Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 91
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag (pagina 3).

Origineel

Getypte notulen/verslag (pagina 3). -3-

Ten slotte zegt de handel toe, dat zij steeds contact zal blijven houden met de vertegenwoordigers der Gemeente. Zoodra er iets aan den regelmatigen aanvoer van producten naar de Centrale Markt gaat haperen, zal men onmiddellijk weder contact zoeken met den Directeur van het Marktwezen. Ten aanzien van de ongerustheid bij den kleinhandel zegt de heer Dijkstra, dat het niet te verwachten is, dat het publiek in de maand Mei nog naar kool vraagt. Het is namelijk een jaarlijks terugkeerend verschijnsel, dat men na de maand April geen kool meer consumeert. Indien er derhalve geen vraag meer is bij het publiek, behoeft men niet te denken, dat de winkeliers de voorraden kool bij den grossiers zullen koopen.

De Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening zegt, dat het hem onder de gegeven omstandigheden gewenscht voorkomt de ontwikkeling van zaken nog af te wachten. Men kan binnenkort weer eens samen komen en de situatie onder de oogen zien. Er kunnen dan nog altijd maatregelen overwogen worden.

De vergadering sluit zich hierbij aan. Dit document is de derde pagina van een verslag van een overleg over de voedselvoorziening en marktwerking. Er worden twee kernpunten besproken:

  1. Communicatie en aanvoer: Er is een duidelijke afspraak tussen de "handel" en de lokale overheid om nauw contact te houden. Bij storingen in de aanvoer naar de Centrale Markt moet direct aan de bel worden getrokken bij de Directeur van het Marktwezen. Dit duidt op een gereguleerde marktsituatie waarin continuïteit van essentieel belang is.
  2. Seizoensgebonden vraag (Kool): Er wordt gereageerd op ongerustheid in de kleinhandel over koolvoorraden. De heer Dijkstra relativeert dit door te wijzen op het natuurlijke consumptiepatroon: na april stopt de vraag naar kool vrijwel volledig. Hieruit wordt geconcludeerd dat er geen risico is dat winkeliers met onverkoopbare voorraden bij grossiers blijven zitten als de vraag wegvalt.

De toon is zakelijk en afwachtend. De Directeur van de Levensmiddelenvoorziening adviseert om de situatie aan te kijken voordat er actieve maatregelen worden genomen. De gebruikte terminologie, zoals de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening", wijst sterk op de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren was de voedselvoorziening strak gecentraliseerd en onderworpen aan distributie en overheidscontrole om tekorten te beheersen.

De discussie over kool is kenmerkend voor deze periode; kool was een basisvoedingsmiddel dat in grote hoeveelheden beschikbaar moest blijven wanneer ander voedsel schaars werd. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke en logistieke afstemming die nodig was om de voedselketen in stand te houden in een tijd van economische spanning en schaarste. De voorzichtigheid van de directeur ("ontwikkeling van zaken nog af te wachten") is typerend voor de bureaucratische aanpak van de voedselcommissariaten in die tijd.

Samenvatting

Dit document is de derde pagina van een verslag van een overleg over de voedselvoorziening en marktwerking. Er worden twee kernpunten besproken:

  1. Communicatie en aanvoer: Er is een duidelijke afspraak tussen de "handel" en de lokale overheid om nauw contact te houden. Bij storingen in de aanvoer naar de Centrale Markt moet direct aan de bel worden getrokken bij de Directeur van het Marktwezen. Dit duidt op een gereguleerde marktsituatie waarin continuïteit van essentieel belang is.
  2. Seizoensgebonden vraag (Kool): Er wordt gereageerd op ongerustheid in de kleinhandel over koolvoorraden. De heer Dijkstra relativeert dit door te wijzen op het natuurlijke consumptiepatroon: na april stopt de vraag naar kool vrijwel volledig. Hieruit wordt geconcludeerd dat er geen risico is dat winkeliers met onverkoopbare voorraden bij grossiers blijven zitten als de vraag wegvalt.

De toon is zakelijk en afwachtend. De Directeur van de Levensmiddelenvoorziening adviseert om de situatie aan te kijken voordat er actieve maatregelen worden genomen.

Historische Context

De gebruikte terminologie, zoals de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening", wijst sterk op de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens deze jaren was de voedselvoorziening strak gecentraliseerd en onderworpen aan distributie en overheidscontrole om tekorten te beheersen.

De discussie over kool is kenmerkend voor deze periode; kool was een basisvoedingsmiddel dat in grote hoeveelheden beschikbaar moest blijven wanneer ander voedsel schaars werd. Het document geeft een inkijkje in de ambtelijke en logistieke afstemming die nodig was om de voedselketen in stand te houden in een tijd van economische spanning en schaarste. De voorzichtigheid van de directeur ("ontwikkeling van zaken nog af te wachten") is typerend voor de bureaucratische aanpak van de voedselcommissariaten in die tijd.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →