Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 82
Dossier 7
Jaar 1941
Stadsarchief

Krantenknipsels/Propagandablad.

Origineel

Krantenknipsels/Propagandablad. ## Banken en Boeren

Wij hebben in een vorig nummer de droeve geschiedenis beschreven van een boer uit Capelle aan den IJssel, wiens bedrijf verkocht zou worden en die slechts door de tusschenkomst van het Nederlandsch Agrarisch Front voorloopig gered kon worden.

Dit voorbeeld van de gevolgen van internationaal-kapitalistische boerenonderdrukking is niet een typisch Nederlandsch verschijnsel. In een artikel van Prof. Dr. Von Leers in de „Nationalsozialistische Landpost” van 18 April onder het opschrift „Mozes” en de boeren”, lezen wij:

Onlangs schreef een deskundige over het leven van het boerendom onder Britsche heerschappij. Hij vertelde de volgende geschiedenis uit Zuid-Australië: „Bij een onverwacht bezoek aan een hoeve in Zuid-Australië vluchtte de boer voor ons. Toen wij hem inhaalden wischte hij zich het zweet van het gelaat en zei: „Ik dacht, dat U de inspecteur van de Bank waart”. Deze inspecteurs van banken en verzekeringsmaatschappijen laten zich niet alleen de boeken voorleggen, zij bepalen ook hoe bedrijf en huishouding gevoerd moeten worden. De vrijheid dezer nieuwe wereld is aan de renteslavernij vervallen”.

Dit is, aldus Prof. Von Leers, geen uitzonderingsgeval. In West-Canada, in het grenzenloos verarmde New Foundland, in groote deelen van Australië is de boer nog slechts een arme duivel, die wel als eigenaar in het grondregister staat, maar die volledig van de bank afhankelijk is. Hoe meer hij in de richting van de eenzijdige cultuur gedrongen is, hoe sterker hij van de beurs afhankelijk wordt. De beurs bepaalt den prijs en dat is een prijs, waarvan geen wezenlijke boer bestaan kan. De farmer is een landbouw-wetenschappelijke bedrijfsvoerder, een speculant, meestal zonder verbondenheid met den bodem, zonder tuin, zonder hoenders, zonder de eigenlijke boersche huishouding. Hij is slechts een man, die op een of ander stuk grond een huis heeft en eenige stalgelegenheid, het land bezaait, oogst en den oogst verkoopt en die zijn eigen voedingsmiddelen uit den dichtbijzijnden winkel koopt. Boert een farmer werkelijk, dat wil zeggen, heeft hij een hof, waarin hij eigen groenten en bloemen teelt, verbouwt hij meerdere gewassen, is hij hij graanbouwer en veehouwer en producent van hakvruchten, in één woord, doet hij het zooals de Europeesche boer, dan is hij in Australië van Duitsche, in Canada van Duitsche of Fransche afkomst.

In de Vereenigde Staten is het evenzoo. Tot de merkwaardigheden der Amerikaansche republiek behoort het, dat zij tot nu toe nog nimmer een regeering had, die in staat was om de agrarische vraagstukken op te lossen. Raakten de farmers op een oogenblik in al te grooten nood dan hielp men met regeerings-subsidies, waaraan meestal spoedig een eind werd gemaakt.

Roosevelt, de man, die het meest belooft, deed in dit opzicht het minst. Hoe deskundigen op dat gebied hem beoordeelen bewijst een proces, dat op 13 Januari 1937 in St. José in Californië gevoerd werd tegen den journalist Milton Smith, wegens zware beleediging van den president. Smith had de „dolle misgrepen” van den president in de landbouwpolitiek tot onderwerp zijner artikelen gemaakt en hij bekende gezegd te hebben: De President is algemeen gehaat om zijn lachende huichelarij, hij is een opschepper van de ergste soort en de grootste politieke bellenblazer sedert de schepping der menschheid. Om de hoogst onaangename onthullingen waarmee Milton dreigde niet tot een monsterproces te laten uitdijen, trok de „babbelaar bij het haardvuur met de Hebreeuwsche medaille” zijn aanklacht haastig in.

Prof. Von Leers wijst dan op de „bombastische” verordening van Roosevelt d.d. 29 Februari 1936, waarin bepaald werd, dat het levenspeil der landbouwende bevolking met dat van de niet landbouwende gelijk gemaakt zou worden naar de index der jaren 1909/1914. Verwezenlijkt werd daarvan niets omdat het bakkapitaal er niet het minste belang bij had, den farmer uit de gevangenschap van het geld te bevrijden.

Nog in 1918 kregen de farmers voor hun tarwe 205 cts. af boerderij, thans is de prijs, ondanks de prijspolitiek à la Roosevelt 65 cts. Stelt men het indexcijfer 1910/1914 op 100 dan is de prijs der landbouwproducten tot 77 pCt. gedaald. In 1910/1914 bedroeg het totaalinkomen in den landbouw nog 35.1 pCt., van het inkomen der niet-landbouwende bevolking, dank zij Roosevelt is het gelukt, het inkomen van de Amerikaansche akkerslaven en beursknechten tot 28.8 pCt. te drukken.

Het oeroude verschijnsel, dat, waar de Jood heerscht, de man, die den grond bebouwt in de diepste put gestooten wordt, ziet men in de Nieuwe Wereld wederom bevestigd. Waar de Jood vet wordt, moet de boer verhongeren. Zoo is het geen wonder, dat de boeren „vluchten”. In de jaren 1910/1938 steeg de bevolking der steden van 62.3 tot 96.2 millioen zielen, de boerenbevolking slonk van 32.1 tot 31.8 millioen zielen.

De Vereenigde Staten bieden steeds meer het merkwaardige beeld van een land met „grootstad eilanden”, terwijl honderden kilometers in den omtrek nauwelijks een kleinere plaats is te vinden.

Den 17den September 1938 richtte Robert Edward Edmonson een open brief aan president Roosevelt, waarin hij dezen een verwijt maakte van de bevordering van den intocht van steeds meer Joodsche agitatoren.

„Wellicht hebt Gij deze lieden uitgenodigd om een tweede medaille voor bijzondere verdiensten jegens het Jodendom te verkrijgen nadat gij reeds op 17 Mei 1937 zulk een medaille verkregen hebt met aan den eenen kant de Davidsster van den tempel Salomons en aan de andere zijde het opschrift „onze moderne Mozes”. Welke diensten hebt gij het Jodendom te verleenen, meneer de president?”

Een dier diensten, zoo zegt Prof. Von Leers in antwoord op deze vraag, is de onteigening van den boerenstand. In 1935 waren nog 78 pCt. van de in den landbouw werkzame Amerikanen eigenaar van hun hoeve of familieleden van den eigenaar.

Roosevelt, Baruch, Morgenthau, Ickes en de overige herensche Synagoge-gemeente hebben het zoover gebracht dat het in 1940 er nog 43 pCt. waren. Meer dan een derde der zelfstandige boeren zijn door Roosevelt ten val gebracht. In de jaren 1930/1936 is een vierde deel der voorheen onafhankelijke boerenbedrijven onder dwangbelasting gebracht, en een tweede kwart is sinds 1940 economisch vernietigd. De anderen leven in een toestand van de bitterste armoede.

Niet alleen de boeren, ook de landarbeiders heeft men met succes naar den duivel geholpen. In Jowa, waar de groote banken duizenden boerderijen bezitten, laten zij machines aanschaffen en gooien er 20.000 arbeiders uit. Op een bedrijf stelde men 22 tractoren en 13 groote cultivatoren in dienst en gaf men 160 arbeiders ontslag. Zij hebben nu het recht van den vrijen Amerikaan: het recht op hongeren! De Amerikaansche landbouw is, zoo zegt Prof. Von Leers tenslotte sterk op uitvoer aangewezen. Die uitvoer loopt door den oorlog vast. DAAROM HEFT DE BOER ER BELANG BIJ, DAT DE OORLOG ZOO SNEL MOGELIJK AFLOOPT EN ER WEER EXPORT NAAR EUROPA MOGELIJK WORDT.

ROOSEVELT ECHTER VERLENGT DOOR ZIJN HULP AAN ENGELAND DEN OORLOGSDUUR, WANT AAN DIEN HULP VERDIENEN DE WAPENKONINGEN EN HET JODENDOM HUN GELD. OM DE ZUID-AMERIKAANSCHE STATEN VOOR HUN POLITIEK TE WINNEN, DRINGT ROOSEVELT HUN LEENINGEN OP, DIE ZIJ BETALEN MET LANDBOUWPRODUCTEN HETGEEN DE PRIJZEN IN DE VEREENIGDE STATEN NOG MEER DRUKT.

ZOO WORDT CYNISCH DE AMERIKAANSCHE BOER OPGEOFFERD AAN HET WALLSTREET-KAPITALISME EN DE JOODSCHE BANKENHEERSCHAPPIJ.

HET IS EVENWEL IN STRIJD MET DE NATUUR, DAT DE LANDMAN TOT SLAAF VAN DE BEURS EN DE HYPOTHEEKACTEN WORDT.

DE BEVRIJDING KOMT DAAROM EN GEEN „MODERNE MOZES” ZAL HAAR IN DE TOEKOMST TEGENHOUDEN.

Aldus de Duitsche geleerde over de Amerikaansche boeren.
Hun lot is precies gelijk aan dat der Nederlandsche boeren onder den kleinen Roosevelt Colijn, die immers ook zoo graag sprak van het levenspeil van voor 1914.
Maar de Nederlandsche boer is thans zijn bevrijding nabij.
Zij behoeft maar aan te treden in de rijen der dragers van den nieuwen tijd om hier de natuurlijke politiek welke het N.A.F. doorvoert, snel tot werkelijkheid te maken.
Niet achter den „Modernen Mozes” maar achter den Germaanschen bevrijder Adolf Hitler is de plaats van den Europeeschen boer en achter Anton Mussert die van den boer uit Nederland!


Wonderlinge Paardenhandel van een Voedselcommissaris

Kooplieden en kleine boeren werden beroofd, groote boeren kregen billijke paarden.
Het N.A.F. tracht ook hier weer recht te doen.

Dat het voormalige Crisis-apparaat, ondanks den slechten naam, dien het in den loop der jaren zich had verworven, opgezet in het Rijksbureau Voedselvoorziening en sedert kort belast met de marktordening, het met de middelen ter bereiking van zijn doeleinden nooit nauw genomen heeft, is algemeen bekend.

Hoe de leiders van deze omvangrijke organisatie immer telast kwamen met hun maatregelen en dan, veelal half werk leverden, zoodat er voor „handige jongens” gelegenheid te over bleef om er de noodige slaatjes uit te slaan ten koste van boer en consument, weet ieder, die voor deze slechte belangstelling heeft.

Schandaal op schandaal werd in den loop der jaren aan de openbaarheid prijsgegeven en met behulp van Overheid en pers in den doofpot gewerkt. Het systeem was nu eenmaal niet opgezet om het algemeen volksbelang te dienen maar is tot een machtig instrument geweest in de handen van belangengroepen, die de voedselvoorziening hadden gekozen tot voorwerp van kapitalistische koopmanschap.

Millioenen heeft het volk moeten opbrengen ter dekking van de practijken van Zwanenberg en hun soortgenooten, die den buidel spekten, terwijl de boeren in kommer en zorg verkeerden en honderdduizenden niet meer te eten hadden om deze overvattingsinkomintje hun veroorloofde te koopen.

Zetelden de verschillende Centrales in Den Haag, in werkelijkheid kwamen de draden van het vangnet samen beneden den Maarschalk, in de beruchte Oss van de Unielever, de Organon enz. Brabant heeft tengevolge daarvan een ongunstige naam klank gekregen in de ooren van duizenden volksgenooten en als het thans het bolwerk bij uitnemendheid is van de „Nederlandsche Unie” dan is dat meer dan een ongelukkigen samenloop van omstandigheden.

Dit overzicht (Brabant bereikten ons thans weer berichten over een optreden dat eens temeer bewijst, hoe zekere lieden daar denken over recht en onrecht. Ditmaal is het Voedselcommissaris Van Haaren, die zich geplaatst heeft in de rij der overbevoorrechte ambtenaren die gemeend meenden te kunnen nitooien ten koste van den kleinen man.

Als ook maar de helft juist is van den inhoud der brieven, die tot ons komen — en wij hebben redenen om aan te nemen, dat die inhoud voor minder dan alles waar zou zijn — dan dient de verantwoordelijke man ter verantwoording te worden geroepen en moet hij plaats maken voor een man, die beter verstaat, dat het getij der roofvidders van modernen stijl voorbij is.

DE DURE PAARDEN.

De oorlogsnoodzakelijkheid heeft meegebracht, dat de boeren een groot deel van hun paarden moesten afstaan ten behoeve van de weermacht. Dit veroorzaakte vanzelfsprekend groote vraag naar deze viervoetige arbeidskameraden van den landman. Deswege werden maatregelen uitgevaardigd, die den handel in paarden in de gewenschte banen moesten leiden. Koopers van paarden zonder toestemming van den provincialen voedselcommissaris werd verboden, terwijl deze ambtenaren opdracht kregen boeren, die als gevolg van de vordering zonder trekdieren geraakten, te helpen bij de vervanging.
Dat was in orde.
Zooals men evenwel in den veehandel een ontwijkend geestje in leveringsbon zag ontstaan, waardoor degene, die geld had, zijn veestapel op peil kon houden en wie dit niet had, mocht toezien, zoo wist de verloochende geest van vele boeren en kooplieden ook in den paardenhandel weidse levendigheid te brengen. Door het uitblijven van behoorlijke prijsregelingen en het niet scheppen van een afdoende sociaal ingestelde controle werden de prijzen tot in het onbetaalbare naar boven gejaagd, omdat een boer nu eenmaal trekkracht behoeft en dus wel betalen moet als hij met zijn bedrijf niet wil vastloopen.
Hierdoor zijn vele arme boeren in groote moeilijkheden geraakt.
Eindelijk, nadat er groote sommen verdiend zijn door hen, die aan den paardenhandel deelnamen, heeft de Secretaris-Generaal van Landbouw en Visscherij — nog altijd de halfjood Hirschfeld! — het tijd geacht, de prijzen te gaan regelen. Hoewel dat niet veel zal baten omdat er nu eenmaal in Nederland niet veel eerbied meer is voor Overheidsverordeningen en men er een eer in schijnt te stellen, deze niet na te leven, is deze prijsregeling een goed ding, dat alleen weer een jaar te laat gekomen is.
Er zullen evenwel ambtenaren met de uitvoering belast moeten zijn.

EEN VOORBEELD VAN WANORDE

In Den Haag werd dezer dagen een vergadering gehouden van melkhandelaren. Groote en sluiters waren bijeengeroepen om onder leiding van het N.A.F. te komen tot een goede samenwerking. Natuurlijk had het politieke gestsal ook nu weer veelen van de bijeenkomst weggehouden, maar hoe seer het verder ook het oude stelsel ook in thans tak der voedselvoorziening kon woekeren, werd niettemin volkomen duidelijk. Er is zoogenaamd van het melknet wordt afgeroomd. Daartoe zijn Melkhandel (A.V.M.), heeft daartoe zekere bevoegdheden. Nu is onlangs ingevoerd de melkstandaardisatie, dat wil zeggen, dat een zeker deel van de melkvet wordt afgeroomd. Daartoe zijn bepaalde inrichtingen aangewezen, die door de A.V.M. goedgekeurd moesten zijn. In het consumptiegebied, waarin Den Haag werkt, had de A.V.M. een zeven-tal s. g. Dienst, in wie de taak werd opgedragen, de inrichtingen voor het al of niet verleenen van een standaardiseervergunning te keuren. Deze meneer nu, weigerde de vergunning aan sommige kleinere bedrijven of trok deze na aanvankelijke verleening in. De betrokkenen waren daardoor in hooge mate gedupeerd. Welnu, S. bood dan aan, hun bedrijven, die voor een groot deel waardeloos waren, te koopen om ze onder te brengen in een melk-grootbedrijf, waarvan hij zelf directeur was! Zoo werd een ambtelijke functie misbruikt om het kleinbedrijf af te takelen en het grootbedrijf grooter te maken.
Dat de onthullingen ter vergadering hevige verontwaardiging verwekten is vanzelfsprekend. Maar geen der oude vakvereenigingen had er zich ooit mee bemoeid. Ter vergadering werd een vakgroep van het N.A.F. opgericht en de leider bracht den volgenden morgen ter kennis van de A.V.M., dat er met den bewusten meneer niet gewerkt kon worden.
Met het gevolg, dat de man uit zijn A.V.M.-functie ontslagen werd.
Zoo rekent het nationaal-socialisme af met de knoeierijen in de organen van de voedselvoorziening. Maar de halfjood Max Hirschfeld, die nog immer in Nederland secretaris-generaal van Landbouw, Handel en Nijverheid speelt, droeg nog pas de algeheele ordening der voedselvoorziening op aan die oude organen! Alsof er niets veranderd ware in dit land!
Wanneer zal Max Hirschfeld den Haagschen A.V.M.-man volgen?

Voor ons ligt een reeks ernstige klachten van paardenhandelaren en kleine boeren, die van honderden guldens beroofd werden door het rauwe optreden van dezen ambtenaar.
Hier volgt de inhoud van één dier brieven:

Ik ben Dinsdagmorgen 8 April naar Rotterdam gegaan om op de markt een paard te koopen met een aankoopvergunning in mijn zak.
Ik moest dit paard koopen voor boer G. van M. te T., van wien een paard gevorderd is. Ik had geld geleend van mijn zwager H. v. d. H., caféhouder te E. Ik kon in Rotterdam niet slagen. Toen ben ik gegaan naar Geldermalsen (Geld.) naar Willem W., van wie ik een paard kocht voor f 1330.—. Ik heb hem dat paard laten leveren te 's Hertogenbosch, bij de kinderen Verguur op stal, om reden daar gelegenheid was om hem met een auto mee te geven, daar het de andere dag koevanmarkt was en daar al die vrachtwagens komen. Dus dit paard was op de doorreis, het was een Geldersch paard en ook een Geldersche aankoopvergunning erbij. Nu gebeurde er Woensdagmorgen iets verschrikkelijks. Er kwamen een stuk of 6 à 8 crisiscontroleurs, en eenige politie-agenten voor den stal en gischten, of liever, jaagden ons bij de paarden weg en deden den stal op slot. Zij zeiden in naam van den Voedsel Commissaris den heer van Haaren, Spoorlaan 50 te Tilburg.
Een kwartier later werd ons gezegd, dat alle paarden in beslag waren genomen. Zij werden allen buiten gehaald en ambtenaren zochten er 17 van de besten uit. Wat niet zulke beste of een hit waren lieten zij houden. Er werd mij gezegd dat ik f 950.— kon beuren, dan zouden de boeren deze paarden komen halen. DUS EVEN EEN VERLIES VAN f 380.— PLUS DRIE DAGEN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN, DUS WEL RUIM f 400.—
Ik heb hier tegen heftig geprotesteerd en wees op mijn aankoopvergunning. Doch zij zeiden, dat zij daar niets mee hadden te maken en dat ik mijn mond moest houden en maken moest, dat ik weg kwam. Toen ik nog even wilde doorpraten lieten zij mij door een politie-agent verwijderen.
Ik ben in Den Bosch gebleven om op mijn geld te wachten.
Daar kwamen Donderdagmorgen 10 April eenige schatrijke boeren en groote zakenlui onze paarden ophalen. Mijn paard ging naar V. Vertel, een rijke graanhandelaar te Tilburg voor f 950.— plus 10 pCt. voor de heeren, dat wordt f 1045.—. Dus zij mochten er wel aan verdienen, wij wel verliezen! Ik heb twee politie-agenten gevraagd of zij even wilden hooren, dat ik onder protest geld beurde.
DOCH ZIJ WILDEN DIT NIET DOEN. Zij telden mij de f 950.— voor en ik heb gezegd, dat ik ze onder protest beurde. Tevens heb ik gezegd, dat ik hoopte, dat Mussert eens gauw kwam met den bezem om de boel schoon te vegen, want dat het een zooitje was. Hierop kreeg ik geen antwoord en ben heen gegaan. Ik kwam erg verdrietig als een uitgeplukte kip thuis. Drie dagen gereisd en f 400.— op stap. Dus kon het geld mijn zwager niet terug geven, voor heb een vrouw met 7 kinderen, waarvan de oudste 15 jaar is. Dus ik moest den kost alleen verdienen en kan onmogelijk zoo'n zwaar verlies lijden. Ik had maar één paard, waarom halen ze niet bij rijke boeren, die er 6 à 7 op stal hebben maar met bij een arme koopman, die zijn brood er in moet verdienen? Nu verzoek ik U beleefd mij s.v.p. in deze zaak te willen helpen. Bij voorbaat mijn dank. Dit alles berust op waarheid en kan ik met bewijzen en getuigen staven.
Hoogachtend,
J. B. de K.,
Koopman.

(In kader)
Dost dit verhaal niet denken aan de middeleeuwsche roofridders? En dezen onderdrukkende riddershap en is het geen hoon voor onze boeren?
Met andere van Geldermalsen komende en in Den Bosch overnachtende paarden ging het net zoo:
J. van E. kreeg f 850.- voor een paard dat hem f 1275.- gekost had. H. B. uit Doornspijk kocht een paard voor f 1050.- en ontving f 900.-.
G. A. van A. te Veenendaal ontving f 750.- voor een dier, dat hem f 1125.- kostte. J. M. van W. uit Kesteren moest genoegen nemen met f 750.-, terwijl hij f 1275.- betaald had.
Joh. K., een arm Zandboertje uit Rosmalen had voor f 1350.- een nieuw paard gekocht, dat hem voor f 1150.- afgenomen.
Al deze mannen zijn het gevolg van de volkomen ondoelmatige regeling der uit de paardenvordering voortkomende moeilijkheden beroofd van geld, dat zij niet kunnen missen.
En nu zulke schanddaden tot onafwijsbaar verzet leiden, komt men met een prijsregeling, die bij de heerschende geestgesteldheid niet de minste waarborg biedt, dat de niet kapitaalkrachtige boeren er baat bij zullen hebben.
Is het wonder, dat paardenhandelaar De Koning verlangt naar den bezem van Mussert?
Het Nederlandsch Arbeidsfront (N.A.F.) heeft intussen ook deze zaak opgenomen om te probeeren althans de slachtoffers aan schadeloosstelling te helpen.
D. VAN DE BOSSPOORT.


Vergelijk

Uw denkbeelden met hetgeen
MUSSERT
zegt in zijn brochure:
„NEERLAND'S TOEKOMST”
DE EERSTE 50-DUIZEND ZIJN UITVERKOCHT
DE 3E DRUK IS TER PERS
PRIJS 15 CENT
Verkrijgbaar bij kiosken, op de stations en bij den Dienst Materiaal der N.S.B., Maliebaan 29 te Utrecht. (17½ ct postzegel bijsluiten voor franco toezending).
VRAAGT OOK UW BOEKHANDELAAR!

--- * Bron: Dit is een nationaal-socialistisch propagandablad, zeer waarschijnlijk uitgegeven door de NSB of een gelieerde organisatie zoals het Nederlandsch Arbeidsfront (N.A.F.) tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Toon: De toon is polemisch, agressief en antisemitisch. Het maakt gebruik van complottheorieën over de "Joodsche bankenheerschappij" en de "internationaal-kapitalistische onderdrukking".
* Thema's:
1. Antisemitisme: President Roosevelt wordt afgeschilderd als een handlanger van het Jodendom ("Moderne Mozes"). Ook ambtenaren zoals Hirschfeld worden aangevallen op basis van hun joodse afkomst.
2. Boerenbelangen: De boeren worden neergezet als de voornaamste slachtoffers van zowel het kapitalisme als de bureaucratie. Er wordt ingespeeld op de onrust en onvrede in de agrarische sector.
3. Politieke Propaganda: De teksten promoten Adolf Hitler en Anton Mussert als de enige ware redders van de boerenstand en de arbeiders. Het N.A.F. wordt gepresenteerd als de rechtvaardige organisatie die corruptie bestrijdt.
* Retoriek: Er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van contrasten: de "kleine man" tegenover de "rijke graanhandelaar", de "eerlijke boer" tegenover de "Joodsche bankier".

--- Het document dateert uit de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk 1940 of 1941). De NSB probeerde in deze periode actief de steun te winnen van de plattelandsbevolking, die zwaar getroffen was door de economische crisis van de jaren '30. Door de schuld van alle ellende bij het "internationale kapitalisme" en de Joden te leggen, hoopte de beweging de Nederlandse bevolking achter de Duitse "Nieuwe Orde" te krijgen.

De vermelding van H.M. Hirschfeld is historisch relevant; hij was een topambtenaar die onder de bezetting aanbleef om de Nederlandse economie draaiende te houden, maar hij was een constant doelwit van NSB-smaadcampagnes vanwege zijn afkomst en zijn samenwerking met de vooroorlogse regeringen (zoals die van Colijn). Het artikel over de paardenhandel is een voorbeeld van hoe lokale incidenten werden aangegrepen voor politiek gewin, waarbij het N.A.F. werd gepositioneerd als de enige partij die daadwerkelijk actie ondernam voor de gewone burger. E. Ik H.M. Hirschfeld V. Vertel NSB Politie Rijksbureau Vakgroep

Samenvatting

  • Bron: Dit is een nationaal-socialistisch propagandablad, zeer waarschijnlijk uitgegeven door de NSB of een gelieerde organisatie zoals het Nederlandsch Arbeidsfront (N.A.F.) tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
  • Toon: De toon is polemisch, agressief en antisemitisch. Het maakt gebruik van complottheorieën over de "Joodsche bankenheerschappij" en de "internationaal-kapitalistische onderdrukking".
  • Thema's:
    1. Antisemitisme: President Roosevelt wordt afgeschilderd als een handlanger van het Jodendom ("Moderne Mozes"). Ook ambtenaren zoals Hirschfeld worden aangevallen op basis van hun joodse afkomst.
    2. Boerenbelangen: De boeren worden neergezet als de voornaamste slachtoffers van zowel het kapitalisme als de bureaucratie. Er wordt ingespeeld op de onrust en onvrede in de agrarische sector.
    3. Politieke Propaganda: De teksten promoten Adolf Hitler en Anton Mussert als de enige ware redders van de boerenstand en de arbeiders. Het N.A.F. wordt gepresenteerd als de rechtvaardige organisatie die corruptie bestrijdt.
  • Retoriek: Er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van contrasten: de "kleine man" tegenover de "rijke graanhandelaar", de "eerlijke boer" tegenover de "Joodsche bankier".

Historische Context

Het document dateert uit de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk 1940 of 1941). De NSB probeerde in deze periode actief de steun te winnen van de plattelandsbevolking, die zwaar getroffen was door de economische crisis van de jaren '30. Door de schuld van alle ellende bij het "internationale kapitalisme" en de Joden te leggen, hoopte de beweging de Nederlandse bevolking achter de Duitse "Nieuwe Orde" te krijgen.

De vermelding van H.M. Hirschfeld is historisch relevant; hij was een topambtenaar die onder de bezetting aanbleef om de Nederlandse economie draaiende te houden, maar hij was een constant doelwit van NSB-smaadcampagnes vanwege zijn afkomst en zijn samenwerking met de vooroorlogse regeringen (zoals die van Colijn). Het artikel over de paardenhandel is een voorbeeld van hoe lokale incidenten werden aangegrepen voor politiek gewin, waarbij het N.A.F. werd gepositioneerd als de enige partij die daadwerkelijk actie ondernam voor de gewone burger.

Genoemde Personen 3

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Aardappelen): Veen A.G.F. (Aardappelen): Zand A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peer A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Hond Kruidenier (Droog): Bloem Kruidenier (Droog): Thee Olie & Techniek: Machine Olie & Techniek: Olie Olie & Techniek: Vet Oorlogssurrogaten: Vervanging Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Tuin & Plant: Bloemen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Kip Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Spek Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Melk Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

NSB Politie Rijksbureau Vakgroep

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →