Getypte ambtelijke lijst/bijlage bij een brief.
Origineel
Getypte ambtelijke lijst/bijlage bij een brief. 2 mei 1939. Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Wethouder voor de Levensmiddelen. Behoort by brief No.17/2/3 M d.d. 2 Mei 1939 van den Directeur van het
Marktwezen aan den heer Wethouder voor de Levensmiddelen, alhier.-
LYST VAN KOOPLIEDEN, DIE INGEVOLGE ARTIKEL 11c VAN HET
REGLEMENT OP DE MARKTEN HUN PLAATS OP DE MARKTEN VERLIEZEN.
| Naam | Markt | Datum ingang steun | Byzonderheden |
|---|---|---|---|
| J.H.J.v.Berkum | Lindengracht ) Westerstraat ) |
6- 8-1938 | Kan op de markt zyn brood niet verdienen. |
| A.R.Boeyen | Jan Evertsenstraat | 17-8 -1938 | Ziet voorloopig van marktplaats af. |
| D.A.Mortel | Lindengracht ) Westerstraat ) |
16- 4-1938 | Kan op de markt zyn brood niet verdienen. |
| L.de Rosa | Alb.Cuypstraat | 15-10-1938 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| J.J.Sierhuis | Mosplein | 13- 8-1938 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
| E.J.A.Hoogstraat | Alb.Cuypstraat | 8-10-1938 | Aan oproeping geen gevolg gegeven. |
--- Het document is een administratieve lijst die de intrekking van marktvergunningen vastlegt voor zes specifieke personen in Amsterdam in 1939. De kern van het document is de koppeling tussen het ontvangen van "steun" (sociale uitkering) en het recht op een marktplaats.
Er zijn drie hoofdoorzaken voor het verlies van de plek:
1. Economische onmacht: Twee kooplieden konden "hun brood niet verdienen", wat suggereert dat de handel onvoldoende opbracht om van te leven.
2. Vrijwillige afstand: Eén persoon ziet er voorlopig van af.
3. Verzuim: Drie personen hebben "geen gevolg gegeven" aan een oproeping, wat waarschijnlijk betekent dat ze niet kwamen opdagen voor hun toegewezen plek of voor een administratieve afspraak.
Opvallend is de kolom "Datum ingang steun". Dit impliceert dat zodra men afhankelijk werd van de armenzorg/steun van de gemeente, de commerciële vergunning voor de markt (onder artikel 11c) verviel of werd ingetrokken.
--- Dit document stamt uit mei 1939, de late periode van de crisisjaren dertig en vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De economische situatie was voor kleine zelfstandigen, zoals marktkooplieden, vaak precair.
De "steun" waarnaar verwezen wordt, was de werkloosheidsuitkering of armenzorg die onder strikte voorwaarden werd verstrekt. In die tijd hanteerde de gemeente Amsterdam een streng beleid: men mocht vaak niet én een uitkering ontvangen én een (onrendabele) handelsvergunning aanhouden. Artikel 11c van het Reglement op de Markten was het juridische instrument om deze scheiding te handhaven. De genoemde markten (Albert Cuyp, Lindengracht, etc.) zijn nog steeds iconische Amsterdamse markten, wat de historische continuïteit van de stadsadministratie illustreert.