Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 83
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Politiek vlugschrift / Periodiek (mogelijk gelieerd aan de NSB of een aanverwante agrarische splintergroepering zoals het Nederlandsch Agrarisch Front).

Omstreeks eind 1940 (gezien de tekstverwijzingen naar mei 1940 en het najaar van 1940).

Origineel

Politiek vlugschrift / Periodiek (mogelijk gelieerd aan de NSB of een aanverwante agrarische splintergroepering zoals het Nederlandsch Agrarisch Front). Omstreeks eind 1940 (gezien de tekstverwijzingen naar mei 1940 en het najaar van 1940). (Linksboven)

Pachtmoeilijkheden op het Kamper-eiland

De gemeente Kampen is groot-grondbezitster. Zij verpacht op het Kampereiland ruim honderd boerderijen en heeft daarvoor destijds het mobiele pachtstelsel aangenomen met den melkprijs als basis.
Blijkens de „Voorwaarden van verpachting van de Stadserven der Gemeente Kampen” betalen de pachters een voorloopige pachtsom, berekend op den grondslag van een gemiddelden melkprijs aan de coöperatieve zuivelfabrieken te Kampen en 's Heerenbroek van 4 1/2 cent per liter. Na het einde van elk pachtjaar wordt nagegaan hoeveel meer of minder de melkprijs heeft bedragen en met welk percentage de voorloopige pachtsom dus moet worden verhoogd of verlaagd.

Is b.v. de melkprijs 40 pct. of minder van de basisprijs dan bedraagt de pacht 50 % van den voorloopigen pachtprijs, is de melkprijs 75 % dan wordt de pacht 60 %. Bij een hoogeren melkprijs gaat de pacht omhoog, b.v. 120 % van den basismelkprijs, beteekent 125 pct. van den voorloopigen pachtprijs. 200 pct. van den basismelkprijs wordt 235 pct. pachtprijs.

Tegen dit stelsel zijn door de pachters een- en andermaal bezwaren aangevoerd, zonder dat er verandering in werd gebracht.
Thans worden deze bezwaren zoo klemmend, dat er ingegrepen moet worden. B. en W. van Kampen hebben dit blijkbaar zelf begrepen en aan de pachters medegedeeld, dat zij zich tot het Departement gewend hebben om te vragen, welke pachten zij moeten innen. „In afwachting van het resultaat daarvan, lijkt het ons gewenscht, dat U op 1 Mei a.s. voorloopig een bedrag betaalt, gelijk aan dat, wat U op 1 Mei 1940 hebt moeten voldoen”, aldus B. en W.

Tegen dit laatste nu hebben zij, die vóór 1940 hun bedrijf pachtten, ernstig bezwaar, want de melkprijs was in 1939 als gevolg van de oorlogsomstandigheden reeds gestegen tot 5.74 pCt., en de pachters betaalden als gevolg daarvan 135 pCt. pacht of f 114.—.
Het pachtbesluit heeft bepaald, dat de pachten niet hooger dan op 1 September 1939 mogen zijn. Daarbij werd evenwel gedacht aan vaste pachtsommen op dien datum.
Zou het beteekenen, dat de mobiele pachtvoorwaarden van Kampen, welke op dien datum golden, van kracht blijven, dan kwam men voor gekke dingen te staan. Immers, thans is de melkprijs 9 cent of 200 pCt. van het basisbedrag. De pacht zou dus 235 pCt. worden of voor een bedrag van f 100.— per bunder voorloopige pacht niet minder dan f 235.—!
Het Nederlandsch Agrarisch Front heeft in verband hiermee zich tot B. en W. van Kampen gewend en erop gewezen, dat de melkprijsverhooging thans gepaard gaat met een productie-vermindering van ongeveer 35 pct.
Inderdaad toont dit enkele feit — nog afgezien van de stijging der productiekosten — genoegzaam de onhoudbaarheid der vroegere pachtvoorwaarden aan.
Deskundigen van het N.A.F. meenen, dat pachtprijzen van f 80.— tot f 100.— per H.A. voor de Stadserven billijk kunnen worden genoemd.
Wij meenen te mogen vertrouwen, dat het gemeente-bestuur der oude Hanzestad zooveel van den nieuwen tijd heeft verstaan, dat het zal willen meewerken aan het scheppen van redelijke voorwaarden voor de pachters der gemeentegronden.
Feitelijk zou van een officieel lichaam als een gemeente is, de stoot moeten uitgaan tot het verwerkelijken van het beginsel „boerenland in boerenhand”. Kampen zou daartoe bij de nieuwe regeling van de pachtvoorwaarden deze aldus kunnen opstellen, dat de pachters niet een veel te hooge pacht, maar een deel pacht, een deel aflossing betalen. Want daar zal het toch heen moeten!

(Midden boven, kader)

Richtlijnen voor een beginselvaste Agrarische politiek

Een bij het volk passend recht, een gezonde wetgeving en een beginselvaste landbouw politiek zullen moeten uitgaan van de bovengenoemde voorwaarden.
Doen zij dit niet, dan vormen zij geen van alle werkelijk onmisbare deelen van het welvaartsstreven tot instandhouding der volksgemeenschap, maar leiden zij slechts tot tijdelijke en veelal schadelijke, in tyrannie ontaarde regelingen, die zoo spoedig mogelijk moeten verdwijnen.
Tot op heden was er in ons land nooit sprake van een beginselvaste agrarische politiek; maar beschikte de handel — de buitenlandsche markt — uiteindelijk over het wel en wee van onzen boerenstand. Lapmiddelen, achteraf aangebracht om de grootste gaten te stoppen, trachtten thans onzen boerenstand voor den algeheelen ondergang te behoeden. Het zijn en het blijven evenwel lapmiddelen, uitgevonden toen de ineenstorting, hulp op de één of andere wijze noodzakelijk maakte. Blijvende en principieele veranderingen zijn daarvan nooit te verwachten.
De te nemen maatregelen zullen tezamen gericht moeten zijn op het volgende:
* De instandhouding van sterke plattelandsgeslachten.
* De erkenning van de verbondenheid van het geslacht (sibbe) met den bodem.
* De bevrijding van den bodem uit den greep van het kapitalisme.
* De intensieve bewerking van den Nederlandschen bodem.
* De rechtvaardige belooning voor den arbeid, zoowel van den boer als van den landarbeider.

(Rechtsboven)

Ir. Louwes een baken?

In een aantal kleinere bladen verscheen dezer dagen een voor ons merkwaardig artikel van de hand van een landbouwmedewerker van de Vereenigde Persbureaux.
Onder het opschrift „Opbouw” „Onze voedselvoorziening op nieuwe basis” betoogt de schrijver naar aanleiding van de aangekondigde reorganisatie van de Voedselvoorziening, dat Ir. Louwes „afstand doet van de hoop, dat het liberalisme in de bedrijfseconomie zal terugkeeren en hij zich dus op de vroeger verfoeide geleide economie werpt”.
[...]
Kan men daaruit dan zonder meer de gevolgtrekking maken: deze man is dus Nationaal-Socialist geworden?
Eerst moet men vaststellen, dat hij tot alles bereid is om den post te kunnen behouden?
Het antwoord kan niet een ander, dat kan alleen de persoon in kwestie geven. Hem nu voor te stellen als „het baken voor velen” zou gevaarlijk kunnen zijn, want voor velen beteekenen: hang den huik naar den wind, spreekt wat hedendaagsche woorden, maak wat gebaren en zet iets op papier, dan blijft je wel, waar je bent.
Dit evenwel is het tegendeel van het offer, dat van den Nationaal-Socialist wordt verlangd.
[...]
v. d. B.

(Midden groot) * Toon en Stijl: De tekst is polemisch, agressief en populistisch. Het gebruikt sterke termen zoals "hemeltergend", "greep van het kapitalisme" en "mestvaalten der democratie". Het is duidelijk bedoeld om onvrede aan te wakkeren tegen het zittende ambtelijke apparaat.
* Ideologie: De ideologie is onmiskenbaar Nationaal-Socialistisch (NSB-georiënteerd). Dit blijkt uit de nadruk op de "volksgemeenschap", de "sibbe" (een specifiek nationaalsocialistisch woord voor familie/geslacht), en het aanvallen van het "liberalisme".
* Doelwit: De pijlen zijn gericht op Ir. S.L. Louwes (Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening) en de lokale besturen (zoals Kampen en Den Haag). Louwes wordt ervan beschuldigd slechts "mee te waaien met de wind" om zijn post te behouden, terwijl de echte "nieuwe orde" radicalere veranderingen eist.
* Retoriek: Het document gebruikt concrete voorbeelden van rotte groenten (70.000 kilo peen) om de incompetentie van de overheid te bewijzen. Dit was een bekende tactiek om het volk te overtuigen dat de oude democratische structuren hadden afgedaan.

--- Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (eind 1940). De agrarische sector was een cruciaal strijdtoneel voor de NSB en de Duitsers.
1. De Landstand: In 1941 zou de Nederlandsche Landstand worden opgericht om alle boerenorganisaties gelijk te schakelen. Dit vlugschrift loopt vooruit op die drang naar centralisatie en "zuivering" van de landbouwpolitiek.
2. Ir. Louwes: Stephanus Louwes was een topambtenaar die de voedselvoorziening leidde. Hij probeerde tijdens de bezetting de Nederlandse voedselvoorziening draaiende te houden en zo min mogelijk aan de Duitsers af te staan, maar moest noodgedwongen samenwerken. Voor radicale NSB-ers was hij echter een symbool van de "oude politiek" en een opportunist.
3. Pachtkwestie Kampen: De pacht op het Kampereiland was al decennia een punt van discussie. De gemeente Kampen was een van de grootste grootgrondbezitters. De overgang naar een systeem gebaseerd op nationaalsocialistische principes ("Bloed en Bodem") vereiste een herziening van deze pachtcontracten, wat in dit document wordt geëist.
4. Schaarste: Hoewel er in 1940 nog geen sprake was van de hongerwinter, ontstonden er door de oorlogssituatie wel distributieproblemen en bederf door gebrekkige opslag. Dit document gebruikt die fouten als politiek munitie. S.L. Louwes W. NSB

Samenvatting

  • Toon en Stijl: De tekst is polemisch, agressief en populistisch. Het gebruikt sterke termen zoals "hemeltergend", "greep van het kapitalisme" en "mestvaalten der democratie". Het is duidelijk bedoeld om onvrede aan te wakkeren tegen het zittende ambtelijke apparaat.
  • Ideologie: De ideologie is onmiskenbaar Nationaal-Socialistisch (NSB-georiënteerd). Dit blijkt uit de nadruk op de "volksgemeenschap", de "sibbe" (een specifiek nationaalsocialistisch woord voor familie/geslacht), en het aanvallen van het "liberalisme".
  • Doelwit: De pijlen zijn gericht op Ir. S.L. Louwes (Directeur-Generaal van de Voedselvoorziening) en de lokale besturen (zoals Kampen en Den Haag). Louwes wordt ervan beschuldigd slechts "mee te waaien met de wind" om zijn post te behouden, terwijl de echte "nieuwe orde" radicalere veranderingen eist.
  • Retoriek: Het document gebruikt concrete voorbeelden van rotte groenten (70.000 kilo peen) om de incompetentie van de overheid te bewijzen. Dit was een bekende tactiek om het volk te overtuigen dat de oude democratische structuren hadden afgedaan.

Historische Context

Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (eind 1940). De agrarische sector was een cruciaal strijdtoneel voor de NSB en de Duitsers.
1. De Landstand: In 1941 zou de Nederlandsche Landstand worden opgericht om alle boerenorganisaties gelijk te schakelen. Dit vlugschrift loopt vooruit op die drang naar centralisatie en "zuivering" van de landbouwpolitiek.
2. Ir. Louwes: Stephanus Louwes was een topambtenaar die de voedselvoorziening leidde. Hij probeerde tijdens de bezetting de Nederlandse voedselvoorziening draaiende te houden en zo min mogelijk aan de Duitsers af te staan, maar moest noodgedwongen samenwerken. Voor radicale NSB-ers was hij echter een symbool van de "oude politiek" en een opportunist.
3. Pachtkwestie Kampen: De pacht op het Kampereiland was al decennia een punt van discussie. De gemeente Kampen was een van de grootste grootgrondbezitters. De overgang naar een systeem gebaseerd op nationaalsocialistische principes ("Bloed en Bodem") vereiste een herziening van deze pachtcontracten, wat in dit document wordt geëist.
4. Schaarste: Hoewel er in 1940 nog geen sprake was van de hongerwinter, ontstonden er door de oorlogssituatie wel distributieproblemen en bederf door gebrekkige opslag. Dit document gebruikt die fouten als politiek munitie.

Genoemde Personen 2

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Peen A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Hond Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Broek Textiel & Kleding: Hoed Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Pet Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Melk Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

NSB

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →