Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 80
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

1941

Origineel

1941 [Koptekst]
LEVEND VOLK
VERZORGD DOOR AFDEELING AGRARISCHE ZAKEN VAN HET HOOFDKWARTIER DER N.S.B.
HOOFDOPST. D. v. d. BOSPOORT VAN WASSENAARSTRAAT 84 VOORBURG - TELEF. 720313
MANCHE (signatuur linksonder titel)

[Hoofdtitel]
„Nederland voedt zichzelf”

[Subtitel]
Het programma van Nederland’s productie-slag 1941

[Linkerkolom tekst]
Het ligt voor de hand, dat de levensmiddelenbehoefte (afhankelijk voornamelijk van de grootte der bevolking) en de landbouwpositie de richting bepalen, in welke de productie-slag gevoerd moet worden.

Uitgaande van de levensmiddelenbehoefte dient er in de eerste plaats naar gestreefd te worden, dat het allernoodzakelijkste veilig gesteld wordt. Dus de producten, welke bij tekort hongersnood zouden doen ontstaan: broodgraan, aardappelen.

Een tweede punt van groote beteekenis is de behoefte aan dierlijke eiwitten en vetten. Hoewel niet „hongerbepalend” zijn juist deze producten immers van de allergrootste beteekenis voor de gezondheidstoestand, het prestatievermogen. Onder de gegeven omstandigheden zal volledig bevredigen van deze behoefte niet mogelijk zijn. Reden temeer om alle krachten in te spannen om de beschikbare mogelijkheden zooveel mogelijk uit te buiten. Deze mogelijkheden liggen in het grasland, den verbouw van stoppelgewassen en de teelt, de verpleging en de voeding van onze landbouw-huisdieren.

Het programma van Nederland’s productie-slag 1941 kan dus zeer in het kort als volgt worden weergegeven:

[Genummerde lijst]
1. Bebouwen van allen daarvoor geschikten grond met broodgraan en aardappelen.
2. De grootst mogelijke zorg voor de weiden: tijdig en voldoende bemesten, regelmatig en vaak omweiden, tijdig hooien, ensilage.
3. Zoo hoog mogelijk opvoeren van den verbouw van stoppelgewassen.
4. Uiterste zorg voor teelt, voeding en verpleging van onze landbouw-huisdieren, teneinde de productie van dierlijke eiwitten en vetten zoo hoog mogelijk op te voeren.

[Rechterkolom tekst]
Inmiddels hebben de strijders in den Productie-slag-1941 — De Nederlandsche boeren — met het ten uitvoer brengen van dit programma een aanvang gemaakt. Overal in den lande worden de krachten nu tot het uiterste ingespannen om een zoo hoog mogelijke opbrengst van onzen Vaderlandschen bodem te verkrijgen. Hetgeen bewijst, dat DE NEDERLANDSCHE BOER EEN GOEDE BOER IS. Niet alleen wat zijn technisch kennen en kunnen betreft, doch zeker ook wat zijn gemoed aangaat. Een gemoed, waarin naast de eigen grond vooral ook het eigen volk een groote plaats inneemt. OP DEZE BOER KON HET BEROEP OM MEDE TE STRIJDEN IN DEN PRODUCTIESLAG NIET VERGEEFSCH GEDAAN WORDEN.
G.

[Slogan onder illustratie]
De Nederlandsche Boer is een goede Boer

[Afsluitende slogan onderaan]
Een rechtvaardige beloning van den arbeid is alleen practisch te verwezenlijken door nationaal en sociaal denken en handelen

--- * Doelgroep: De Nederlandse boerenstand tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Boodschap: De boer wordt neergezet als een "strijder" aan het thuisfront. De tekst spoort aan tot maximale voedselproductie (vooral koolhydraten en eiwitten) om Nederland onafhankelijk te maken van import. Dit was noodzakelijk omdat de handel met de wereldmarkt door de oorlog en de Britse blokkade was stilgevallen.
* Ideologie: Het document ademt de NSB-ideologie. Er wordt een sterke link gelegd tussen landbouw, volk en vaderland. De boer wordt niet alleen geprezen om zijn vakmanschap, maar vooral om zijn "gemoed" en trouw aan het "eigen volk". De laatste zin onderstreept het nationaalsocialistische ideaal dat economische beloning ("rechtvaardige beloning") onlosmakelijk verbonden is met politieke ideologie ("nationaal en sociaal denken").
* Retoriek: Er wordt gebruikgemaakt van militaire termen zoals "productie-slag" en "strijders" om de urgentie van de landbouwproductie te benadrukken in een tijd van oorlogseconomie.

--- Dit document stamt uit 1941, het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De NSB probeerde via haar agrarische afdeling de boerenstand voor zich te winnen. De zogenoemde "Productieslag" was een officieel beleid onder toezicht van de Duitse bezetter om de Nederlandse landbouw om te vormen: van een exportgerichte sector naar een sector die de eigen bevolking (en het Duitse leger) moest kunnen voeden. Veel weiland werd in deze periode omgeploegd tot akkerland voor de teelt van aardappelen en granen. De nadruk op "Nederland voedt zichzelf" was zowel een pragmatische noodzaak als een propagandamiddel om de bezetting en de samenwerking met de NSB te legitimeren als een noodzaak voor de volksgezondheid.

Samenvatting

  • Doelgroep: De Nederlandse boerenstand tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Boodschap: De boer wordt neergezet als een "strijder" aan het thuisfront. De tekst spoort aan tot maximale voedselproductie (vooral koolhydraten en eiwitten) om Nederland onafhankelijk te maken van import. Dit was noodzakelijk omdat de handel met de wereldmarkt door de oorlog en de Britse blokkade was stilgevallen.
  • Ideologie: Het document ademt de NSB-ideologie. Er wordt een sterke link gelegd tussen landbouw, volk en vaderland. De boer wordt niet alleen geprezen om zijn vakmanschap, maar vooral om zijn "gemoed" en trouw aan het "eigen volk". De laatste zin onderstreept het nationaalsocialistische ideaal dat economische beloning ("rechtvaardige beloning") onlosmakelijk verbonden is met politieke ideologie ("nationaal en sociaal denken").
  • Retoriek: Er wordt gebruikgemaakt van militaire termen zoals "productie-slag" en "strijders" om de urgentie van de landbouwproductie te benadrukken in een tijd van oorlogseconomie.

Historische Context

Dit document stamt uit 1941, het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland. De NSB probeerde via haar agrarische afdeling de boerenstand voor zich te winnen. De zogenoemde "Productieslag" was een officieel beleid onder toezicht van de Duitse bezetter om de Nederlandse landbouw om te vormen: van een exportgerichte sector naar een sector die de eigen bevolking (en het Duitse leger) moest kunnen voeden. Veel weiland werd in deze periode omgeploegd tot akkerland voor de teelt van aardappelen en granen. De nadruk op "Nederland voedt zichzelf" was zowel een pragmatische noodzaak als een propagandamiddel om de bezetting en de samenwerking met de NSB te legitimeren als een noodzaak voor de volksgezondheid.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →