Archiefdocument
Origineel
11 Jan. 1941
Gr. v. Fr. Ankale
De heer van Bureau
Th. v. d. Riet belt op en deelt
mede met veiling besturen
overleg te hebben gepleegd.
Tegen het afgeven van bonnen
bestaat bezwaar. In dat
geval toch zou direct bij
de koolboeren veel meer
worden afgehaald dan op
de veiling komt zodat
geheele veiling aanvoer
voor export zou moeten
worden bestemd.
De volgende week wordt
de verzorging van de aanvoer
naar de veilingen voorbereid
welke Ma 20 Januari as. volledig
in werking zal treden.
Inmiddels zal wellicht
aanvoer naar de veiling
in den tusschentijd toenemen.
Stelt voor nog eenige dagen
afwachtende houding aan te nemen
z.o.z. Dit document is een ambtelijke notitie van een telefoongesprek waarin de logistieke problemen rondom de koolhandel worden besproken. De kern van het probleem is de concurrentie tussen de officiële veilingen en de directe verkoop door boeren. Men vreest dat als er "bonnen" (distributiebescheiden) worden uitgegeven, consumenten of handelaren direct bij de boer gaan kopen. Hierdoor komt er minder product op de veiling terecht, terwijl die veilingaanvoer juist essentieel is voor de gecontroleerde export. Er wordt melding gemaakt van een nieuw regelsysteem voor de aanvoer dat op maandag 20 januari 1941 in werking moet treden. Het advies op dat moment is om de situatie nog enkele dagen aan te kijken. In januari 1941 bevond Nederland zich in de eerste winter van de Duitse bezetting. De bezetter had een groot belang bij de controle over de Nederlandse landbouwproductie, zowel voor de eigen voedselvoorziening als voor export naar Duitsland. Het veilingwezen werd door de bezettingsautoriteiten gebruikt als een instrument om de goederenstromen te beheersen en de "zwarte handel" (directe verkoop buiten de veiling om) in te dammen. Dit document illustreert de voortdurende strijd om de controle op de voedseldistributie en de bureaucratische inspanningen om de exportstromen veilig te stellen in een tijd van toenemende schaarste.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke notitie van een telefoongesprek waarin de logistieke problemen rondom de koolhandel worden besproken. De kern van het probleem is de concurrentie tussen de officiële veilingen en de directe verkoop door boeren. Men vreest dat als er "bonnen" (distributiebescheiden) worden uitgegeven, consumenten of handelaren direct bij de boer gaan kopen. Hierdoor komt er minder product op de veiling terecht, terwijl die veilingaanvoer juist essentieel is voor de gecontroleerde export. Er wordt melding gemaakt van een nieuw regelsysteem voor de aanvoer dat op maandag 20 januari 1941 in werking moet treden. Het advies op dat moment is om de situatie nog enkele dagen aan te kijken.
Historische Context
In januari 1941 bevond Nederland zich in de eerste winter van de Duitse bezetting. De bezetter had een groot belang bij de controle over de Nederlandse landbouwproductie, zowel voor de eigen voedselvoorziening als voor export naar Duitsland. Het veilingwezen werd door de bezettingsautoriteiten gebruikt als een instrument om de goederenstromen te beheersen en de "zwarte handel" (directe verkoop buiten de veiling om) in te dammen. Dit document illustreert de voortdurende strijd om de controle op de voedseldistributie en de bureaucratische inspanningen om de exportstromen veilig te stellen in een tijd van toenemende schaarste.