Dienstbrief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (ambtelijke correspondentie). 2 Mei 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-afdeling). [Linksboven, handgeschreven:] 17/2/5 d.d. -
[Linksboven, getypt:] 17/2/3 M. / 1
[Midden boven, handgeschreven:] extra
[Rechtsboven, handgeschreven:] G.
[Rechtsboven, getypt:] 2 Mei 1939.
Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Ten vervolge op myn brief d.d. 1 Februari jl. (No. 17/2/1 M) heb ik de eer U in bylage dezes een elfde opgave te doen geworden van personen, die langer dan zes achtereenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11c van het Reglement op de Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lyst voorkomende personen is de gedragslyn gevolgd omschreven in myn brief d.d. 8 Maart 1937 No.17/5/1 M, waaraan U, blykens Uw apostille d.d. 10 April 1937 No.330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten. Zooals U bekend is, heeft de Commissie van Advies voor de Markten zich eveneens hiermede vereenigd. (Vide myn brief d.d. 18 Mei 1937 No.17/5/6 M).
De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke kennisgeving binnen een gemeentelijk apparaat in 1939. De kern van de brief is de handhaving van marktreglementen ten aanzien van standplaatshouders die al langere tijd afwezig zijn.
De reden voor hun afwezigheid is specifiek: deze personen ontvingen "ondersteuning" (sociale bijstand). In die tijd was het vaak een voorwaarde van de steunverlening dat de ontvanger geen eigen bedrijf of handel meer dreef. Omdat deze kooplui hierdoor hun vaste plek op de markt meer dan zes maanden onbezet lieten, stelt de Directeur voor om artikel 11c van het marktreglement toe te passen. Dit hield hoogstwaarschijnlijk in dat hun recht op de vaste standplaats officieel werd ingetrokken.
De brief toont een zorgvuldige administratieve onderbouwing, waarbij wordt verwezen naar eerdere correspondentie uit 1937 en de expliciete goedkeuring van zowel de wethouder ("apostille") als de adviescommissie. De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "myn", "bylage", "zooals"). De brief dateert van mei 1939, een periode waarin de gevolgen van de economische crisis van de jaren '30 nog steeds diepe sporen nalieten in de Nederlandse samenleving. Veel kleine zelfstandigen, waaronder marktkooplieden, raakten aangewezen op de werkverschaffing of de armenzorg (de "steun").
Het systeem van ondersteuning was streng gereguleerd: wie steun trok, mocht vaak niet bijverdienen. Dit document illustreert de bureaucratische afhandeling daarvan: wie definitief in de bijstand belandde, verloor ook zijn officiële plek op de markt. Dit was enerzijds een gevolg van de regels voor steunontvangers, en anderzijds een manier voor de gemeente om schaarse marktplaatsen vrij te maken voor actieve handelaren. De brief biedt een inkijkje in de harde sociale realiteit vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.