Getypte notulen/notities met handgeschreven correcties en toevoegingen.
Origineel
Getypte notulen/notities met handgeschreven correcties en toevoegingen. Zaterdag 14 december 1940. Notities inzake een bespreking met vertegenwoordigers van den Groentenhandel en den Directeur van den Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening op Zaterdag 14 December 1940.
Aanwezig: van den Centralen Dienst: de Directeur de heer Smeets; van het Marktwezen: De waarnemend Directeur de heer C.F. Sixma; van den handel: de heeren Dijkstra en Bood.
~~Groenten~~ Reservevoorraad voor den winter.
De Directeur van den Centralen Dienst herinnert aan de overeenkomst, gesloten tusschen den handel eenerzijds en de Gemeente anderzijds inzake de vorming van een reservevoorraad op de Centrale Markt. Thans blijkt, dat Rotterdam en Den Haag enorme hoeveelheden stapelgroente en vatgroenten koopen, in verhouding waarvan de Gemeente Amsterdam slechts een zeer pover figuur slaat. De Directeur stelt de vraag, of voor Amsterdam te weinig is gereserveerd; spreker toont aan, dat de Gemeente toch nog iets zal moeten doen, daar het Gemeentebestuur anders geen verantwoording voor de voedselvoorziening van Amsterdam kan nemen. Bestaat er bij den handel geen vrees, dat, nu er zulke enorme hoeveelheden opgekocht, en over enkele maanden in de productiecentra niets meer te koop zal zijn?
De heer Dijkstra zegt, dat hij tevens bestuurslid is van den Nederlandschen Bond van Groothandelaren; dat hij uit dien hoofde een goed inzicht heeft in de behoeften van de groote steden. Men moet er daarbij rekening mede houden, dat de Amsterdamsche markt, wat haar ligging t.a.v. de productie-centra veel gunstiger is gelegen, dan Rotterdam en Den Haag. In Rotterdam en Den Haag zijn bijna geen bonafide groothandelaren, doordat deze steden zijn omgeven door ± 17 veilingen, waar door dagjesmenschen de producten voor deze steden worden gekocht en ter plaatse dagelijks worden verhandeld. In Amsterdam bestaat daarentegen wel een goede gevestigde groothandel. Er bevinden zich te Amsterdam groote voorraden onder de grossiers.
Er zijn voor de Gemeente Amsterdam gereserveerd:
25 wagons ~~wortelen~~ koolrapen; er zijn bovendien doorde combinatie nog aangekocht: 13 wagons.
Aan uien is voor de Gemeente gereserveerd: 10 wagons.
de combinatie heeft er daarbuiten nog 8.
Aan wortelen heeft de Gemeente 15 wagons gereserveerd.
De combinatie heeft voor zichzelf nog 5 wagons gekocht. Dit document verslaat een strategisch overleg over de voedselzekerheid in Amsterdam tijdens de eerste winter van de Duitse bezetting.
Kernpunten:
1. Concurrentie tussen steden: Er heerst bezorgdheid dat Rotterdam en Den Haag grotere voorraden ("stapelgroente" zoals kool en wortelen) opkopen, waardoor Amsterdam mogelijk tekort zou komen.
2. Logistiek voordeel: De heer Dijkstra (vertegenwoordiger van de handel) stelt de directeur gerust door te wijzen op de gunstige ligging van Amsterdam ten opzichte van de productiegebieden en de aanwezigheid van een sterke groothandel, in tegenstelling tot de veilingstructuur bij de andere grote steden.
3. Kwantitatieve gegevens: Aan het eind worden specifieke hoeveelheden genoemd (in wagons) voor koolrapen, uien en wortelen die als reserve dienen.
4. Handgeschreven wijzigingen: De correcties (zoals het vervangen van 'wortelen' door 'koolrapen') suggereren dat de notities direct na of tijdens het overleg zijn bijgewerkt om feitelijk accuraat te blijven. In december 1940 bevond Nederland zich in de beginfase van de Duitse bezetting. Hoewel de hongerwinter nog ver weg was, begon de schaarste merkbaar te worden en werd de distributie van levensmiddelen steeds strakker gereguleerd. De "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" had de taak om de bevoorrading van de steden veilig te stellen in een tijd waarin de export naar Duitsland en de haperende logistiek de binnenlandse markt onder druk zetten. De Centrale Markt in Amsterdam-West speelde hierin een cruciale rol als distributiepunt.