Getypte tabel met financiële berekeningen.
Origineel
Getypte tabel met financiële berekeningen. Berekening kosten.
Stel, dat $\pm$ 1/3 bestaat uit zuurkool.
| Zuurkool | Overige soorten | Kosten | |
|---|---|---|---|
| Februari | 60 | 140 | $f$ 90,-- + $f$ 350,-- = $f$ 440,-- |
| Maart | 200 | 400 | " 400,-- + " 1400,-- = " 1800,-- |
| April | 200 | 400 | " 500,-- + " 1800,-- = " 2300,-- |
| Totaal | 460 | 940 | $f$ 4540,-- |
=======================================================================
$f$ 4540,-- = gemiddeld $f$ 3,- per vat. * Inhoud: Het document bevat een kwantitatieve en financiële analyse van voorraden of leveringen over de maanden februari, maart en april. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 'Zuurkool' en 'Overige soorten'.
* Verhouding: De aanname in de koptekst dat ongeveer 1/3 van het totaal uit zuurkool bestaat, klopt mathematisch aardig: $460 / (460 + 940) \approx 32,8\%$.
* Kostenontwikkeling: Opvallend is dat de eenheidsprijs gedurende de maanden stijgt.
* Voor zuurkool stijgt de prijs van $f$ 1,50 per eenheid in februari naar $f$ 2,50 in april.
* Voor de overige soorten stijgt de prijs van $f$ 2,50 naar $f$ 4,50 per eenheid.
* Gemiddelde: De eindberekening stelt dat de gemiddelde kosten $f$ 3,- per vat bedragen. Bij een totaal van 1400 eenheden (vaten) en een totaalbedrag van $f$ 4540,-- komt het exacte gemiddelde uit op $f$ 3,24. De vermelding van $f$ 3,- lijkt dus een globale afronding naar beneden. Dit document is waarschijnlijk afkomstig uit een bedrijfs- of overheidsarchief gerelateerd aan voedselvoorziening, distributie of opslag. Gezien het gebruik van vaten en de aard van de producten (zuurkool is een lang houdbaar product) zou dit kunnen wijzen op grootschalige catering (bijv. militair) of noodvoorraden. De stijgende prijzen per maand kunnen duiden op inflatie of seizoensgebonden schaarste. De gebruikte munteenheid (Gulden) en de lay-out zijn typerend voor de administratieve praktijk in Nederland in de periode 1940-1960.
Samenvatting
- Inhoud: Het document bevat een kwantitatieve en financiële analyse van voorraden of leveringen over de maanden februari, maart en april. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 'Zuurkool' en 'Overige soorten'.
- Verhouding: De aanname in de koptekst dat ongeveer 1/3 van het totaal uit zuurkool bestaat, klopt mathematisch aardig: $460 / (460 + 940) \approx 32,8\%$.
- Kostenontwikkeling: Opvallend is dat de eenheidsprijs gedurende de maanden stijgt.
- Voor zuurkool stijgt de prijs van $f$ 1,50 per eenheid in februari naar $f$ 2,50 in april.
- Voor de overige soorten stijgt de prijs van $f$ 2,50 naar $f$ 4,50 per eenheid.
- Gemiddelde: De eindberekening stelt dat de gemiddelde kosten $f$ 3,- per vat bedragen. Bij een totaal van 1400 eenheden (vaten) en een totaalbedrag van $f$ 4540,-- komt het exacte gemiddelde uit op $f$ 3,24. De vermelding van $f$ 3,- lijkt dus een globale afronding naar beneden.
Historische Context
Dit document is waarschijnlijk afkomstig uit een bedrijfs- of overheidsarchief gerelateerd aan voedselvoorziening, distributie of opslag. Gezien het gebruik van vaten en de aard van de producten (zuurkool is een lang houdbaar product) zou dit kunnen wijzen op grootschalige catering (bijv. militair) of noodvoorraden. De stijgende prijzen per maand kunnen duiden op inflatie of seizoensgebonden schaarste. De gebruikte munteenheid (Gulden) en de lay-out zijn typerend voor de administratieve praktijk in Nederland in de periode 1940-1960.