Notulen of verslag van een vergadering (doorslag van een getypt document).
Origineel
Notulen of verslag van een vergadering (doorslag van een getypt document). -2-
een groote export naar Denemarken plaatsvond; dit is dit jaar niet waarschijnlijk te achten, omdat Denemarken nog niet aan de markt is geweest.
De Directeur van den Centralen Dienst zegt, dat Rotterdam heeft opgekocht 1.800.000 kg. stapelgroente, 12.000 vaten vatgroente, terwijl deze cijfers voor Amsterdam zijn: 500.000 stapelgroente en 1.100 vaten. Is het niet gewenscht, dat nog een aanvullend contractje wordt gemaakt, te meer daar de heer Dijkstra zegt, dat groote voorraden toch te Amsterdam beschikbaar zijn.
De heer Sixma wijst er nog op, dat de tuinders rondom Amsterdam reeds een reserve op zich zelven vormen voor de hoofdstad. Deze reserve hebben Rotterdam en Den Haag niet.
De heer Dijkstra deelt mede, dat hij een dezer dagen een inventarisatie bij den handel op de Centrale Markt zal doen plaatsvinden. Dan kan eventueel vastgelegd worden, dat deze voorraden (ook vatgroenten) zullen worden gereserveerd voor Amsterdam, opdat deze niet ge-exporteerd mogen worden of verkocht aan andere steden.
De Directeur van den Centralen Dienst juicht dit voorstel toe.
De heer Dijkstra wijst nog op het principieel verschil in den opzet van Rotterdam en van Amsterdam, doordat de Gemeente Rotterdam de voorraadvorming zelf verzorgt, trekt de handel zich daar ter plaatse van de geheele zaak niets aan. In Amsterdam vindt echter juist het tegenovergestelde plaats. Het is zonder meer duidelijk, welke voordeelen hieraan verbonden zijn.
De Directeur van den Centralen Dienst stelt de vraag, of de handel interesse heeft voor de goedkoope vatgroente, die door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale beschikbaar wordt gesteld. De Gemeente zou deze vaten kunnen koopen en deze te zijner tijd aan den handel tegen den zelfden prijs beschikbaar kunnen stellen.
De heer Dijkstra zegt, dat hij dit zal bespreken met de handelaren in vatgroenten.
De Directeur van het Marktwezen wijst erop, dat men niet twee vraagstukken door elkaar moet halen. De Gemeente heeft een voorraad gereserveerd, om gedurende de vorstperiode aan de transportmoeilijkheden het
hoo hoofd te kunnen bieden. Een reserve als door den heer Smeets b wordt bedoeld, beteekent echter een reserve voor den geheelen winter, dus tot en met April of Mei. Dit is echter een vraagstuk van geheel andere orde, welke niet plaatselijk kan worden opgelost, doch landelijk. De kwestie van den export kan slechts worden bezien binnen het raam van de behoefte van de bevolking van Nederland. Naar spreker's meening zal hiermede wel degelijk rekening worden gehouden.
De Directeur van den Centralen Dienst kan er zich mede vereenigen, dat deze aangelegenheid thans niet verder wordt behandeld, doch dat men bijvoorbeeld begin Februari de positie opnieuw zal bekijken voor een eventueele voorraadvorming voor de maanden Maart en April.
De heer Dijkstra acht dit de beste oplossing. * Administratieve stijl: Het document is een typisch ambtelijk verslag. Namen van sprekers zijn onderstreept om de leesbaarheid te bevorderen. Er is sprake van een kleine typefout ("hoo hoofd") die niet is gecorrigeerd.
* Staat van de voedselvoorziening: Er is een duidelijke bezorgdheid over de voedselvoorraden voor de grote steden. Men vergelijkt de strategie van Rotterdam (gemeentelijke inkoop) met die van Amsterdam (behoud van de private handel).
* Terminologie:
* Stapelgroente: Houdbare groenten zoals aardappelen, wortelen en uien.
* Vatgroente: In vaten ingelegde of gezouten groenten (bijv. zuurkool).
* Vorstperiode: Een kritiek moment voor de voedselvoorziening vanwege bevroren waterwegen en geblokkeerd transport.
* Beleidsverschil: Het document legt een interessant verschil bloot in lokaal bestuur: Rotterdam kiest voor centralisatie bij de gemeente, terwijl Amsterdam de marktwerking en de nabijheid van lokale tuinders (de "reserve" van Sixma) benut. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Tweede Wereldoorlog (de bezettingstijd) in Nederland. Tijdens deze periode was er een strikte distributie en prijsbeheersing via instanties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF). De zorg over transportmoeilijkheden tijdens de vorst en het veiligstellen van voorraden voor de eigen bevolking tegenover export (vaak naar Duitsland, hier wordt Denemarken genoemd als onwaarschijnlijke bestemming) wijst op een schaarste-economie. Het overleg tussen de "Centralen Dienst" en het "Marktwezen" is typerend voor de bureaucratische aansturing van de voedselvoorziening in de grote steden tijdens de oorlogsjaren.