Archief 745
Inventaris 745-343
Pagina 104
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen of verslag van een ambtelijke vergadering.

Origineel

Notulen of verslag van een ambtelijke vergadering. -2-

een groote export naar Denemarken plaatsvond; dit is dit jaar niet waarschijnlijk te achten, omdat Denemarken nog niet aan de markt is geweest.
De Directeur van den Centralen Dienst zegt, dat Rotterdam heeft opgekocht 1.800.000 kg. stapelgroente, 12.000 vaten, vatgroente, terwijl deze cijfers voor Amsterdam zijn: 500.000 stapelgroente en 1.100 vaten. Is het niet gewenscht, dat nog een aanvullend contractje wordt gemaakt, te meer daar de heer Dijkstra zegt, dat groote voorraden toch te Amsterdam beschikbaar zijn.
De heer Sixma wijst er nog op, dat de tuinders rondom Amsterdam reeds een reserve op zich zelven vormen voor de hoofdstad. Deze reserve hebben Rotterdam en Den Haag niet.
De heer Dijkstra deelt mede, dat hij een dezer dagen een inventarisatie bij den handel op de Centrale Markt zal doen plaatsvinden. Dan kan eventueel vastgelegd worden, dat deze voorraden (ook vatgroenten) zullen worden gereserveerd voor Amsterdam, opdat deze niet geëxporteerd ~~mogen~~ worden of verkocht aan andere steden.
De Directeur van den Centralen Dienst juicht dit voorstel toe.
De heer Dijkstra wijst nog op het principieel verschil in den opzet van Rotterdam en van Amsterdam, doordat de Gemeente Rotterdam de voorraadvorming zelf verzorgt, trekt de handel zich daar ter plaatse van de geheele zaak niets aan. In Amsterdam vindt echter juist het tegenovergestelde plaats. Het is zonder meer duidelijk, welke voordeelen hieraan verbonden zijn.
De Directeur van den Centralen Dienst stelt de vraag, of de handel interesse heeft voor de goedkoope vatgroente, die door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale beschikbaar wordt gesteld. De Gemeente zou deze vaten kunnen koopen en deze te zijner tijd aan den handel tegen den zelfden prijs beschikbaar kunnen stellen.
De heer Dijkstra zegt, dat hij dit zal bespreken met de handelaren in vatgroenten.
De Directeur van het Marktwezen wijst erop, dat men niet twee vraagstukken door elkaar moet halen. De Gemeente heeft een voorraad gereserveerd, om gedurende de vorstperiode aan de transportmoeilijkheden het
hoo hoofd te kunnen bieden. Een reserve als door den heer Smeets b wordt bedoeld, beteekent echter een reserve voor den geheelen winter, dus tot en met April of Mei. Dit is echter een vraagstuk van geheel andere orde, welke niet plaatselijk kan worden opgelost, doch landelijk. De kwestie van den export kan slechts worden bezien binnen het raam van de behoefte van de bevolking van Nederland. Naar spreker’s meening zal hiermede wel degelijk rekening worden gehouden.
De Directeur van den Centralen Dienst kan er zich mede vereenigen, dat deze aangelegenheid thans niet verder wordt behandeld, doch dat men bijvoorbeeld begin Februari de positie opnieuw zal bekijken voor een eventueele voorraadvorming voor de maanden Maart en April.
De heer Dijkstra acht dit de beste oplossing. * Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (bijv. "groote", "dezer", "den") en formele ambtelijke formuleringen.
* Inhoudelijke kern: Er bestaat zorg over de achterblijvende groentevoorraden van Amsterdam ten opzichte van Rotterdam. Terwijl Rotterdam als gemeente zelf voorraden aanlegt, vertrouwt Amsterdam meer op de private handel. Er wordt gediscussieerd over het vastleggen van lokale voorraden om te voorkomen dat deze naar andere steden of het buitenland (Denemarken) verdwijnen.
* Onderscheid in voorraden: De Directeur van het Marktwezen maakt een cruciaal onderscheid tussen een 'vorstreserve' (om tijdelijke transportproblemen door bevroren waterwegen/wegen te overbruggen) en een structurele 'winterreserve' (om de bevolking tot het voorjaar te voeden). Hij stelt dat de exportkwestie een landelijke zaak is die de lokale bevoegdheid overstijgt. Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de archieven van de Gemeente Amsterdam tijdens de bezettingsjaren (1940-1945). De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGF) was een crisisorganisatie die de distributie en prijsvorming controleerde. In deze periode was voedselzekerheid, zeker in de grote steden van de Randstad, een constante bron van zorg voor het lokale bestuur. De angst voor een gebrek aan voorraden tijdens een "vorstperiode" (waarin aanvoer stagneerde) was een reëel logistiek probleem dat jaarlijks terugkeerde. Het document illustreert de spanning tussen centraal (landelijk) beleid en de zorg van gemeentebestuurders voor hun eigen bevolking.

Samenvatting

  • Taalgebruik: Het document hanteert de oude spelling (bijv. "groote", "dezer", "den") en formele ambtelijke formuleringen.
  • Inhoudelijke kern: Er bestaat zorg over de achterblijvende groentevoorraden van Amsterdam ten opzichte van Rotterdam. Terwijl Rotterdam als gemeente zelf voorraden aanlegt, vertrouwt Amsterdam meer op de private handel. Er wordt gediscussieerd over het vastleggen van lokale voorraden om te voorkomen dat deze naar andere steden of het buitenland (Denemarken) verdwijnen.
  • Onderscheid in voorraden: De Directeur van het Marktwezen maakt een cruciaal onderscheid tussen een 'vorstreserve' (om tijdelijke transportproblemen door bevroren waterwegen/wegen te overbruggen) en een structurele 'winterreserve' (om de bevolking tot het voorjaar te voeden). Hij stelt dat de exportkwestie een landelijke zaak is die de lokale bevoegdheid overstijgt.

Historische Context

Dit document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit de archieven van de Gemeente Amsterdam tijdens de bezettingsjaren (1940-1945). De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" (NGF) was een crisisorganisatie die de distributie en prijsvorming controleerde. In deze periode was voedselzekerheid, zeker in de grote steden van de Randstad, een constante bron van zorg voor het lokale bestuur. De angst voor een gebrek aan voorraden tijdens een "vorstperiode" (waarin aanvoer stagneerde) was een reëel logistiek probleem dat jaarlijks terugkeerde. Het document illustreert de spanning tussen centraal (landelijk) beleid en de zorg van gemeentebestuurders voor hun eigen bevolking.

Kooplieden in dit dossier 32

A 46 kg p. 100 stuks Nieuwmarkt niet opgenomen
Andijvie - vaten 40
B 38 kg p. 100 stuks
T.H. Roelofs 17.33
C 30 kg p. 100 stuks
E. Kool 600
E. Kool 600
I 20-25 cm ø Nieuwmarkt niet opgenomen
I A 16 à 20 kg p. 100 stuks 0,12 0,10 0,06
II 16-20 cm ø
KG Blikgroenten 64300
KG. Koolrapen 215300
Daniel Kool 250200
K.G. Savoie 353800
V. Tuien 270900
KG. Wortelen 413100
G.W.J. Bos idem
R. Kool 250.200
R. Kool 0,20 0,15 0,12
R. Kool 250.200
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool 353.800
Salomon Kool Nieuwmarkt niet opgenomen
Boonen 30
Stuks groene " 600
A. Witte 0,30 0,20 0,12
W. Kool 7.000
Alle 32 kooplieden →