Archiefdocument
Origineel
Gr. en Fr. Centrale den Haag
[onleesbaar: Regerburg?]
Mr. van 't Riet
23/12 '40 telefonicum 23 Dec. '40
Kool, bieten en andere artikelen
komen niet ter veiling blijkbaar
omdat verbouwers niet tevreden
zijn met maximum prijs en
hopen op hoogere prijzen.
Wij hebben regeling getroffen
om transport tijdens vorstperiode
zooveel mogelijk in gang te
houden.
Bestaat mogelijkheid dat alsnog
de max. verkoop prijs wordt
verhoogd, dan wel dat goederen
van verbouwers kunnen worden
gevorderd?
Mr. van 't Riet zal in zijn
college overleg plegen en vordering
overwegen.
Zal hem weer bellen 31 Dec.
om resultaat overleg te vernemen.
31 Dec. gebeld. Kanton bleek
gesloten.
2 Jan '41 Opnieuw gebeld.
--- Deze notitie betreft een logistiek en economisch probleem in de Nederlandse voedselvoorziening tijdens de vroege bezettingsjaren. De kern van het probleem is dat boeren ("verbouwers") weigeren hun producten zoals kool en bieten naar de veiling te brengen. De reden hiervoor is ontevredenheid over de vastgestelde maximumprijzen; de boeren speculeren op een prijsverhoging.
De ambtenaar die de notitie schrijft, stelt twee mogelijke oplossingen voor aan Mr. van 't Riet:
1. De maximumprijs verhogen (toegeven aan de marktwerking).
2. De goederen 'vorderen' (dwangmatig in beslag nemen door de overheid).
Tevens wordt vermeld dat er maatregelen zijn genomen om de distributie ondanks de vorst doorgang te laten vinden. De opvolging van de zaak stokt rond de jaarwisseling omdat de betreffende instantie op oudjaarsdag gesloten bleek te zijn.
--- Het document dateert van december 1940, het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de schaarste merkbaar te worden en voerde de bezetter, samen met de Nederlandse administratie, een strikt systeem van prijsbeheersing en distributie in om inflatie en zwarte handel tegen te gaan.
De Groenten- en Fruitcentrale (GFC) was een overheidsorgaan dat toezag op de handel in tuinbouwproducten. Het spanningsveld tussen de vastgestelde prijzen en de bereidheid van boeren om te leveren was een constant punt van zorg voor de voedselcommissarissen. 'Vordering' was een ingrijpend instrument dat vaker werd ingezet wanneer de vrijwillige aanvoer naar de veilingen stagneerde, om zo de voedselvoorziening in de steden te garanderen. De genoemde vorstperiode maakte de situatie urgenter, omdat bepaalde gewassen bij strenge kou verloren konden gaan of ontransportabel werden.