Pagina uit een contract of zakelijke overeenkomst (genummerd "3.").
Origineel
Pagina uit een contract of zakelijke overeenkomst (genummerd "3."). Vermeldt data van januari tot mei 1941. (3.
voor wat de soorten snijboonen, spercie-
boonen en andijvie betreft :
voor de vaten, welke verkocht worden in
de maand
Januari 1941 f 1,50 per vat
Februari 1941 ,, 2,50 ,, ,,
Maart 1941 ,, 3,50 ,, ,,
April 1941 ,, 4,50 ,, ,,
voor wat zuurkool betreft:
voor de vaten, welke verkocht mogen
worden in de maand:
Januari f 1,= per vat
Februari ,, 1,50 ,, ,,
Maart ,, 2,= ,, ,,
April ,, 2,50 ,, ,,
ter vergoeding van alle door partij
ter andere zijde ter nakoming van deze
overeenkomst gemaakte kosten en
eventueel geleden verliezen.
Artikel VII.
Op 1 Mei 1941 zullen de vaten
vatgroenten, bedoeld in deze overeenkomst,
welke op dezen datum door partij ter
ander zijde nog niet aan den kleinhan-
del zijn verkocht, door partij ter eene
zijde worden overgenomen tegen
onderstaande prijzen:
f 55,- voor elk vat spercieboonen geblancheerd
f 50,- ,, ,, ,, spercieboonen
45,= ,, ,, ,, snijboonen
25,= ,, ,, ,, andijvie
De nog niet verkochte vaten zuurkool
zullen worden overgenomen tegen den
grossiersprijs, welke geldt op 30-4-1941. * Structuur: Het document is een formeel contractgedeelte. Het begint met een staffel van maandelijkse prijstoeslagen (waarschijnlijk bewaarkosten of rente) en eindigt met "Artikel VII", dat de overname van onverkochte voorraden regelt.
* Inhoud: Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen bonen/andijvie enerzijds en zuurkool anderzijds. De prijs voor bonen stijgt elke maand met 1 gulden per vat, terwijl die van zuurkool met 50 cent stijgt.
* Juridisch jargon: Termen als "partij ter andere zijde" en "partij ter eene zijde" wijzen op een formele overeenkomst tussen een producent/grossier en een afnemer (zoals een handelaar).
* Producten: De nadruk ligt op verduurzaamde groenten ("vatgroenten") die in die tijd essentieel waren voor de voedselvoorziening buiten het oogstseizoen. Dit document stamt uit de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog (1941). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd door het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Contracten zoals deze dienden om de risico's voor handelaren en producenten te beperken in een tijd van schaarste en prijsbeheersing. De maandelijkse prijsstijgingen reflecteren de kosten voor de opslag gedurende de winter en het vroege voorjaar. Het feit dat onverkochte voorraden op 1 mei worden teruggenomen, suggereert dat men dan overschakelt op het nieuwe oogstseizoen voor verse groenten.