Concept-overeenkomst (aanvullend contract).
Origineel
Concept-overeenkomst (aanvullend contract). Concept-overeenkomst.
De ondergeteekenden:
De Gemeente Amsterdam ten deze vertegenwoordigd door haar Burgemeester, hierna te noemen: Partij ter eene zijde en
1. W.F. Dijkstra 3. J. Wijnschenk
2. G. Kramer 4. H. van Bladeren
hierna te noemen partijen ter andere zijde;
Overwegende, dat aanvulling van het tusschen heh gesloten contract d.d. . . . . . . . . . . . . . betreffende . . . . . . . . . . . . . . . . . noodig is, komen als volgt overeen.
Artikel 1.
Behalve de 1100 vaten genoemd in het contract d.d. . . . . . . . . . . . . . zal partij ter andere zijde nog opslaan 1400 vaten vatgroenten bestaande uit de soorten . . . . . . . . . . . . . . . . de hoeveelheid van iederen soort zal door partijen in nader overleg worden vastgesteld.
Artikel 2.
De opslag en afgifte van deze vatgroenten zal geschieden op dezelfde voorwaarden als vastgesteld in het contract d.d. . . . . . . . . . . . . . behoudens de in volgende artikelen genoemde afwijkingen.
Artikel 3.
Partij ter eene zijde zal in overleg met partij ter andere zijde bepalen tot welke hoeveelheden deze vatgroenten gedurende het tijdvak van 1 Januari tot en met 30 April 1941 zullen mogen worden verkocht; verkochte vaten behoeven niet door andere te worden vervangen.
Artikel 4.
Bij het einde van de in artikel II genoemde perioden zal partij ter eene zijde aan de gezamenlijke partijen ter andere zijde, - indien dezen de onderhavige overeenkomst op juiste wijze zijn nagekomen - betalen gerekend vanaf den datum, dat de vaten volgens deze overeenkomst zijn ingebracht. voor wat de soorten snijboonen, spercieboonen en andijvie betreft: voor de vaten, welke verkocht mogen worden in de maand:
Januari 1941 ƒ 1,50 per vat
Februari 1941 " 2,50 " "
Maart 1941 " 3,50 " "
April 1941 " 4,50 " "
voor wat zuurkool betreft: voor de vaten, welke verkocht mogen worden in de maand: * Inhoud: Het betreft een aanvullende overeenkomst op een reeds bestaand contract. De gemeente Amsterdam maakt afspraken met vier handelaren/opslaghouder over het aanleggen van een extra voorraad van 1400 vaten geconserveerde groenten (naast 1100 vaten uit een eerder contract). Er worden specifieke vergoedingen per vat vastgesteld die stijgen naarmate de vaten langer opgeslagen blijven (van ƒ 1,50 in januari tot ƒ 4,50 in april).
* Juridische aspecten: Het taalgebruik is typisch ambtelijk-juridisch voor die tijd ("ondergeteekenden", "ter eene zijde"). Opvallend is dat het document nog een concept-status heeft, getuige de stippellijnen voor data en groentesoorten die nog ingevuld moeten worden.
* Taal/Spelling: De tekst bevat de vooroorlogse spelling (bijv. "ondergeteekenden", "snijboonen"). Er zit een waarschijnlijke typefout in de inleiding ("heh" in plaats van "hen"). * Oorlogstijd: De genoemde data (januari - april 1941) vallen in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland.
* Voedselvoorziening: Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening een cruciaal en strikt gereguleerd proces. Gemeenten waren verantwoordelijk voor het aanleggen van noodvoorraden (de zogenaamde 'ijzeren voorraad') om de bevolking door de winter te helpen. "Vatgroenten" zoals zuurkool en ingezouten bonen waren essentieel omdat verse groenten in de winter nauwelijks beschikbaar waren.
* Distributie: De overeenkomst toont de samenwerking tussen het lokale bestuur en de private sector om de voedselzekerheid in de stad te waarborgen onder moeilijke economische omstandigheden en schaarste. De oplopende vergoeding per maand diende waarschijnlijk als compensatie voor de opslagkosten en het kwaliteitsverlies over tijd.