Archiefdocument
Origineel
Omstreeks eind 1940, begin 1941 (gebaseerd op de in de tekst genoemde periodes). (2)
Artikel II
De periode, gedurende welke de in artikel I omschreven voorraden op de Centrale Markt te Amsterdam aanwezig moeten zijn, loopt voor
1400 vaten vatgroenten van December 1940 tot en met 30 April 1941
en voor 1100 vaten vatgroenten van 1 Februari 1941 tot en met 30 April 1941. (Op 1 Februari 1941 loopt een op December 1940 tusschen partijen omtrent 1100 vaten vatgroenten gesloten overeenkomst af; de betreffende vaten vatgroenten worden dan in deze overeenkomst ingebracht.)
Partij der eene zijde zal na 1 Januari 1941 in onderling overleg met partij ter andere zijde bepalen, op welke tijdstippen en in welke hoeveelheden (uitgedrukt in een percentage van den totalen opslag) de opgeslagen vaten mogen worden verkocht; de verkoop door partij ter andere zijde mag uitsluitend geschieden aan in Amsterdam gevestigde kleinhandelaren in aardappelen, groente en fruit, opdat deze groente, zoodoende, ter beschikking komt van de bevolking van Amsterdam.
[In de linker kantlijn:] Hoort dit bij vorig contract?
Artikel III van bestaande contract overnemen.
Artikel IV en V idem.
Artikel VI.
Bij het einde van de in artikel II genoemde perioden zal partij ter eene zijde aan de gezamenlijkheid partijen ter andere zijde, — indien dezen de onderhavige overeenkomst op juiste wijze zijn nagekomen — betalen vanaf den datum dat de voorraden volkomen overeenkomstig [...] Dit document betreft een gedetailleerde uitwerking van een contract over de levering en opslag van levensmiddelen in Amsterdam tijdens de vroege jaren van de Duitse bezetting. Specifiek gaat het om 'vatgroenten' (zoals zuurkool of pekelaugurken), die als strategische wintervoorraad dienden.
De tekst legt vast:
1. De voorraadplicht: Hoeveel vaten er op welk moment aanwezig moeten zijn op de Centrale Markt.
2. De verkooprestricties: Om speculatie te voorkomen en de lokale voorziening te waarborgen, mogen de goederen enkel aan Amsterdamse kleinhandelaren worden verkocht.
3. De koppeling met eerdere afspraken: Er wordt verwezen naar een aflopend contract uit december 1940 en er wordt instructie gegeven om standaardartikelen (III, IV, V) uit bestaande contracten over te nemen.
De krabbel in de kantlijn ("Hoort dit bij vorig contract?") suggereert dat dit een werkdocument is van een jurist of ambtenaar die de definitieve tekst aan het redigeren was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in de grote steden een punt van grote zorg voor het gemeentebestuur. Door de schaarste en de Duitse vorderingen werd de handel strikt gereguleerd. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam fungeerde als de 'buik van de stad'. Overeenkomsten zoals deze waren essentieel om te voorkomen dat voorraden de stad zouden verlaten of op de zwarte markt zouden verdwijnen. De genoemde periode (winter 1940-1941) markeert de eerste oorlogswinter, waarin de distributie nog relatief geordend verliep, maar de noodzaak tot strakke controle al duidelijk aanwezig was.