Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 92
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Verslag of nota van een vergadering/overleg betreffende de marktsituatie en groentevoorziening.

Origineel

Verslag of nota van een vergadering/overleg betreffende de marktsituatie en groentevoorziening. (Opmerking: Handgeschreven toevoegingen zijn tussen [ ] geplaatst, doorgehaalde tekst is gemarkeerd als ~~strikethrough~~)

[In de maand Mei is er echter reeds een groote aanvoer van versche groenten. In die maand bleven de laatste jaren telkens reeds bij de tuinders op de Centrale Markt groote hoeveelheden groenten overschot. De heer Barends van de Federatie van kleinhandelaren meent dat bij gebrek aan blijkbaar voldoende aanvoer van kool op de veilingen zal plaatsvinden.]

Derhalve behoeft een tekort aan kool in de maanden Maart en April niet te worden gevreesd.

De heer Dijkstra wijst erop, dat er de afgeloopen week zelfs teveel kool aan de veilingen is aangevoerd; op enkele dagen bleef er ~~zelfs~~ kool onverkocht; geconstateerd kan worden, dat de getroffen regeling goed werkt; er is overvloedig kool. Spreker adviseert derhalve: laat de boeren de kool bewaren! Dit is voor het product ook het beste.

De heer Kramer is het ~~niet~~ met den heer Dijkstra eens, dat de getroffen regeling in de behoefte voorziet.

De heer Broerse wijst erop, dat de kleinhandel ongerust is voor de maand Mei. De groote vraag is hier echter, wie een eventueele voorraadvorming voor deze maand wil financieren. De grossiers moeten namelijk de zekerheid hebben, dat de kool in de maand Mei zal worden afgenomen.

De heer Barends, voorzitter van de Federatie van Kleinhandelaren zal hierover [voorts] spreken in het bestuur der Federatie. De mogelijkheid is ~~ook~~ niet uitgesloten, dat de tuinders in de komende maanden hun voorjaarsproducten gaan exporteeren; [hierdoor en door het gemis der blikgroente zou in de maand Mei gebrek aan groente kunnen komen.]

De heer Dijkstra zegt, dat de grossiers ~~zouden juichen~~ [kunnen juichen], het is namelijk een feit, dat de grossiers in de maand Mei enkele weken geen handel kunnen ~~doen~~ [drijven], omdat in die weken de markt wordt overvoerd door de tuindersproducten. [Wanneer dat de tuinders hun producten zouden gaan exporteren,] Wanneer de tuinders nu gaan exporteeren zullen de grossiers in staat zijn om de ontbrekende producten aan te vullen met artikelen, welke zij op de veilingen buiten Amsterdam in voldoende mate kunnen koopen. Spreker ~~niet~~ ziet vooralsnog echter niet in, dat de tuinders zullen gaan exporteeren; de tuinders rondom Amsterdam zijn in de eerste plaats markttuinders. [welke producten bij den kleinhandel uit eenmaal zeer gewild zijn.]

Ten slotte zegt de handel toe, dat zij steeds contact zal blijven houden met de vertegenwoordigers der Gemeente. Zoodra er iets aan de regelmatige aanvoer van producten naar de Centrale Markt gaat haperen, zal men onmiddellijk weder contact zoeken met den Directeur van het Marktwezen. Ten aanzien van de ongerustheid bij den kleinhandel zegt de heer Dijkstra, dat het niet te verwachten is, dat het publiek in de maand Mei nog naar kool vraagt. Het is namelijk een jaarlijks terugkeerend verschijnsel, dat men na [de maand] April geen kool meer consumeert; indien er derhalve geen vraag meer is bij het publiek, behoeft men niet te denken, dat de winkeliers de voorraden kool bij den grossier zullen koopen!

[De directeur van de C.D. voor de LV zegt dat het hem onder de gegeven omstandigheden ongewenscht voorkomt de ontwikkeling van zaken nog wat af te wachten. De markten binnenkort meer kans bieden, komt de de situatie onder de oogen zien. Er kunnen dan nog altijd maatregelen overwogen worden.
De vergadering sluit zich hierbij aan.

D.m. meent dat van de tuinders producten maar bepaalde soorten in aanmerking zouden komen, zoals sla en komkommers. Ten aanzien van de export is tot nog toe steeds de gedragslijn gevolgd dat bij vaststelling van het exportquantum met de behoeften van het binnenland is rekening gehouden. Het is redelijkerwijs te verwachten dat de tuindersproducten uit de omgeving van Amsterdam eveneens aan een dergelijke regeling zullen worden onderworpen.] Dit document vormt het verslag van een overleg over de logistiek en marktwerking van de groentehandel in Amsterdam. De kern van de discussie is de overgang van de wintervoorraad (kool) naar de verse voorjaarsproducten (zoals sla en komkommers).

Er zijn drie belangrijke spanningen zichtbaar:
1. Overschot vs. Tekort: In maart/april is er een overschot aan kool, maar de kleinhandel vreest tekorten in mei wanneer de consument stopt met kool eten en overgaat op schaarsere of duurdere voorjaarsgroenten.
2. Exportbelang vs. Binnenlandse consumptie: Er wordt gesproken over het exporteren van Amsterdamse tuindersproducten om de markt niet te "overvoeren", terwijl Dijkstra stelt dat deze tuinders primair voor de lokale markt ("markttuinders") produceren.
3. Financieel risico: De grossiers durven geen voorraden aan te leggen zonder de garantie dat de kleinhandel (en uiteindelijk de consument) de producten afneemt.

De handgeschreven wijzigingen suggereren dat het document een conceptverslag is dat is bijgewerkt na of tijdens een nadere bespreking, waarbij specifiek de rol van de "Directeur van de C.D. voor de LV" (vermoedelijk de Crisis-Dienst voor de Landbouw en Voedselvoorziening) en de exportregulering van sla en komkommers werd toegevoegd. De context is die van een gereguleerde markt, waarschijnlijk tijdens of vlak na een periode van schaarste of strikte overheidsbemoeienis (gezien de verwijzing naar de "C.D. voor de LV" en het vaststellen van "exportquanta"). De "Centrale Markt" te Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) fungeerde als het zenuwcentrum voor de voedseldistributie in de regio. De discussie weerspiegelt de complexiteit van de seizoensgebonden voedselketen: de noodzaak om boeren te beschermen tegen prijsinstortingen bij overschotten, versus het waarborgen van de voedselvoorziening voor de stedelijke bevolking.

Samenvatting

Dit document vormt het verslag van een overleg over de logistiek en marktwerking van de groentehandel in Amsterdam. De kern van de discussie is de overgang van de wintervoorraad (kool) naar de verse voorjaarsproducten (zoals sla en komkommers).

Er zijn drie belangrijke spanningen zichtbaar:
1. Overschot vs. Tekort: In maart/april is er een overschot aan kool, maar de kleinhandel vreest tekorten in mei wanneer de consument stopt met kool eten en overgaat op schaarsere of duurdere voorjaarsgroenten.
2. Exportbelang vs. Binnenlandse consumptie: Er wordt gesproken over het exporteren van Amsterdamse tuindersproducten om de markt niet te "overvoeren", terwijl Dijkstra stelt dat deze tuinders primair voor de lokale markt ("markttuinders") produceren.
3. Financieel risico: De grossiers durven geen voorraden aan te leggen zonder de garantie dat de kleinhandel (en uiteindelijk de consument) de producten afneemt.

De handgeschreven wijzigingen suggereren dat het document een conceptverslag is dat is bijgewerkt na of tijdens een nadere bespreking, waarbij specifiek de rol van de "Directeur van de C.D. voor de LV" (vermoedelijk de Crisis-Dienst voor de Landbouw en Voedselvoorziening) en de exportregulering van sla en komkommers werd toegevoegd.

Historische Context

De context is die van een gereguleerde markt, waarschijnlijk tijdens of vlak na een periode van schaarste of strikte overheidsbemoeienis (gezien de verwijzing naar de "C.D. voor de LV" en het vaststellen van "exportquanta"). De "Centrale Markt" te Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) fungeerde als het zenuwcentrum voor de voedseldistributie in de regio. De discussie weerspiegelt de complexiteit van de seizoensgebonden voedselketen: de noodzaak om boeren te beschermen tegen prijsinstortingen bij overschotten, versus het waarborgen van de voedselvoorziening voor de stedelijke bevolking.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →