Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 84
Dossier 108
Jaar 1941
Stadsarchief

Propaganda-uitgave (mogelijk een pagina uit een tijdschrift zoals *De Daad* of een speciaal pamflet van de NSB).

Origineel

Propaganda-uitgave (mogelijk een pagina uit een tijdschrift zoals De Daad of een speciaal pamflet van de NSB). [Hoofdartikel linksboven]
N.S.B. en Nationaal Front

Onder den titel „Verwaarloosd Voorspel” schrijft Henri Bruning in „De Waag”:
„In zijn brochure „Samenwerking?” maakt Arnold Meijer er de N.S.B. een verwijt van, dat zij ontstond en zich ontwikkelde zonder aansluiting op de historische ontwikkelingsgang van het fascisme in Nederland (destijds ingezet door het Verbond van Actualisten, „De Bezem”, den A.N.F.B.), dat zij ageerde los en op een afstand van het „oorspronkelijke geestelijke fundament, waarop de oudste anti-democratisch en autoritair gezinden hadden gestoeld”. De verklaring van dit „anti-traditioneel optreden” vindt Meijer dan in hetgeen hij noemt het „opportunisme” van de N.S.B. — opportunisme ook ten aanzien van haar beginselen, die, gelijk Meijer opmerkt, met de conjunctuur wisselden.

[Kader links]
WAT MEIJER VERGEET:
De N.S.B. vertegenwoordigde (ver vóór den oorlog reeds) een logische en onbevreesde groei, een gevormd worden door het leven zelf. Van consequentie naar consequentie gevoerd, heeft zij geen enkele consequentie ontweken.
HENRI BRUNING

[Vervolg hoofdartikel]
Wat het verwijt betreft, het navolgende:
Zij, die het fascisme hebben gekend zooals het zich hier te lande na 1920 ontwikkelde en manifesteerde, en het manifesteerde zich wel ietwat anders nog dan in het Verbond van Actualisten, weten tevens, dat er reeds in die dagen vele fascisten waren, die zich van die middens afzijdig hielden, want er heerschte een in velerlei opzicht heidensche (en tergende) janboel, en erger! Men kan aanvaarden, dat een begin gistend is, heftig gistend, maar voor velen was het sóórt gisting, dat in de gelederen der fascisten tot uiting kwam, volstrekt onaanvaardbaar. Het was geenszins onbegrijpelijk, het was volkomen logisch, dat zij die terwille van de verdrukten en ontrechten, eindelijk eens ernst wilden maken met het fascisme en dóórbreken, dát fascisme en deszelfs onvruchtbaar en weinig verheffend, bijwijlen zelfs onsmakelijk geharrewar, links lieten liggen. Mussolini heeft eens gezegd: „Een programma is slechts zooveel waard als degenen die het vertegenwoordigen”; voor velen waren de bewegingen, die het fascisme successievelijk vertegenwoordigden, niéts waard — zoo niet van meet af, dan toch weldra, en zoo niet in enkele van haar prominente-publicisten, dan toch als politieke strijdorganisaties. — Hiermede is niet de N.S.B. als goed verdedigd, maar wel beteekent dit, dat de negatieve geste van een volstrekt afwijzen nog geenszins een zonde was tegen den heiligen geest der traditie. Deze breuk was een welhaast onontkoombare voorwaarde geworden om, sociaal en politiek, resultaten te bereiken in fascistischen geest.

Thans de beschuldiging van „opportunisme”. Hierover het navolgende:
De beginselen der N.S.B. wisselden (met de conjunctuur, zegt Meijer). Inderdaad, het geestelijk fundament van de N.S.B. is thans (en reeds lang) een ander, althans in enkele opzichten, dan zij eertijds, in den aanvang, poneerde. Zij stond toen niet uitgesproken als wij dat zouden gewenscht hebben op Dietsch standpunt (Zwart-Front aanvankelijk in het geheel niet), thans wel. Zij ontkende (evenals het Italiaansche fascisme) het Jodenvraagstuk, en zoo dat der vrijmetselarij; thans niet. Zij was een massa-beweging, en verwaarloosde te zeer de onontbeerlijke kadervorming; doch ook op dit punt herzag zij zich zelf, corrigeerde zij zich.
De oorzaak van al deze euvelen?
Zij was aanvankelijk meer socialistisch dan nationalistisch gericht; zij was een sociaal-gerichte massa-beweging, die de oplossing van het sociale probleem in fascistische d.i. corporatieve richting wilde verwerkelijken en voor welke zich het nationale probleem, met al de consequenties van dien, nog niet in zijn essentie gesteld had. De Vlamingen waren voor haar STAMVERWANTEN i.p.v. VOLKSGENOOTEN en zij accepteerde en beschouwde hen te exclusief als „de meest natuurlijke bondgenooten — bij mogelijke agressieve bedoelingen van derden.
Was zij in dit alles opportunistisch? Zij was, in die dagen, een BEGIN, — een begin, dat het complex vraagstukken niet geheel overzag, dat nog niet volledig zijn gestalte had gevonden en nog niet tot zijn essentie was doorgedrongen. Dit doordringen echter tot haar kern ontweek zij niet, integendeel, zij baseerde zich steeds stelliger op de zuivere kern van het nationale probleem. Van meet af fascistisch georiënteerd op sociaal en politiek gebied, werd zij van Nederlandsch (Hollandsch) Groot-Nederlandsch d.i. Dietsch; zij weerde de Joden uit haar strijd en organisatie, en zij erkende (theoretisch en metterdaad) de noodzakelijkheid van gerichte en geschoolde kaders. Zij arbeidde aan zichzelf: zonder het fiat van haar volgelingen te vragen, dwars tegen degenen in, die haar slechts om het veilig stellen van hun eigen belangen hadden gesteund; en zij deed dit in een tijd, toen de strijd van haar omgeving reeds volop tegen haar was ontbrand. Zij streed aldus tegen vriend en vijand — verre van opportunistisch. Zij vertegenwoordigde een logische en onbevreesde groei, een gevormd worden door het leven zelf. Van consequentie naar consequentie gevoerd, heeft zij geen enkele consequentie ontweken. — Als Meijer dus hoog van den toren blaast en ergens (of vrijwel doorloopend) verkondigt: „Geen andere beweging heeft dit aangedurfd” (n.l. van den aanvang af geen Joden in haar gelederen toelaten), dan kan men daarop ten eerste antwoorden, dat zulks niet waar is ten overstaan van het Verdinaso, en ten tweede, dat de N.S.B., als het op „durven” aankomt, veel méér durfde, n.l. strijd leveren tegen vriend en vijand, en dit onvervaard en zonder omzien, en dit terwijl zij reeds in het middelpunt stond van een ongekenden haat, verachting en terreur. — — En het was dan ook in die dagen, nu al weer jaren geleden, dat in het Verdinaso-Nederland de eerste stemmen opgingen, die voor toenadering en samenwerking pleitten: principieel was een gelijke basis bereikt en onoverbrugbare tegenstellingen bestonden niet meer.

Doch men kon, tijdens die jarenlange terreur, nog iets anders constateeren dan den moed, aan zichzelf te arbeiden. Men kon constateeren, dat de N.S.B., als geheel genomen, een front was van werkelijke revolutionnairen. En vervolgens kon men constateeren, dat zij, ondanks den smaad en terreur, waaraan zij bloot stond, de verreweg machtigste beweging bleef der rechtsche fronten. Was zij de beweging, die door „het Nederlandsche volk het meest werd gehaat en veracht”, van de rechtsche fronten was zij het front, dat de meeste fascistisch of nationaal-socialistisch overtuigden tot zich had getrokken. „Vaderlandsloozen” als men hen beschouwt temidden van de democratische vaderlanders, die hen evenals de Zwart Fronters en Dinaso’s) uitstieten, waren de N.S.B.-ers tusschen de fascistisch overtuigden degenen, die het meest IN HET VOLK GEWORTELD stonden. Zij had haar menigten verzameld vóór den oorlog, en onder de bitterste en hatelijkste omstandigheden, in tegenstelling met b.v. Nationaal Front, dat het grootste deel van zijn volgelingen eerst ná den oorlog (onder veel „gunstiger”, en tegelijk ook vaak dubieuzer omstandigheden) wist te veroveren, en dat desondanks ook nú nog een weinig omvangrijke groep is vergeleken bij de N.S.B.
Als Arnold Meijer in zijn brochure „Samenwerking?” dus vraagt, „waarop de N.S.B. haar leidersrecht zou moeten doen steunen”, dan kan men daarop antwoorden: op het niet te loochenen feit, dat de N.S.B. van de autoritaire fronten (tusschen welke reeds lang geen principiële of onoverbrugbare tegenstellingen meer bestonden) het meest in het Nederlandsche volk wortel geschoten had, dat zij inderdaad VOOROPGING — vóór den oorlog precies zoo als ná den oorlog.
Men blind zijn voor dit feit heeft Nationaal Front de werkelijke situatie onjuist doen beoordeelen, en tot conclusies en consequenties gevoerd, die, met het oog op de zoo begeerenswaardige samenwerking der rechtsche fronten, zeker betreurenswaardig genoemd mogen worden.
Over deze consequenties een ander maal uitvoeriger.”

[Tekst rechtsboven bij illustratie]
Jeugdstorm staat klaar!
Wanneer wij hooren van De Ruyter, onzen grooten admiraal, dan is dat niet om onze blikken terug te slaan op het verleden, maar juist om ons te sterken voor de toekomst.
Het is thans een jaar geleden, dat de oorlog hier uitbrak, waarin wij, Nederlanders en Duitschers, tegenover elkaar werden geplaatst, omdat het oude systeem, dat ineenviel, meende, de nieuwe orde, welke de toekomst bracht, tegen te kunnen houden.
Onze jeugd is klaar, manmoedig en trouw, klaar, om straks de jeugd van het geheele volk te richten op de idealen van den nieuwen tijd. Fier en moedig schrijdt de jeugd van Nederland de nieuwe toekomst tegemoet.
Wij, jonge Nederlandsche nationaal-socialisten, gedenken, dat toen Griekenland, de laatste veste van Engeland op het vasteland van Europa, viel, ook Nederlandsche kameraden, mèt de Duitschers, daar-bij in de voorste rijen stonden.
Wij, Nederlanders, wenschen ook in de toekomst niet onder te gaan in het nieuwe Europa, maar onze plaats daarin te bezetten.
Zóó marcheert de jeugd van Duitschland en Nederland lotsverbonden de toekomst tegemoet. Op deze taak, op dat nieuwe Europa, hou zee!
VAN GEELKERKEN
(Op de feestelijke bijeenkomst van Hitler-Jugend en Jeugdstorm op 4 Mei te Amsterdam).

[Tekst linksonder]
ONOVERWINNELIJK WORDEN
De Jeugd is ons!
„Wij zijn in den Jeugdstorm gegaan om als Nederlandsche Jeugd te worden die wij zijn: onoverwinnelijk!
Onoverwinnelijk worden wij door tucht, kameraadschap, moed en trouw.
De meeste deugden blijken echter eerst in de moeilijke omstandigheden.
Wanneer alles van een leien dakje gaat, is er geen gelegenheid zelfs om onze deugd ook maar te „oefenen”.
Want alle deugd moet geoefend worden, moet doorgloeien van vuurproeven hen.
De moeilijkheden, de opeenstapeling van moeilijkheden, teleurstellingen en hardheden vormen onze schoonste oefenschool. Zoo smeden wij ons onze tucht, kameraadschap, moed en trouw.
Wie het „gemakkelijk” wil hebben, moet niet in den Jeugdstorm gaan. De „gemakkelijken” beseffen niets van onzen heerlijken revolutionnairen storm.
Want wij, Jeugdstorm, leeren verachten alles wat alléén maar „gemakkelijk” is.
Maar omdat het harde ons hard en gehard maakt, daarom hebben wij het harde en hardheid lief gekregen. Het maakt ons zoo heerlijk STERK en tenslotte onoverwinnelijk. Zoodat wij ons door geen enkele moeilijkheid meer laten tegenhouden of terneerslaan.
Wij zijn uitgetreden uit dien tragen tred van een vermoeide eeuw.
Wij maken van ons leven een vurige, felle, snelle looppas, een stormende looppas tegen den wind in!
Want wij zijn in den Jeugdstorm gegaan om onoverwinnelijk te worden!
ERNEST MICHEL
(Uit een toespraak)

[Kader rechtsonder]
Ik heb een onverwoestbaar geloof in de goede eigenschappen van ons volk. MUSSERT * Ideologische Context: Het document is een schoolvoorbeeld van nationaal-socialistische propaganda tijdens de bezetting. De focus ligt op het claimen van het "leidersrecht" door de NSB.
* Polemiek met Nationaal Front: Henri Bruning voert een felle discussie met Arnold Meijer (leider van het Nationaal Front, voorheen Zwart Front). Meijer beschuldigde de NSB van opportunisme en een gebrek aan historische wortels. Bruning pareert dit door te stellen dat de NSB juist "geëvolueerd" is naar een juistere (antisemitische en Groot-Nederlandse) visie en dat zij, in tegenstelling tot Meijer, al vóór de oorlog de massa's bereikte.
* Jeugd en Militantisme: De teksten van Van Geelkerken en Ernest Michel zijn gericht op de mobilisatie van de jeugd. Er wordt een cultus van hardheid, tucht en strijd gepropageerd ("het harde en hardheid lief gekregen").
* Collaboratie: De tekst van Van Geelkerken is expliciet over de samenwerking met de Duitsers ("Nederlanders en Duitschers... lotsverbonden de toekomst tegemoet"). Hij noemt de val van Griekenland en de aanwezigheid van Nederlandse SS-vrijwilligers aan het front als een triomf.
* Retoriek: Er wordt veel gebruik gemaakt van antithesen (oud systeem vs. nieuwe orde, gemakkelijk vs. hard) en heroïsch taalgebruik (vuurproeven, stormende looppas). Dit document moet geplaatst worden in de periode 1941-1942, toen de NSB probeerde haar machtspositie in het bezette Nederland te consolideren. Hoewel de NSB de enige toegestane politieke partij werd, was er binnen de fascistische kringen nog steeds concurrentie en onenigheid, met name met de groepering rond Arnold Meijer (Nationaal Front), die een meer katholiek-fascistische en corporatistische koers voer.

De vermelding van de bijeenkomst op 4 mei in Amsterdam is historisch saillant. Vóór de oorlog was 4 mei geen dag van nationale herdenking zoals wij die nu kennen; de NSB gebruikte dergelijke data voor eigen ceremoniële bijeenkomsten samen met de Hitler-Jugend om de "bloedbroederschap" tussen de Germaanse volkeren te benadrukken.

De genoemde personen waren kopstukken van de beweging:
* Anton Mussert: De 'Leider' van de NSB.
* Cornelis van Geelkerken: Mede-oprichter van de NSB en leider van de Nationale Jeugdstorm (NJS).
* Henri Bruning: Een bekende dichter en essayist die zich volledig achter de Nieuwe Orde schaarde.
* Ernest Michel: Een belangrijke spreker en propagandist binnen de Jeugdstorm. N.S.B. NSB

Samenvatting

  • Ideologische Context: Het document is een schoolvoorbeeld van nationaal-socialistische propaganda tijdens de bezetting. De focus ligt op het claimen van het "leidersrecht" door de NSB.
  • Polemiek met Nationaal Front: Henri Bruning voert een felle discussie met Arnold Meijer (leider van het Nationaal Front, voorheen Zwart Front). Meijer beschuldigde de NSB van opportunisme en een gebrek aan historische wortels. Bruning pareert dit door te stellen dat de NSB juist "geëvolueerd" is naar een juistere (antisemitische en Groot-Nederlandse) visie en dat zij, in tegenstelling tot Meijer, al vóór de oorlog de massa's bereikte.
  • Jeugd en Militantisme: De teksten van Van Geelkerken en Ernest Michel zijn gericht op de mobilisatie van de jeugd. Er wordt een cultus van hardheid, tucht en strijd gepropageerd ("het harde en hardheid lief gekregen").
  • Collaboratie: De tekst van Van Geelkerken is expliciet over de samenwerking met de Duitsers ("Nederlanders en Duitschers... lotsverbonden de toekomst tegemoet"). Hij noemt de val van Griekenland en de aanwezigheid van Nederlandse SS-vrijwilligers aan het front als een triomf.
  • Retoriek: Er wordt veel gebruik gemaakt van antithesen (oud systeem vs. nieuwe orde, gemakkelijk vs. hard) en heroïsch taalgebruik (vuurproeven, stormende looppas).

Historische Context

Dit document moet geplaatst worden in de periode 1941-1942, toen de NSB probeerde haar machtspositie in het bezette Nederland te consolideren. Hoewel de NSB de enige toegestane politieke partij werd, was er binnen de fascistische kringen nog steeds concurrentie en onenigheid, met name met de groepering rond Arnold Meijer (Nationaal Front), die een meer katholiek-fascistische en corporatistische koers voer.

De vermelding van de bijeenkomst op 4 mei in Amsterdam is historisch saillant. Vóór de oorlog was 4 mei geen dag van nationale herdenking zoals wij die nu kennen; de NSB gebruikte dergelijke data voor eigen ceremoniële bijeenkomsten samen met de Hitler-Jugend om de "bloedbroederschap" tussen de Germaanse volkeren te benadrukken.

De genoemde personen waren kopstukken van de beweging:
* Anton Mussert: De 'Leider' van de NSB.
* Cornelis van Geelkerken: Mede-oprichter van de NSB en leider van de Nationale Jeugdstorm (NJS).
* Henri Bruning: Een bekende dichter en essayist die zich volledig achter de Nieuwe Orde schaarde.
* Ernest Michel: Een belangrijke spreker en propagandist binnen de Jeugdstorm.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Peen A.G.F. (Groenten): Sla A.G.F. (Groenten): Wortel Dieren: Kat Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

NSB

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →