Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 97
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen/Verslag van een bespreking.

19 december 1940.

Origineel

Notulen/Verslag van een bespreking. 19 december 1940. N o t i t i e s inzake een bespreking met vertegenwoordigers van den Groentenhandel en den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening op Donderdag 19 December 1940.

A a n w e z i g : van den Centralen Dienst: de Directeur de heer Smeets; van het Marktwezen: de waarnemend Directeur de heer C.F. Sixma en de bedrijfschef de heer J. Broerse; van den handel: de heeren Kramer en Dijkstra.

Reservevoorraad voor den winter.

De heer Dijkstra deelt mede, dat in verband met het besprokene in de vergadering van 14 December jl. onder 23 grossiers op de Centrale Markt een inventarisatie heeft plaats gehad van de aanwezige stapelproducten. Daarbij is gebleken, dat buiten hetgeen is gereserveerd voor een eventueele ijsperiode, op de Centrale Markt thans reeds aanwezig is: 255.000 kg. rapen; 141.500 kg. wortelen; 161.300 kg. uien. Bovendien zijn buiten de Centrale Markt in de bietenkokerijen nog aanwezig $\pm$ 100.000 kg. bieten.

De heer Broerse memoreert, dat 2000 liter benzine beschikbaar zal worden gesteld benevens eenige auto’s met gasgeneratoren, waardoor $\pm$ 600.000 kg. kool uit de koolstreken bij een eventueele vorstperiode naar de Centrale Markt zal kunnen worden vervoerd. Bovendien is gesproken met den handelsagent der Nederlandsche Spoorwegen, die heeft toegezegd, dat bij een eventueele ijsperiode de spoorwagons bij voorkeur beschikbaar zullen worden gesteld voor het vervoer van levensmiddelen. Spreker meent, dat de transportmoeilijkheden hiermede vrijwel zijn opgelost.

De Directeur van den Centralen Dienst herhaalt nog eens, hetgeen hij in de vorige vergadering reeds heeft uiteen gezet. Door de groote aankoopen van Rotterdam en Den Haag bestaat het gevaar, dat wanneer Amsterdam nog iets wil koopen, zij hiertoe de gelegenheid niet heeft, omdat de voorraden volledig zijn opgekocht door de overige steden.

De heer Kramer zegt, dat het inderdaad de vraag zal zijn, of de handel in het nieuwe jaar aan kool zal kunnen komen. De kans bestaat inderdaad, dat de koolvoorraden zullen worden geëxporteerd. Spreker acht het mogelijk, dat na 1 Januari a.s. kool wordt opgeslagen in het koelhuis en daar blijft liggen tot bijvoorbeeld de maand Maart of April. Men kan veilig aannemen, dat de kool in het voorjaar zeer schaarsch zal worden. De goede koolsoorten kunnen echter thans niet worden aangekocht; hieromtrent zal over een dag of veertien opnieuw overleg moeten worden gepleegd. Ditzelfde geldt voor het artikel bieten; ook deze groentensoort wordt momenteel door de boeren vastgehouden en zoodra er bieten beschikbaar komen zal hierover opnieuw overleg moeten worden gepleegd.

De Directeur van het Marktwezen acht het gewenscht, dat de handel de vertegenwoordigers van de Gemeente op de hoogte houdt, zoodra er iets met de bewaarbare producten gaat gebeuren (bij eventueele export). Het wordt wenschelijk geacht, dat over het onderhavige onderwerp een bespreking wordt gehouden met den Directeur van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.
De handel wijst er nog op, dat het bureau Velders momenteel ook niets kan koopen; indien er echter wel gekocht kan worden, dan kan de handel dit minstens zoo goed doen als het bureau Velders.

De heer Kramer zegt nog, dat aan een nieuwe reserveering van vatgroenten voor de Gemeente door den handel moeilijkheden zijn verbonden. De handel zal deze aangelegenheid bekijken en hierop op 20 December a.s. terugkomen. Men is het erover eens, dat indien de handel niet in staat is om voor een verdere reserveering van vatgroente zorg te dragen, de Gemeente zal moeten overwegen om bij de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale alsnog vatgroenten aan te koopen. Een en ander zal moeten gaan over aankoop van $\pm$ 4.000 vaten vatgroenten. * Logistiek en Brandstof: Er is een duidelijke schaarste aan brandstof merkbaar (slechts 2000 liter benzine). De inzet van "gasgeneratoren" (houtgasgeneratoren op vrachtwagens) was een typisch noodmiddel tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Voedselconcurrentie: Er is sprake van een concurrentiestrijd tussen de grote steden (Rotterdam, Den Haag en Amsterdam) om de beschikbare voedselvoorraden. Men vreest dat Amsterdam buiten de boot valt.
* Export en Schaarste: De angst voor export (vermoedelijk naar Duitsland) is groot. Men probeert producten zoals kool en bieten vast te leggen om de winter en het voorjaar door te komen.
* Bureaucratie: Het verslag toont de samenwerking tussen het gemeentelijk apparaat (Marktwezen), de centrale overheid (Centralen Dienst) en de private sector (vertegenwoordigers van de handel). Dit document stamt uit december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de beruchte Hongerwinter pas jaren later zou plaatsvinden, was de voedseldistributie en de zorg over wintervoorraden vanaf het begin van de bezetting een kritiek punt. De overheid probeerde door middel van centrale sturing de regie te houden over de schaarse middelen. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" speelde hierbij een centrale rol als regulerend orgaan. De vermelding van transport via de spoorwegen "bij voorkeur" voor levensmiddelen wijst op het strategische belang van voedselzekerheid in een tijd waarin het vervoer over de weg door brandstofgebrek werd lamgelegd.

Samenvatting

  • Logistiek en Brandstof: Er is een duidelijke schaarste aan brandstof merkbaar (slechts 2000 liter benzine). De inzet van "gasgeneratoren" (houtgasgeneratoren op vrachtwagens) was een typisch noodmiddel tijdens de Tweede Wereldoorlog.
  • Voedselconcurrentie: Er is sprake van een concurrentiestrijd tussen de grote steden (Rotterdam, Den Haag en Amsterdam) om de beschikbare voedselvoorraden. Men vreest dat Amsterdam buiten de boot valt.
  • Export en Schaarste: De angst voor export (vermoedelijk naar Duitsland) is groot. Men probeert producten zoals kool en bieten vast te leggen om de winter en het voorjaar door te komen.
  • Bureaucratie: Het verslag toont de samenwerking tussen het gemeentelijk apparaat (Marktwezen), de centrale overheid (Centralen Dienst) en de private sector (vertegenwoordigers van de handel).

Historische Context

Dit document stamt uit december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de beruchte Hongerwinter pas jaren later zou plaatsvinden, was de voedseldistributie en de zorg over wintervoorraden vanaf het begin van de bezetting een kritiek punt. De overheid probeerde door middel van centrale sturing de regie te houden over de schaarse middelen. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" speelde hierbij een centrale rol als regulerend orgaan. De vermelding van transport via de spoorwegen "bij voorkeur" voor levensmiddelen wijst op het strategische belang van voedselzekerheid in een tijd waarin het vervoer over de weg door brandstofgebrek werd lamgelegd.

Ambtenaren

J. Broerse Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →