Archiefdocument
Origineel
15 februari 1941. [Linkerbovenhoek, handgeschreven:]
Bergen in map „groenteopslag”
N o t i t i e s van een bespreking met den groentehandel, op Zaterdag 15 Februari 1941.
A a n w e z i g : de waarnemend Directeur van het Marktwezen de heer C.F.Sixma; de bedrijfschef de heer J.Broerse en van den groentehandel de heeren: Dijkstra, Weinschenk, Draaisma, Kramer, Van Bladeren en Bood.
De heer J.Th.Smeets, Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening komt later ter vergadering.
De waarnemend Directeur van het Marktwezen zegt, dat vandaag het tusschen partijen gesloten contract in zake den winteropslag van groente op de Centrale Markt is geëindigd; ongeveer 50% van de opgeslagen producten is voor de distributie onder den kleinhandel vrijgegeven. Bij de uitvoering van het onderhavige contract hebben zich geenerlei moeielijkheden voorgedaan; de contractueele voorraden waren steeds aanwezig, terwijl de voor de onderhavige artikelen gemaakte prijzen geen aanleiding hebben gegeven om de in het contract genoemde prijzencommissie bijeen te roepen.
Tijdens de langdurige vorstperiode van de afgeloopen maanden is de aanvoer naar de Centrale Markt regelmatig en vaak langdurig gestagneerd geweest; desniettemin heeft de handel op de Centrale Markt steeds kunnen beschikken over de benoodigde hoeveelheden stapelgroenten en vatgroenten; geconstateerd kan derhalve worden, dat de onderhavige voorraadvorming in de behoefte heeft voorzien.
De thans nog aanwezige voorraad, te weten:
8 wagons koolrapen;
4 wagons wortelen;
8 wagons uien en
990 vaten vatgroenten
komen thans geheel ter vrije beschikking van de grossierscombinatie. Ten slotte brengt spreker den handel dank voor de correcte wijze, waarop het onderhavige contract is uitgevoerd. De betaling van de in artikel VI der onderhavige contracten bedoelde vergoeding zal te zijner tijd geschieden op mandaat. Het Marktwezen zal hiertoe de noodige stappen doen.
De heer Dijkstra schetst nog eens de moeielijkheden, welke voor de Gemeente bestonden, toen men over den opslag van groente voor den winter ging beraadslagen. Een en ander is echter dank zij de buitengewone medewerking van de Directeuren van het Marktwezen en den Centralen Dienst uitstekend verloopen en hiervoor betuigt spreker namens den handel dezen heeren zijn dank.
Opslag van kool voor de maanden Maart,
April en eventueel Mei.
De waarnemend Directeur van het Marktwezen zegt, dat in 1940 in de maand Maart nog ongeveer 600.000 kg. kool op de Centrale Markt is aangevoerd, in de maand April ongeveer 200.000 kg. en in de maand Mei ongeveer 34.000 kg. Spreker memoreert, dat met ingang Dit document is een ambtelijk verslag van een evaluatiegesprek tussen het Amsterdamse Marktwezen en vertegenwoordigers van de groentehandel. De kern van de bespreking is de succesvolle afronding van het wintercontract voor de opslag van groenten (1940-1941).
Kernpunten uit het verslag:
* Succesvolle voorraadvorming: Ondanks een strenge vorstperiode bleef de levering van "stapelgroenten" (zoals wortelen en uien) en "vatgroenten" (geconserveerde groenten) gegarandeerd.
* Vrijgave van voorraden: 50% van de opgeslagen goederen was reeds gedistribueerd; de restvoorraad (gespecificeerd in wagons en vaten) wordt nu vrijgegeven aan de groothandel (grossierscombinatie).
* Prijsbeheersing: De prijzen bleven stabiel binnen de contractuele afspraken, waardoor de prijzencommissie niet hoefde in te grijpen.
* Toekomstplanning: Er wordt direct vooruitgekeken naar de maanden maart tot en met mei, waarbij historische aanvoercijfers van kool uit 1940 als referentiekader dienen. Het document dateert van 15 februari 1941, negen maanden na de Duitse inval in Nederland. Dit is een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis: de sfeer in Amsterdam was gespannen, slechts tien dagen voor het uitbreken van de Februaristaking.
Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening een kritieke prioriteit voor zowel de Nederlandse autoriteiten (de Gemeente Amsterdam) als de bezetter. De oprichting van de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was noodzakelijk om schaarste te beheersen en distributie (bonkaarten) in goede banen te leiden.
De winter van 1940-1941 was bovendien bijzonder streng. De "langdurige vorstperiode" waarover in het document gesproken wordt, bemoeilijkte het transport over water en weg. De succesvolle "winteropslag" op de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam was dus essentieel om de stad gedurende de wintermaanden van voedsel te blijven voorzien en grootschalige honger in deze fase van de oorlog te voorkomen. Het document toont de nauwe, bijna gedwongen samenwerking tussen de overheid en de private handel onder de druk van de bezettingsomstandigheden. C.F. Sixma Dijkstra schetst (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen