Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 101
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen/verslag van een bespreking.

14 december 1940.

Origineel

Notulen/verslag van een bespreking. 14 december 1940. N o t i t i e s inzake een bespreking met vertegenwoordigers van den Groentenhandel en den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening op Zaterdag 14 December 1940.

A a n w e z i g : van den Centralen Dienst: de Directeur de heer Smeets; van het Marktwezen: de waarnemend Directeur de heer C.F. Sixma; van den handel: de heeren Dijkstra en Bood.

Reservevoorraad voor den winter.

De Directeur van den Centralen Dienst herinnert aan de overeenkomst, gesloten tusschen den handel eenerzijds en de Gemeente anderzijds inzake de vorming van een reservevoorraad op de Centrale Markt. Thans blijkt, dat Rotterdam en Den Haag enorme hoeveelheden stapel-groenten en vatgroenten koopen, in verhouding waarvan de Gemeente Amsterdam slechts een zeer pover figuur slaat. De Directeur stelt de vraag, of voor Amsterdam te weinig is gereserveerd; spreker toont aan, dat de Gemeente toch nog "iets" zal moeten doen, daar het Gemeentebestuur anders geen verantwoordelijkheid voor de voedsel-voorziening van Amsterdam kan nemen. Bestaat er bij den handel geen vrees, dat, nu er zulke enorme hoeveelheden opgekocht worden, er over enkele maanden in de productiecentra niets meer te koop zal zijn?

De heer Dijkstra zegt, dat hij tevens bestuurslid is van den Nederlandschen Bond van Groothandelaren; dat hij uit dien hoofde een goed inzicht heeft in de behoeften van de groote steden. Men moet er daarbij rekening mede houden, dat de Amsterdamsche markt, wat haar ligging betreft ten aanzien van de productie-centra veel gunstiger is gelegen, dan Rotterdam en Den Haag. In Rotterdam en Den Haag zijn bijna geen bona-fide groothandelaren, doordat deze steden zijn omgeven door ± 17 veilingen, waar door dagjesmenschen de producten voor deze steden worden gekocht en ter plaatse dagelijks worden verhandeld. In Amsterdam bestaat daarentegen wel een goede gevestigde groothandel. Er bevinden zich te Amsterdam groote voorraden onder de grossiers. Er zijn voor de Gemeente Amsterdam gereserveerd: 25 wagons koolrapen; er zijn bovendien door de combinatie nog aangekocht: 13 wagons.
Aan uien is voor de Gemeente gereserveerd: 10 wagons; de combinatie heeft er daarbuiten nog 8.
Aan wortelen heeft de Gemeente 15 wagons gereserveerd. De combinatie heeft voor zichzelf nog 5 wagons gekocht. Dit betreft dus alleen de aankoopen van de combinatie; daarnaast hebben de andere grossiers ook nog inkoopen gedaan. Buiten de hiervoor genoemde cijfers liggen alleen aan uien al 4.000 mud op de Centrale Markt. Voor vatgroente geldt hetzelfde. De firma Wijschenk heeft alleen voor zichzelf reeds evenveel vaten in haar pakhuis in de Jordaan opgeslagen, als de combinatie voor de Gemeente heeft gereserveerd. Daarbij komt, dat de combinatie haar aankoopen van wortelen en uien in Zuidholland heeft geplaatst; derhalve kan worden aangenomen, dat de voorraden uien en wortelen, welke in Noordholland aanwezig zijn, daar nog in zijn geheel liggen.

De Directeur van den Centralen Dienst wijst op de mogelijkheid van een min of meer gedwongen export. Het is duidelijk, dat in dat geval de kans, dat de voorraden zullen worden gevorderd voor de Gemeente veel geringer is, dan voor den vrijen handel.

De heer Dijkstra zegt, dat de export van kool momenteel geschat kan worden op 50%. Momenteel kan echter de goede exportkool nog niet worden gekocht. De koolexport begint pas na Nieuwjaar; tot nu toe is ongeveer 50% geëxporteerd, terwijl 50% voor het binnenland beschikbaar blijft. Deze quantiteit kan echter niet door het binnenland worden geconsumeerd. Spreker zegt, dat in normale tijden de koolexport 80% bedraagt; in vergelijking daarmede is het exportcijfer van het oogenblik (50%) dus nog zeer gering. Spreker acht het onaannemelijk, dat de geheele koolvoorraad zal worden geëxporteerd. Het staat vast, dat de kool het beste wordt bewaard bij de boeren, die daarvoor speciale koolhouders hebben. De reserve aan kool bij een eventueele vorstperiode is voldoende gewaarborgd door het feit, dat de Gemeente 2000 liter benzine voor het transport van de boeren naar de Centrale Markt heeft kunnen verkrijgen, hetgeen neerkomt op ± 25 wagons. Spreker zegt nog, dat in vorige jaren * Kernconflict: De overheid (de Directeur van de Centralen Dienst) maakt zich grote zorgen over de voedselzekerheid in Amsterdam en vindt de gemeentelijke reserves te laag vergeleken met andere steden. De handel (Dhr. Dijkstra) stelt daarentegen dat de situatie in Amsterdam uniek is door de aanwezigheid van een sterke groothandel en gunstige ligging ten opzichte van productiegebieden (Noord-Holland).
* Logistiek en cijfers: Het document geeft een gedetailleerd inkijkje in de logistiek van 1940. Er wordt gesproken in "wagons" en "mud". Specifieke producten zoals koolrapen, uien en wortelen worden genoemd als de belangrijkste wintervoorraden.
* Spanning tussen overheid en markt: De Directeur hint op vordering van voorraden om ze uit de "vrije handel" te halen, uit angst voor tekorten of export. De handel verdedigt de vrije marktwerking en wijst op de natuurlijke opslagcapaciteit bij boeren.
* Benzine-allocatie: Een cruciaal detail aan het eind is de toewijzing van 2000 liter benzine. In een tijd van schaarste en rantsoenering was brandstof de sleutel tot het transporteren van voedsel van het platteland naar de stad. * Tweede Wereldoorlog: Het gesprek vindt plaats in december 1940, zeven maanden na de Duitse inval. De bezetter begon steeds meer invloed uit te oefenen op de Nederlandse economie.
* Gedwongen export: De "min of meer gedwongen export" waar de Directeur naar verwijst, is een eufemisme voor de Duitse vorderingen. De bezetter roomde de Nederlandse landbouwproductie af ten behoeve van de eigen Wehrmacht en de Duitse bevolking.
* Voedselvoorziening: De winter van 1940-1941 was koud. De autoriteiten waren doodsbang voor voedselrellen of honger in de grote steden. De "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was het orgaan dat deze distributie in goede banen moest leiden.
* De "Combinatie": Dit verwijst waarschijnlijk naar een inkoopcombinatie van groothandelaren die gezamenlijk optraden om grote hoeveelheden in te slaan, een voorloper van de strakkere distributiesystemen die later in de oorlog noodzakelijk werden.

Samenvatting

  • Kernconflict: De overheid (de Directeur van de Centralen Dienst) maakt zich grote zorgen over de voedselzekerheid in Amsterdam en vindt de gemeentelijke reserves te laag vergeleken met andere steden. De handel (Dhr. Dijkstra) stelt daarentegen dat de situatie in Amsterdam uniek is door de aanwezigheid van een sterke groothandel en gunstige ligging ten opzichte van productiegebieden (Noord-Holland).
  • Logistiek en cijfers: Het document geeft een gedetailleerd inkijkje in de logistiek van 1940. Er wordt gesproken in "wagons" en "mud". Specifieke producten zoals koolrapen, uien en wortelen worden genoemd als de belangrijkste wintervoorraden.
  • Spanning tussen overheid en markt: De Directeur hint op vordering van voorraden om ze uit de "vrije handel" te halen, uit angst voor tekorten of export. De handel verdedigt de vrije marktwerking en wijst op de natuurlijke opslagcapaciteit bij boeren.
  • Benzine-allocatie: Een cruciaal detail aan het eind is de toewijzing van 2000 liter benzine. In een tijd van schaarste en rantsoenering was brandstof de sleutel tot het transporteren van voedsel van het platteland naar de stad.

Historische Context

  • Tweede Wereldoorlog: Het gesprek vindt plaats in december 1940, zeven maanden na de Duitse inval. De bezetter begon steeds meer invloed uit te oefenen op de Nederlandse economie.
  • Gedwongen export: De "min of meer gedwongen export" waar de Directeur naar verwijst, is een eufemisme voor de Duitse vorderingen. De bezetter roomde de Nederlandse landbouwproductie af ten behoeve van de eigen Wehrmacht en de Duitse bevolking.
  • Voedselvoorziening: De winter van 1940-1941 was koud. De autoriteiten waren doodsbang voor voedselrellen of honger in de grote steden. De "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was het orgaan dat deze distributie in goede banen moest leiden.
  • De "Combinatie": Dit verwijst waarschijnlijk naar een inkoopcombinatie van groothandelaren die gezamenlijk optraden om grote hoeveelheden in te slaan, een voorloper van de strakkere distributiesystemen die later in de oorlog noodzakelijk werden.

Locaties

Amsterdam (vermoedelijk).

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →