieven van het Ministerie van Financiën of de Algemene Rekenkamer uit die periode mogelijk verder getraceerd worden. M. No
Samenvatting
De tekst betreft een interne correspondentie over de administratieve afwikkeling van een dossier. De kernboodschap is dat er telefonisch contact is geweest met een accountant van de afdeling Financiën (geïdentificeerd als de heer Olie). Naar aanleiding van dit gesprek wordt vastgelegd dat de volledige financiële afhandeling van de betreffende zaak bij die specifieke afdeling komt te liggen.
Paleografische en taalkundige kenmerken:
* Het handschrift is een typisch zakelijk Nederlands cursief uit de eerste helft van de 20e eeuw.
* De spelling "financiëele" (met trema en dubbel 'e') is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de versimpeling naar "financiële").
* Afkortingen zoals "telef." (telefonische) en "afd." (afdeeling) waren standaard in de ambtelijke correspondentie van die tijd.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1941, een klein jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de bezetting bleef het Nederlandse overheidsapparaat grotendeels intact en functioneerde de bureaucratie door op de vooroorlogse leest.
Het gebruik van "Model No. 14" van "Alg. Zaken" (Algemene Zaken) duidt op een gestandaardiseerde werkwijze binnen de ministeries. De notitie laat zien hoe zaken destijds informeel (telefonisch) werden voorbesproken en vervolgens formeel werden vastgelegd in het dossier om de verantwoordelijkheid ("de afdoening") te beleggen. De naam "Hr. Olie" kan in archieven van het Ministerie van Financiën of de Algemene Rekenkamer uit die periode mogelijk verder getraceerd worden.